Direct naar de inhoud

Advertentie

Sprookjesgedichten

213 zelfgeschreven gedichten

Er was eens… een pagina vol sprookjesgedichten. Dichters herschrijven hier bekende sprookjes, verzinnen nieuwe en gebruiken wolven, prinsessen en betoverde bossen om iets waars over onze eigen wereld te zeggen.

Weergave

ROMMELDAMS KANNIBALISME?

Heer Bommel eet vlees van allerlei dieren.
Dat mag hem als beschaafde beer betamen,
wanneer hij met stadsgenoten te zamen
op Slot Bommelstein een smulfeest gaat vieren.

Soms kan een kapoen de tafel sieren;
buurman de Markies zal zich beramen
wat hij straks lovend of lakend moet benamen,
kijkt verstard, zit inwendig te tieren.

De edelman, er uitziend als en hoen,
wil geen medeschepsel van hem eten,
blijft eigen dierlijk voorkomen eer aandoen.

Voor een spijshuis "De Gebraden Haan" geheten,
staat de Canteclaer versteld, besluit koen:
"Hier naar binnen? Tegen mijn geweten!"

0 Bekijk

WAARZEGGERTJE

Zorgeloos komt gans Wammes Waggel binnen
bij heer Bommel, die knorrig roept: "Geen tijd!"
Uit Ollies pijp springt een dwergje, en verwijt:
"Kras op! Ik zal je op de waarheid pinnen!"

Het kwade ventje tiert buiten zinnen;
de onwelkome bezoeker wil hij kwijt,
is tot steeds strenger oordelen bereid,
maar kan door zedenpreken niets winnen.

Vrijuit beantwoordt de vogel boos gebrom
met gein en verrassende kwinkslagen:
kinderlijke spraak slaat in wijsheid om.

De woeste raadgever verdwijnt verslagen.
Die gans, in het daagse leven schijnbaar dom,
verheft zich door spitsvondig te plagen.

0 Bekijk

KRACHT VAN MYTHEN

Een onschuldige spiegel
kan in alle eenvoud
een monsterachtige vijand
zonder moeite verslaan

helden van de Griekse oudheid
houden dit glimmende kijkglas
voor het gruwelijke gezicht
van hun belager
en de gevreesde
is meteen onschadelijk

later in de Middeleeuwen
sterven draken bij het zien
van hun eigen spiegelbeeld

die geschiedenissen
bereiken onze vriend Tom Poes
zijn angstaanjagers
maakt hij machteloos
door henzelf niet aan te kijken
maar hun aanzien in de spiegel.

0 Bekijk

Alchemie in een Nieuw Kleedje

Er was een tijd van elfjes
Die rond een mens fladderden
Ze fluisterden in zijn oren
Woorden die nooit gekend zijn

Er was een tijd van bomen
Die een mens begroetten
Tonen gestuurd door wortels
Klonken onverstaanbaar

Er was een tijd van kabouters
Die met mensen dolden
Hun gesnurk onder de grond
Drong tot ver boven door

Er was een tijd van feeën
Met ogen waarin je verdronk
Ze eisten mannenblikken voor zich op
Vrouwen aan de haal met sprookjes

Die tijden zijn allang voorbij
Een truffel met een vleugje magie
De deur wordt op een kier gehouden
Een glimp is dikwijls genoeg

0 Bekijk

De vos en de wolf

Al jarenlang waren zij elkaars beste maatje.
Samen op jacht, samen spelen, ze waren een bijzonder paartje.
Al had de vos soms andere voorkeuren dan de wolf,
samen waren zij magisch, onverslaanbaar als een vloedgolf.
De vos was slim, sierlijk, snel en ietswat schuw.
Ondanks haar lengte stond zij nooit in de wolf haar schaduw.
De wolf was dapper, soms iet te goedlachs en loyaal.
Altijd in voor avontuur en een nieuw verhaal.

