Vijf muggen in mijn klamboe
Ik had vannacht vijf muggen in mijn klamboe.
Hoe heeft dat kunnen gebeuren, vraag ik. Hoe?!
Ik denk dat het ongeveer zo moet zijn gegaan:
Het was een tropische nacht, uitzonderlijk warm.
Ik stak mijn been onder de deken uit, gevolgd door mijn arm.
Daarbij moet er een opening zijn ontstaan.
Muggen zijn als wezen natuurlijk erg klein,
het kleinste spleetje kan dan groot genoeg zijn.
En eenmaal binnen was het feest!
Waarom heb ik die klamboe, vraag ik met recht,
als ik zo maar lig opgediend als muggenhoofdgerecht?
Het scheelde niks of mijn bloed was op geweest.
Toen ik in de gaten had dat het foute boel was,
ben ik even flink tekeer gegaan op het matras.
De een na de ander las ik de les.
Nou ja, eigenlijk sloeg ik ze plat.
Ze hoefden niet dood, maar ik was het wel zat.
Het waren er zeker vijf, misschien wel zes.
Zomergedichten
Lange avonden, gemaaid gras, een ijsje dat sneller smelt dan je kunt likken: dat is de zomer, en zo klinkt ze hier ook. Zomergedichten vol zon en zorgeloosheid, inclusief korte verzen voor bij een vakantiefoto of zomerse kaart.
Blij
De zomer is in ’t land,
Elfen begroeten met d’ijle klanken
Van kristallen bazuinen
De komst van de zomerkoningin,
Die stralend onze harten warmt,
Onze voeten laat dansen,
Onze ogen weer doet ontwaken
Om alle moois te zien.
Muggen dansen om ons heen,
Vogels vliegen door
Muggenwolken de zon tegemoet.
Bijen doen hun bezwangerplicht,
Hazen kiezen ’t hazenpad,
En wij, wij genieten, wij zijn blij.
Zomer
De lente is voorbij
Met de zomer zijn we blij
Jonge dieren zijn er weer
Ouders zijn in de weer
Kuikens en biggetjes
Kalfjes en lammetjes
Overdadig groen
In tuin en plantsoen
Bloemen in vele kleuren
Staan overal te geuren
LANGSTÙH DAG
as ut an mèn Haagse ik lag
was ut altèd de langstùh dag
nauit meâh donkâh om vèf uâh
ein lekkâh lang lich avontuâh
tis dat ut van de natuâh nie mag
— SJ©RS
UV 50
Hitte is een kind van de zomer
Ze jongleert met zweetdruppels
UV 50 is een blijver
Een tube liegt niet
Zonlicht maakt geen onderscheid
Donker voelt zich bekocht
Licht gaat uit de kleren
Ogen geven zichzelf de kost
Korte jurken geven genoeg prijs
Inkijk van boven doet beter
Een moe getergde huid
Roept tint in als bescherming
Hitte groeit op in de zomer
Zweet zijn druppels van dichtbij
Zonnekloppers leiden UV 50 naar de uitgang
Een flesje is milder
Zomercarrousel
De vlinderstruik staat in volle bloei,
vlinders dartelen in het rond.
De zon schijnt verblindend fel,
de bladeren lichten blinkend op.
De zomer zomert als een carrousel,
draait en draait maar door.
De winter is nog eindeloos ver
ver achter de zomerhorizon.
D. Z. I. B.
De zomer is begonnen,
de kaaien bevolkt,
de voetgangerstunnel fris en druk,
de plas daarentegen rustig, maar dat is schijn:
verboden zwemmers
ontbloten zich in de struiken,
hun afval in het gras.
Bij ons alcoholvrij drankje op het houten caféterras
wil er een imponeren door de plas over te zwemmen
en in het midden van een verhoging te duiken,
maar omdat de duik waardeloos is,
staat hij snel terug aan de overkant.
Intussen vertrokken bijna alle zeilers,
1 zeilboot is nog actief in de ondergaande zon.
Je waant je in Frankrijk
als je de Antwerpse kathedraal niet zou zien.
Liefde van de zomer, dat vergaat.
De zomer is prachtig, vind je niet? Maar hoe komt dat? Waarom zijn mensen zo blij tijdens de zomer en juist niet tijdens de winter? Komt het door de woeste wind die een zacht briesje is geworden en nu eindelijk bevriend met je wilt zijn? Na het vragen voor vergiffenis aan jou uiteraard. Komt dat misschien door al het volk dat zich eindelijk uit hun cocons trekt om weer levendig en vriendelijk te zijn? Waarom hun cocons verlaten als het daar rustig en probleemloos was?
Nou, het komt vooral door het hart van het zonnestelsel. De zon. Ja, de zon die de plantjes zelfvertrouwen geeft en daardoor vol met potentie zitten. Ja, de zon waar mensen uren lang in zullen liggen om een tintje te krijgen omdat de buurman zei dat het hen wel zou staan. Ja, de zon die mijn lasten van me wegneemt zonder één woord tegen me te zeggen. Ja, de zon waar wij niet zonder mee kunnen leven.... Maar ook onze ondergang zou kunnen zijn.
Maar toch waarom durft men de zon niet aan te kijken? Alsof ze een schandalige daad hebben uitgevoerd dat de zon haar pracht heeft beschadigd. De zon is toch oh zo prachtig, je zou er gewoon niet niet naar kunnen staren! Maar helaas kunnen we dat niet voor eeuwig doen. Ons oog is te kwetsbaar voor de schoonheid van de zon. Net zo is de zon te kwetsbaar voor onze intelligentie. Of zou je het nog intelligentie kunnen noemen? Misschien was het gewoon gedaan om eens te laten zien dat alles om de mens draait. Dat doet de aarde gelukkig niet. Die draait altijd rond de zon.
