Old Snow: Hour 16 Poetry marathon 2026
Water is old snow
That happens on the go
It has a better flow
So now you know
Wintergedichten
Kale bomen, vroege schemer, adem die zichtbaar wordt: de winter is het stilste seizoen, en misschien wel het poΓ«tischste. Hier vind je wintergedichten in alle maten, van een kort winter gedicht voor een kaartje tot sfeervolle verzen over sneeuw, vorst en warmte binnenshuis.
Een Naam is Tijdelijk
Winter
Je hebt je werk gedaan
De zomer heb je begraven
Herinneringen jaag je op
Je hebt je zelfs tegen de herfst gekeerd
Vrieskou en dood lopen voorop in de strijd
In een land zonder liefde zoeken ze naar je goedkeuring
Weet dat wanneer je op je lauweren rust
De lente je in slaap wiegt met verhalen
Een held als jij geeft uitkijk op avontuur
Als verhalen herhaald worden
Staat er iemand klaar om ze uit te vegen
Wat er in de plaats komt valt je niet zomaar in de schoot
Kom terug wanneer de bloesems blikken wegkapen
En de zwaluw nieuws meebrengt uit het zuiden
Wat je daar te horen krijgt wist je naam uit
Winter
Leg je te ruste
Laat de lente je ogen sluiten
En droom over een plek
Diep vanbinnen
Zijn we allemaal
Een beetje jou
S. V.
Sneeuwpoeder valt uit de lucht
als het andante festivo van Jean Sibelius:
rustig, op de naalden en ornamenten
in de kleine Antwerpse stadstuin
die even het Finland van de componist is.
't Leven bestaat uit deze momenten van geluk
als je er voor open staat.
SNEEUWKLOKJE
De kleine witte bloem
van de late winter
hangt losjes aan haar steel
treurt licht om het getij
vol gebrek en grauwheid
zij zal bij een sneeuwbui
krijgshaftige aard tonen
zich een gang boren
door het vijandige wit
zon in grijze wolken gevat
brengt op het reine klokje
een geluidloos schimmenspel
van jaargetijden die elkaars
komen en gaan betwisten.
Witte stilte
Dikbuikige wolken,
al dagen uitgerekend
van talloze vruchten.
Hoogzwangere luchten,
niet meer bij machte
de last te dragen.
Bij vlagen
waaien hun pasgeborenen
dwarrelend naar benee.
Een witte mΓͺlee
ontgroent het landschap
tot een besmettelijke pers,
muilkorft ieder vers.
TWIJFELGETIJ
In het lauwe wintergrauw
staan lange dunne takken
kromgebogen
dwingende zwaarte
zucht vanuit hun bruingroene bast
maar kleine lichtgele vingers
hangen in groten getale
overal tussen hen in
strooien poeder van opwekking
naar het neerslachtige hout
de elzenkatjes
voeren gezamenlijk
ingetogen stille strijd
tegen winter die aarzelt
tussen komen en gaan.
[ De hagel schildert ]
De hagel schildert
spikkels in het verenkleed:
de merel wordt spreeuw.
— Zyw Zywa
Winterweer voorbij.
Aan de sneeuw komt een eind.
Gaat vriezen, vannacht plaatselijk glad.
Ergste winterweer gehad.
Mag koud zijn mag vriezen geen probleem.
Alstublieft geen sneeuw, rolstoel komt er niet doorheen.
Sneeuwvlokjes.
Wij zijn ook als de sneeuwvlokjes
uniek en zo bijzonder,
als je het goed bekijkt
is het echt een wonder!
De sneeuw bedekt de aarde
en het lijkt op een sprookjesland,
maar het is Gods schepping
gemaakt door Zijn meesterhand!
Zo zijn ook wij door Hem gemaakt
Hij schiep ons tot Zijn eer,
net als elk uniek klein vlokje
dat daalt uit de Hemel neer!
Sneeuwval in Nederland
Dit is jaren niet meer voorgekomen.
Sneeuw een dikke witte laag.
Niemand kan normaal over straat, openbaar vervoer staakt.
Zoals het hier nu is, lang geleden.
Bijzonder voor de kleintjes.
Rennen springen, glijden.
Voor kinderen leuk.
