Direct naar de inhoud
Nieuwe site! Tijdelijk €10 korting op je eerste jaar Premium met code NIEUWESITEbekijk Premium.

Sprookjesgedichten

Er was eens… een pagina vol sprookjesgedichten. Dichters herschrijven hier bekende sprookjes, verzinnen nieuwe en gebruiken wolven, prinsessen en betoverde bossen om iets waars over onze eigen wereld te zeggen.

KRACHT VAN MYTHEN

Een onschuldige spiegel
kan in alle eenvoud
een monsterachtige vijand
zonder moeite verslaan

helden van de Griekse oudheid
houden dit glimmende kijkglas
voor het gruwelijke gezicht
van hun belager
en de gevreesde
is meteen onschadelijk

later in de Middeleeuwen
sterven draken bij het zien
van hun eigen spiegelbeeld

die geschiedenissen
bereiken onze vriend Tom Poes
zijn angstaanjagers
maakt hij machteloos
door henzelf niet aan te kijken
maar hun aanzien in de spiegel.

Bekijk

TEHUIS VINDEN

De tekenstift danst talloze uren
op verlangend papier, ontvangt mijmering
uit ver gebied of eigen omgeving,
voelt in zich helpende én kwade vuren.

Tom Poes' en heer Bommels avonturen
mogen elke hen gewijde tekening
vol wijs gebeuren en toverschepping
naar het rijk der wonderverhalen sturen.

Gedachten rondom de afbeeldingen
zoeken hun vermoede geboortegrond,
bereiken dit met triomferend zingen.

Eiland Ierland was het, dat sprookjesaard zond!
Hier zweven voorgoed herinneringen
aan onze Rommeldamse vrienden rond.

Bekijk

Alchemie in een Nieuw Kleedje

Er was een tijd van elfjes
Die rond een mens fladderden
Ze fluisterden in zijn oren
Woorden die nooit gekend zijn

Er was een tijd van bomen
Die een mens begroetten
Tonen gestuurd door wortels
Klonken onverstaanbaar

Er was een tijd van kabouters
Die met mensen dolden
Hun gesnurk onder de grond
Drong tot ver boven door

Er was een tijd van feeën
Met ogen waarin je verdronk
Ze eisten mannenblikken voor zich op
Vrouwen aan de haal met sprookjes

Die tijden zijn allang voorbij
Een truffel met een vleugje magie
De deur wordt op een kier gehouden
Een glimp is dikwijls genoeg

Bekijk

De vos en de wolf

Al jarenlang waren zij elkaars beste maatje.
Samen op jacht, samen spelen, ze waren een bijzonder paartje.
Al had de vos soms andere voorkeuren dan de wolf,
samen waren zij magisch, onverslaanbaar als een vloedgolf.
De vos was slim, sierlijk, snel en ietswat schuw.
Ondanks haar lengte stond zij nooit in de wolf haar schaduw.
De wolf was dapper, soms iet te goedlachs en loyaal.
Altijd in voor avontuur en een nieuw verhaal.

Al was de vos soms even zoek of toevallig net niet thuis,
de wolf wist: ze komt uiteindelijk wel weer thuis.
Ze waren samen al in vele bossen geweest.
Zo veel gevechten gewonnen, soms werden ze zelfs gevreesd.
Niets of niemand kon hen stoppen, niets hield hen tegen.
Ze waren gewaagd aan elkaar en zeker niet verlegen.

Ze kenden de wegen op hun duimpje.
Elk blaadje, elk paadje en ja, zelfs ieder konijnenpluimpje.
Ze renden en renden, totdat ze bij 'het einde' waren.
Daar konden ze samen uren in de diepte staren.
Wat was daar aan de andere kant van 'het einde' in de diepte?
Dat was een terrein waar de wolf zich liever niet in verdiepte.

Ze kwamen vaker terug op dit punt,
ook toen de wilde haren al wat waren uitgedund.
De wolf aanschouwde het, maar de vos wilde erheen.
De vos wist: als ik ga, dan ga ik alleen.
Ze spraken samen over deze plek: 'het einde'.
Alsof deze plek naar de vos lonkte en seinde.
Het zinde de wolf niet en zij wilde de plek niet meer bezoeken.
De wolf wilde graag andere bestemmingen in de buurt zoeken.

Steeds vaker was de wolf weer terug bij haar eigen roedel.
Al meer dan eens had ze staan wachten op de vos voor Jan Doedel.
De vos deed steeds meer haar eigen ding en bezocht steeds vaker 'het einde'.
Op een gegeven moment zagen de vos en de wolf elkaar nog maar soms in het weekeinde.