Zomerrust
Hoog in de wolken vliegt
De rode wouw zijn rondjes rond,
Het briesje blaast de zomer,
Het koren wuift in de zomergloed.
De trekker ploegt over d’akker,
De leeuwerik zingt het zomerlied.
Fietsers zonder helm
Genieten van de buitenlucht,
Een Porsche komt aangesneld,
Fietsers genadeloos geveld,
Sirene doorklieft de rust,
Dan is de rust hersteld.
Zwoele zomerdag
Over het ochtendland ligt ’n waas
Van mist van lage wolken,
Die alles doen vervagen,
Tot de zonnewarmte overwon.
Het groen straalt me tegemoet,
Zonnetje zet alles in ’n gouden gloed,
Bomen laten hun blaadjes glanzen,
Briesje doet grashalmen dansen.
In d’sidderende hitte van de middag
Laat ’t briesje verstek gaan,
Zijn de natuur en ik geheel van slag,
Door ’n middagdutje verkwikt,
Doet d’avondschemering wondren,
Tot onweersdonder opschrikt.
De Zomerkoningin
De remonte van de Zomerkoningin is indrukwekkend
De Lenteprinses heeft ze zachtjes naar de uitgang geduwd
Nare herinneringen aan Koning Winter wist ze voorgoed uit
Licht maant ze aan om zo lang mogelijk te blijven
Wat warmte betreft: die wordt kwistig rondgestrooid
Immers, ze heeft een verbond met de Zon gesloten
Wat eerst aan een blik onttrokken is, wordt langzaam zichtbaar
Liefde weeft ze tussen de takken waar bladeren van profiteren
Daarmee is groen de toonaangevende kleur die beklijft
Een zachte bries fluistert voortdurend haar naam
Zoemende insecten tekenen onzichtbare lijnen in de lucht
De bodem wordt zodanig geliefkoosd dat bloemen
Met hun kleuren een contrast vormen waar iedereen over spreekt
Akkers worden klaargestoomd om een overvloedige oogst te dragen
Weiden onthalen vee op een onvergetelijke manier
Dit jaar zal melk menig kind een groeispurt bezorgen
Werkelijk, de Zomerkoningin koestert het leven
Zelfs de mens moet erkennen dat deze Vorstin
Op haar best is zonder een Koning aan haar zijde
Middelheim
Brons is,
steen is,
in de zon van 18u
en de geur van zomer.
Loof beweegt de stilte,
ze valt ertussen,
op weg naar het bos
dat marmer belicht.
D. S. D.
De schemerlampen door de open ramen,
de barman glazen afdrogend,
de keuken in neonlicht afwassend,
de stoelen op het terras tegen de tafels,
de vergankelijkheid van de dag.
Zomer
Voel de zon je verwarmen.
De zee je omarmen.
De lucht is aangenaam.
Terwijl je nadenkt over het bestaan.
Licht geroezemoes van mensen die om je heen zijn.
Wat is deze zomer toch heerlijk en fijn.
Laat de vogels vliegen en de vissen zwemmen.
De herfst hoeft zich voorlopig nog niet te laten kennen.
— L.J.
Zonnetje
Het zonnetje schijnt lekker
op mijn bolletje en meer.
Zo’n zonnetje waardeer ik zeer,
ja, dat vind ik echt lekker.
Mijn overal gebronste huid
wordt alom zeer gewaardeerd.
Daarmee voel ’k mij zeer vereerd,
verkondig dat graag en luid.
Ik hoop als de zon blijft schijnen,
waardering wordt omgezet in daden,
niet alleen met complimenten overladen,
gebronstheid nooit zal verdwijnen.
Helaas als ’t weer wintert,
ga ’k niet meer zonnebaden,
word ik niet meer zo fijn overladen
met complimenten en dat verhindert,
dat ik nog word verwend
door aanbidders van mijn gebronste huid,
wat mij dus tegen de borst stuit,
wijl er zo aan was gewend.
Een gedicht over de zomer schrijven is dansen op een dun koord: één stap te ver en het wordt een ansichtkaart-cliché. De dichters op deze pagina blijven overeind door precies te kijken. Niet „de zon scheen heerlijk”, maar het geluid van een sproeier drie tuinen verderop, de geur van zonnebrand in een opgewarmde auto, het uur na negenen waarop het licht van goud wordt. Wie de zomer zó leest, ruikt hem — ook in november.
Zomerse verzen voor onderweg en thuis
Praktisch gezien piekt de vraag naar een zomergedicht twee keer. Vóór de vakantie: voor afscheidskaartjes op school en werk, het zomernummer van de club- of kerkkrant, een fijne-vakantiewens aan de buren. En ná de zomer, als de foto’s geordend worden en een kort gedicht het album af mag maken. Daartussen zijn er de gedichten voor de thuisblijvers (over hete nachten, lege straten in augustus en het geluk van een eigen achtertuin), misschien wel de herkenbaarste van allemaal.
Het seizoen ervoor bloeit bij de lentegedichten, de reislust krijgt de ruimte bij reizen en vakanties, en voor stranddagen is er de verzameling over de zee. Bewaar jij ergens een zomer in woorden? Zet hem online. Dan schijnt jouw zon het hele jaar door voor iedereen.