zee
Ik heb aan het strand
stil gestaan,
de zilte geur
diep in mij opgenomen.
Rimpelend blauw :
de wijde zee,
aan de koperen einder
valt de avond.
Geen windgezucht,
de branding schuimt
een graspieper
kust het strand.
Een krijsende meeuwenzang
zweeft over zee
als een ademtocht
die de avond omarmt.
Nog blijf ik staan
waar zee en hemel
elkaar finaal raken.