Op een doodgewone dag voelde de wolf dat de vos was heengegaan.
Ze was niet zomaar even weggegaan; ze was hier ver, ver vandaan.
De vos was naar 'het einde' gelopen en had de sprong gewaagd.
De vos had het gewoon gedaan, niets overlegd of gevraagd.

De wolf kon het niet geloven, niet bevatten wat er nu was gebeurd.
In haar dromen zei de vos: 'Ik heb 't goed nu, wees niet getreurd.'
Ze vertelde zelfs dat ze al die tijd liever geen vos had willen zijn.
De wolf had het niet geweten of gezien, al haar verdriet en haar pijn.
Door de sprong was ze verlost, nu eindelijk echt vrij.
De bijzondere tijd tussen de vos en wolf blijft haar altijd bij.

Bekijk

De kronieken van de wezeltjes deel 3

De tijd reikt zover dat papa en mama wezel aangekomen zijn bij het einde van hun leven.
Ze zijn op, hebben hun tijd gehad, kunnen niet meer en hebben alles gegeven.
Maar wie zorgt er nu voor hun dochter, die verzorgd wordt en gehecht is aan alles hier?
Straks gaat het helemaal mis en wordt ze misschien zelfs opgegeten door een wild dier.
Papa en mama wezel verlaten deze wereld en er wordt afscheid genomen.
Zoonlief zegt gedag en zijn zusje heeft het gevoel dat haar alles is ontnomen.

Haar broer wil niet voor haar zorgen en zoekt een opvangplaats voor 'ongelukkige wezels'.
Er zitten allerlei soorten, ook loensende zoals zij, maar er zitten ook kwezels.
Ze wil hier niet naartoe, wil hier niet zijn en wil niet blijven, maar ze weet dat het moet.
Ze denkt terug aan haar gouden leven als ze daar zit en jammert: 'Jeetje, wat had ik het toen toch goed.'

In het begin komt haar grote broer zo nu en dan nog weleens op bezoek.
Totdat hij de laatste keer van de opvang vertrok, met een hoop getier en gevloek.
Toen kwam niemand meer langs en kroop de tijd voorbij.
Iets wat zij zich nooit eerder had afgevraagd was: 'Ligt het misschien aan mij?'.
In onwetendheid blijft zij wachten, eenzaam tot haar tijd gekomen is.
Ze slijt haar tijd alleen, tergend langzaam en in droefenis.

La Fin.

Bekijk

De kronieken van de wezeltjes deel 2

Vader wezel weet niet wat het is, maar hij voelt iets van binnen; iets is er niet pluis.
Ligt het aan hem, zijn taken, zijn leeftijd of is het misschien wel het te kleine huis?
Hij besluit op zoek te gaan naar een nieuw onderkomen en heeft een prachtig kasteel ontdekt.
Het biedt alles wat zijn gezinnetje nodig heeft: een tuin, een terras, iedereen een eigen slaapkamer, het is perfect.

Vader wezel wil graag op deze onbekende plek met zijn gezin opnieuw beginnen.
Hij wil weer vrolijk zijn en samen met zijn vrouw en kinderen het van geluk uitzingen.
Moeder wezel ziet het al van mijlenver aankomen en stemt gedwee in met de verhuizing.
Ze weet dat ze 'haar stiekeme liefde' niet meer zal zien en kijkt droevig naar haar trouwring.

De kinderen en vooral moeder moeten erg wennen, maar vader is in zijn nopjes.
Hij is zelfs zo vrolijk, hij lacht, hij geniet en vertelt iedereen die het horen wil grappige mopjes.
Moeder wezel moet haar best doen, heeft zichzelf voorgenomen om er iets van te maken.
Ze richt zich op nieuwe dingen en ontwikkeld hobby's zoals tuinieren en schaken.

De kinderen hebben hun plekje gevonden en worden al snel volwassen.
Ze hebben het best oké en best fijn; ze weten zich aan te passen.
Tot de donkere dag daar is gekomen en het noodlot heeft toegeslagen.
Het doet zo veel pijn dat het bijna niet is te verdragen.
De jongste zoon is verdronken tijdens een reisje met zijn moeder.
Zowel mama als papa wezel voelen zich verloren en gefaald als opvoeder.
Het niet zo snuggere zusje heeft haar lievelingsbroer verloren.
Aan haar oudste broer heeft ze niets; ze kunnen zich enkel aan elkaar storen.
Zelfs nu kunnen ze niet met elkaar praten, begrijpen elkaar niet; dit deden zij eerder ook nooit.
Deze donkere gebeurtenis heeft het leven van de wezeltjes overhoop gegooid.