Witte Verstilling
Winter houdt sneeuw aan
Een deken spreidt zich neer
Wit dirigeert het bestaan
Dat is iedere keer weer
Elk geluid wordt gesmoord
Er resten alleen slierten rust
Niemand heeft iets gehoord
De ervaring gebeurt onbewust
Herinnering wekt ongeloof
De zomer geloofde in eeuwigheid
Maar zat verstrikt in ijdelheid
En bleef voor de herfst doof
Zijn meester had nog alle tijd
Hij kwam, dat was een zekerheid
Winterkoude
Winterkou verkleumt βt lijf,
Zomerwarmte ver van hier,
Het vurig hart doet zijn best,
Kou uit βt lijf te verdrijven,
Maar pas als de lente gloort,
Wordt die bede verhoord,
Zal de zon ons verwarmen,
Tot dan duurt de koude voort,
Uitademen
Werken en rusten
het buitenleven
geluiden en geuren
De vertrouwde horizon
hoge zilversporen
oplossend in de lucht
Na de oogst
minder doen
minder praten
uitademen
met het ruisen en ritselen
van de wind in zacht winterlicht
— Zyw Zywa
Het Kind op de Berg (Begin van de winter
Het ritme van de seizoenen
houdt mijn hartslag in balans
als ik er in meega
en me 's winters niet lui
in een gemakkelijke stoel
vergrijp aan de voorraden
maar een jas aantrek
en eropuit ga, over bergen
of weiden voor uitzichten
zonder muren
met een warme zon
in het centrum
van mijn lichaam
die mijn geest verruimt
met het landschap
— Zyw Zywa
Wit Beslist
Een massa sneeuw glijdt naar beneden. Iedereen is verrast
Zo ver het oog reikt weeft een wit tapijt schoonheid
Sneeuw en blauw. Een speerpunt, gebrand op het netvlies
De winter is op zijn hoogtepunt, zo getuigen witte vlokken
Bevroren water raast de vallei tegemoet. Niemand let op
Vrieskou een geduldige acoliet. Laat zich niet van zijn stuk brengen
Plassen zijn verhard. IJspegels sieren de daken
Altijd draagt de winter kou met zich mee
Samengeklitte ijskristallen beginnen aan hun dodelijke tocht.
Mensen koesteren de koude, vanuit hun zetel, starend naar het haardvuur
Boven voltrekt zich een drama met de zegen van de winter
Hij laat zich gelden. Altijd
Een wit monster neemt de kortste weg. Sneeuw op sneeuw is een monster
Lucifers zijn sparren die vanzelf breken. De lawine weet dat
Het diepste punt in de vallei krijgt de grootste woede van de berg over zich
De winter knippert niet. Het is wat het is
Een lawine beseft dat het einde nabij is. Uitgeraasd valt hij stil
De aanblik dezelfde als hogerop. Witte desolaatheid die zich huldigt in stilzwijgen
Waar eens een dorp was heeft de berg in een oogwenk anders beslist
De winter maakt zich zorgen. Spoedig zullen de tekenen zichtbaar worden
Maar goed, hij hoeft de lente geen uitleg te geven
Ze zijn geen familie
Een wintergedicht wordt om twee redenen gezocht, en ze lijken elkaars tegenpolen. De ene lezer zoekt de romantiek: sneeuwvlokken in het lantaarnlicht, schaatsen op natuurijs, de wereld gedempt en wit. De andere zoekt juist woorden voor de zwaarte van het seizoen: donkere ochtenden, kou die in je botten trekt, de winter als beeld voor een moeilijke periode. Deze verzameling bedient ze allebei, want onze dichters kennen beide winters uit de eerste hand.
Korte wintergedichten voor de donkere maanden
Veel bezoekers zoeken een kort wintergedicht: voor in een kerstkaart of nieuwjaarswens, bij een winterfoto, of als opening van een decembertoespraak. Korte verzen doen het in dit seizoen bijzonder goed: een paar rake regels over rijp op de ruit zeggen meer dan een lang epos. Let bij het bladeren ook op de haiku-achtige miniaturen die hier tussen staan; de winter blijkt het lievelingsseizoen van de kleine vorm.
Rond de feestdagen schuift dit thema vanzelf tegen de kerstgedichten aan, en met de jaarwisseling tegen de nieuwjaarsgedichten, samen vormen ze het decemberdrieluik. De hele kringloop van het jaar vind je bij de seizoenen. Heb jij de winter weleens gevangen in woorden, bevroren adem en al? Plaats je wintergedicht β het seizoen komt elk jaar terug, jouw gedicht dan ook.