In de kamer hoort Balou laatst,
toen hij rustig rondjes liep,
een zacht gekriebel bij de kast,
alsof daar iemand stiekem sliep.
Hij spitste toen zijn oren
en keek eens goed om zich heen.
'Wie zit daar te kriebelen ?
Ik ben hier toch alleen ?'
Toen zag hij achter de kast
een spinnetje, klein en fijn.
Die wilde zich verstoppen,
maar Balou zei : 'Je mag er zijn !'
'Ik ben Balou en ik woon hier,
mijn baasje is heel lief.
Ik zoek nog een vriendje
en jij bent best wel sympathiek.'
Het spinnetje kwam wat dichterbij,
en zei : 'Dat lijkt me fijn.
Maar als jouw baasje mij ontdekt,
zal ik snel verdwenen zijn.'
Balou beloofde plechtig dat hij
niets zou laten merken.
Een geheime vriendschap dus,
daar zouden ze aan gaan werken.
Sindsdien zit Balou soms uren
heel stilletjes bij de kast.
Hij kijkt dan naar zijn vriendje
dat daar veilig boven past.
Maar op een dag zei zijn baasje :
'Balou, wat doe je toch steeds daar ?'
Ze keek eens achter de kast en riep :
'Kijk... een spinnenwebje ! Wonderbaar !'
Balou keek heel onschuldig, alsof
hij nergens van wist.
En achter hem zat het spinnetje,
dat fluisterde : 'Je hebt me niet gemist ?'
Sindsdien hangt er boven Balou
een prachtig web, heel fijn.
En als hij ernaar ligt te kijken,
weet hij : dat moet mijn vriendje zijn.
Zijn baasje denkt : 'Wat mooi
gemaakt, die spin mag blijven wonen.'
En Balou denkt : 'Zie je wel...
soms moet je vriendschap belonen.'
Toon meer