Mama wezel kan het niet aan en raakt verslaafd aan het eten van bepaalde paddenstoelen.
Dan hoeft ze de intense pijn van het gemis van haar zoon even niet te voelen.
Papa wezel weet niet wat hij moet doen en verstopt zich in de jacht naar proviand.
Hij wil het niet voelen; hij is bang dat hij door verdriet wordt overmand.
De oudste zoon, nu de enige, gaat weg en verhuist terug naar het magische bos.
Anders kan hij niet verder met zijn leven; het laat hem daar niet los.
Zijn zusje is verdrietig, maar snapt er eigenlijk maar erg weinig van.
Er gebeurt zo veel in haar leven, dingen die ze eigenlijk niet begrijpen kan.

Steeds ouder en ouder worden alle overgebleven wezeltjes.
Het zusje woont nog steeds thuis, want dat vindt ze lekker knus.
Papa en mama wezel zijn ondanks alles nog steeds samen.
Al is er niet veel over van wat er ooit was, ze doen wat hen betaamt.
Papa wezel begrijpt niet goed waarom hun dochter toch zo is zoals ze is.
Er is iets niet helemaal in orde, er is iets geks met haar, maar wat is er toch mis?
Papa, mama en dochterlief bezoeken hun nu nog enige zoon in het magische bos.
Hij woont daar prachtig, in het huisje onder het fluweelzachte groene mos.
Zijn ouders kijken met trots naar hem op en gezamenlijk proosten ze op het leven.
Maar een liefdevolle knuffel is iets wat de broer zijn zus maar niet lijkt te kunnen geven.
Niemand weet waar dit vandaan komt, behalve moeder wezel.
De waarheid knaagt aan haar, tot in het diepst van haar vezel.
Dit geheim zal nooit uitkomen, want zij neemt het mee tot in haar graf.
Ze kan het niet zeggen, ze kan zich niet uiten en vindt zichzelf maar laf.

Bekijk

De kronieken van de wezeltjes deel 1

Er waren eens 5 wezeltjes: papa, mama, de oudste broer, het middelste zusje en het jonge broertje.
Vader was dol op zijn kroost en verwende mama wezel weleens zomaar met een parelsnoertje.
Ze verbleven in een magisch bos, in het holletje van een verdwaalde muis, de eerdere bewoner.
De wezels waren zoals ieder ander, niets geks, niets vreemds en op het oog niets ongewoner.
Toch was er iets opmerkelijks aan de hand in dit gezin....
Daarvoor moeten we terug naar het allerbegin.

Papa en mama wezel waren na hun eerste ontmoeting smoorverliefd.
Dat ze niet veel later trouwde, was in het magische bos zo doorgebriefd.
Al snel was er een eerste kindje geboren, een gezonde zoon, net als zijn vader.
De jongen zat vol energie, groeide en groeide en werd steeds groter en zwaarder.
Papa wezel was veel op pad voor voeding, kleding en was op zoek naar een groter huis.
Mama wezel gaf aandacht, tijd en liefde, maar was wel veel alleen thuis.

Hun zoon at enkel zeldzame eieren, waardoor vader langer moest zoeken en langer wegbleef.
Mama wezel was blij met haar zoon, maar haar gevoel van eenzaamheid steeg.
Dit verliep zoals het ging en werd het nieuwe patroon van het gezin.
Maar bij mama wezel groeide er onvrede vanuit haar hart, van binnen in.

Er werd gefluisterd dat er een vrijgezelle wezel rondliep in het bos, op zoek naar gezelschap.
Hij loensde een beetje, was niet de snelste of de slimste en eigenlijk ook helemaal niet knap.
Mama wezel had over hem gehoord en ontmoette hem; ze raakten op elkaar gesteld.
Ze hield zelfs stiekem een kalender bij, waarop ze dagen dat papa wezel op pad is aftelt.

Papa wezel had niets in de gaten en was trots op zijn vrouw, zijn zoon en zichzelf.
Hij moest wel heel hard werken, maar verder ging zijn leven toch eigenlijk vanzelf.
Papa en mama wezel wilde samen nog een kindje, zeiden ze tegen elkaar.
Papa wezel was druk in de weer en maakte samen met mama wezel de babykamer klaar.
Na vijf weken was ze dan geboren; het was een dochter, hun kleine meisje.
Wat leken ze toch blij en samen zo gelukkig in hun misschien iets kleine paleisje.

Wel gek, het meisje zag er een beetje anders uit dan haar broer; ze loensde een beetje.
Ze was niet erg snel en niet zo slim, maar dat maakte papa wezel niet uit, want zij was zijn trofeetje.
Mama wezel was niet ongelukkig met papa wezel, maar ze wilde meer.
Ze snakte naar haar loensende wezel en sprak stiekem af, keer op keer.
Als vanzelf verstrijkt de tijd en werden de kinderen steeds groter en ouder.
Haar hart voor papa wezel en de kinderen is liefdevol, maar werd steeds een beetje kouder.

Papa wezel heeft de beste speurneus van het bos en haalt zijn delicatessen van ver.
Wat is het toch een hele man zo; zijn chique blouse past perfect bij zijn nette colbert.
Papa wezel lijkt zijn geluk niet op te kunnen, want mama wezel bevalt van een jongen.
Wat is hij schattig, lief en klein, ook al loensen zijn oogjes wat en is hij wat gedrongen.
Het maakt mama en papa wezel niet uit, want ze zijn gelukkig en compleet.
En het geheimpje is iets wat alleen mama wezel weet.

De kinderen worden groter en groter en gaan naar de speciale wezelschool.
De oudste is zeer getalenteerd, kan daadwerkelijk alles en speelt zelfs viool.
Het meisje doet wat haar gevraagd wordt, maar begrijpt niets van school.
De andere wezels pesten haar en noemen haar zelfs 'mongool',
De jongste behaalt zijn diploma, al is het met de hakken over de sloot.
Maar hij gaat door met opgeheven hoofd en houdt zich groot.

Bekijk

Een klein vogeltje keek angstig naar buiten uit het raam.
Als zij daar zou vallen, zou ze dan weer op kunnen staan?
Het kleine vogeltje durfde met haar puntige snaveltje niet te fluiten.
Ze was zelfs een beetje bang voor haar eigen reflectie in de ruiten.

Het kleine vogeltje zag zichzelf niet; ze was vooral gefocust op alle anderen.
Ze dacht dat zij de touwtjes in handen hadden en de wereld zouden veranderen.
Het kleine vogeltje bleef zitten waar ze zat, daar in het kleine huisje.
Doordat ze zo onopvallend en stil was, leek ze eerder op een muisje.

De tijd verstreek en het vogeltje groeide en groeide en werd almaar groter.
Ze kreeg een prachtige glans over haar veren en werd zelfs een klein beetje trotser.
Zou ze nu wel durven vliegen, misschien zelfs naar plekken die ze niet kende?
De wereld lonkte naar haar en zei: Ga met mij mee naar het onbekende'.

Het inmiddels niet zo kleine vogeltje spreidde haar vleugels en vloog zo ver als ze kon.
Ze vloog verder dan ze ooit geweest was en dit is waar haar nieuwe leven begon.
Ze zag dingen die ze nooit eerder gezien had, zong met soortgenoten en at smakelijke insecten.
Ze vloog door bloemenvelden, boomgaarden en zag hoe de sterren de nacht toedekten.

Na een behoorlijke tijd vloog ze terug naar het huisje, maar het paste niet meer.
Bij binnenkomst beschadigde ze haar vleugel en dat deed even zeer.
Ze was het huisje ontgroeid, het was te klein, het hoorde niet meer bij haar.
Wanneer ze voor de allerlaatste keer uitvliegt, kijkt ze nog eenmaal om en is ze erg dankbaar.

Bekijk

EFTELINGWENS

In milde winter
die spoedig verdwijnt
staan geurige viooltjes
en frisse heidestruikjes
samen dubbend bij elkaar
verwelkomen de sprookjesstem
welke geen jaargetijde kent
onverwoestbare bloei bezit.

Bekijk

ZAKELIJK SPEUREN

Ambtenaar Dorknoper
heeft grote hamstertanden
hamstert geweldig
met belastingpapieren
knijpt en krast bij opwinding
zijn wippende bril
die krasjes en deukjes krijgt
jaagt al te graag op het geld
van goedmoedige heer Bommel
terwijl slimme Tom Poes
de vergaarder van bedragen
spitsvondig mild weet te stemmen.

Bekijk

BOMMELDINGS SPROOKJE

De aard van oude volksvertellingen
verheugt zich om heden nog zijn wezen
te mogen beelden tijdens het lezen
van opkomend verhaal met tekeningen.

Tom Poes' en heer Bommels belevingen
zijn vol tovergebeuren, dat doet vrezen,
dankzij list, uit rustig denken verrezen,
wordt bestreden; opluchting mag zingen.

Bij onderneming dringt reuze wonder
in de zakelijke, wereldse geest
als onverwachte, heersende donder.

Wie, geleid door zwevende gedachten leest,
ziet hoe vrijuit en vanzelf, toch bijzonder,
Nuchterman en Wensfee opgaan in één feest.

Bekijk

Een onverwachte Voyeur

Ik heb pas een kabouter gezien
Hij woont in een holle boom
Of hij blijft valt nog te bezien
Ik dacht eerst dit is een droom

Maar hij leek mij zo echt
Dat ik nu in dwergen geloof
Ik heb hem op foto vastgelegd
Die werd onthaald op ongeloof

Bij mooi weer in de tuin
Maakt hij soms wat lawaai
Kruipt hij in een boomkruin
En merken we zijn zwaai

Mijn vrouw noemt Karen
Je ziet hem naar haar staren
Ze heeft geen bezwaren

Bij het minste streepje zon
Toont ze haar grote balkon
Zijn blik heeft een groot bereik
Want langs boven is er inkijk

Tot een grofgebekt iemand klinkt
De moed hem in de schoenen zinkt
En hij naar zijn kaboutervrouw hinkt

Bekijk

Heks met Kat

Het was donker, de maan was vol
Plots klonk er een luid geklop
Ik lag maar net onder de wol
Met veel tegenzin stond ik op

Een heks maakte zich bekend
Ze had onderweg pech gehad
En vroeg met een vreemd accent
Of ik wat te eten had voor haar kat

‘Reis jij altijd op die manier?’
‘Wie zegt dat ik op reis ben?’
‘Dat is hier niet mijn huisdier’

‘Ik was op zoek naar wat eten’
‘En kwam deze op straat tegen’
‘Ik had vandaag nog niets gegeten’

‘Maar ze is vel over been’
‘Ze moet eerst aansterken’
‘Geen doekjes eromheen’

‘Mijn ketel is weg voor herstel’
‘Dus mest haar maar goed vet’
‘Wat uitstel voor het eindspel’

Bekijk

BLADERSPEL

Op de geliefde Efteling
geven korte regenbui
en haastige zonneschijn
het najaarslover
opduikende schittering
en neerdalende dofheid
tonen sprookjesgebeuren
van het kleurrijke bos
hoe het zich bij de mensen
zowel terug mag trekken
als weer verschijnen.

Bekijk

Een fluister bij de boom

Bladeren vallen zacht
Zelfs tot diep in de nacht
"Die groene pracht
word ik nooit zat", zei ik zacht.
Maar het boommannetje lacht
en fluisterde muiszacht:
"Het is bijna winternacht."

Bekijk

Sprookjes zijn nooit alleen voor kinderen geweest. Achter de pratende dieren en de gelukkige eindes gaan oeroude waarheden schuil over hebzucht, moed, bedrog en rechtvaardigheid, en precies daarom keren dichters er steeds naar terug. In deze verzameling vind je sprookjes in alle bewerkingen: trouw naverteld op rijm, op zijn kop gezet (waarin de wolf eindelijk zijn kant van het verhaal doet), of als spiegel voor de actualiteit, want een sprookje over een kale keizer is nooit lang uit de mode.

Voorlezen, gebruiken, herlezen

Deze gedichten lenen zich uitstekend om voor te lezen: het genre vraagt er bijna om, met zijn vaste formules en zijn ritme van drie wensen en zeven bergen. Ouders en leerkrachten gebruiken ze bij thema-avonden en in de klas; volwassen lezers waarderen vooral de dubbele bodem. En voor schrijvers is het sprookje een gulle vorm: iedereen kent de codes, dus elke afwijking landt meteen.

Wie van verzonnen werelden houdt, kan verder dromen bij fantasie en fictie. Voor de jongste luisteraars zijn er de gedichten voor kinderen, en wat er ’s nachts aan sprookjesstof voorbijkomt, staat bij de gedichten over dromen. Ken jij het geheim van een goed „er was eens”? Schrijf jouw sprookje in verzen — en wie weet leeft het nog lang en gelukkig op deze site.