Al was de vos soms even zoek of toevallig net niet thuis,
de wolf wist: ze komt uiteindelijk wel weer thuis.
Ze waren samen al in vele bossen geweest.
Zo veel gevechten gewonnen, soms werden ze zelfs gevreesd.
Niets of niemand kon hen stoppen, niets hield hen tegen.
Ze waren gewaagd aan elkaar en zeker niet verlegen.

Ze kenden de wegen op hun duimpje.
Elk blaadje, elk paadje en ja, zelfs ieder konijnenpluimpje.
Ze renden en renden, totdat ze bij 'het einde' waren.
Daar konden ze samen uren in de diepte staren.
Wat was daar aan de andere kant van 'het einde' in de diepte?
Dat was een terrein waar de wolf zich liever niet in verdiepte.

Ze kwamen vaker terug op dit punt,
ook toen de wilde haren al wat waren uitgedund.
De wolf aanschouwde het, maar de vos wilde erheen.
De vos wist: als ik ga, dan ga ik alleen.
Ze spraken samen over deze plek: 'het einde'.
Alsof deze plek naar de vos lonkte en seinde.
Het zinde de wolf niet en zij wilde de plek niet meer bezoeken.
De wolf wilde graag andere bestemmingen in de buurt zoeken.

Steeds vaker was de wolf weer terug bij haar eigen roedel.
Al meer dan eens had ze staan wachten op de vos voor Jan Doedel.
De vos deed steeds meer haar eigen ding en bezocht steeds vaker 'het einde'.
Op een gegeven moment zagen de vos en de wolf elkaar nog maar soms in het weekeinde.

Op een doodgewone dag voelde de wolf dat de vos was heengegaan.
Ze was niet zomaar even weggegaan; ze was hier ver, ver vandaan.
De vos was naar 'het einde' gelopen en had de sprong gewaagd.
De vos had het gewoon gedaan, niets overlegd of gevraagd.

De wolf kon het niet geloven, niet bevatten wat er nu was gebeurd.
In haar dromen zei de vos: 'Ik heb 't goed nu, wees niet getreurd.'
Ze vertelde zelfs dat ze al die tijd liever geen vos had willen zijn.
De wolf had het niet geweten of gezien, al haar verdriet en haar pijn.
Door de sprong was ze verlost, nu eindelijk echt vrij.
De bijzondere tijd tussen de vos en wolf blijft haar altijd bij.

0 Bekijk

De kronieken van de wezeltjes deel 3

De tijd reikt zover dat papa en mama wezel aangekomen zijn bij het einde van hun leven.
Ze zijn op, hebben hun tijd gehad, kunnen niet meer en hebben alles gegeven.
Maar wie zorgt er nu voor hun dochter, die verzorgd wordt en gehecht is aan alles hier?
Straks gaat het helemaal mis en wordt ze misschien zelfs opgegeten door een wild dier.
Papa en mama wezel verlaten deze wereld en er wordt afscheid genomen.
Zoonlief zegt gedag en zijn zusje heeft het gevoel dat haar alles is ontnomen.

Haar broer wil niet voor haar zorgen en zoekt een opvangplaats voor 'ongelukkige wezels'.
Er zitten allerlei soorten, ook loensende zoals zij, maar er zitten ook kwezels.
Ze wil hier niet naartoe, wil hier niet zijn en wil niet blijven, maar ze weet dat het moet.
Ze denkt terug aan haar gouden leven als ze daar zit en jammert: 'Jeetje, wat had ik het toen toch goed.'

In het begin komt haar grote broer zo nu en dan nog weleens op bezoek.
Totdat hij de laatste keer van de opvang vertrok, met een hoop getier en gevloek.
Toen kwam niemand meer langs en kroop de tijd voorbij.
Iets wat zij zich nooit eerder had afgevraagd was: 'Ligt het misschien aan mij?'.
In onwetendheid blijft zij wachten, eenzaam tot haar tijd gekomen is.
Ze slijt haar tijd alleen, tergend langzaam en in droefenis.

La Fin.

0 Bekijk

De kronieken van de wezeltjes deel 2

Vader wezel weet niet wat het is, maar hij voelt iets van binnen; iets is er niet pluis.
Ligt het aan hem, zijn taken, zijn leeftijd of is het misschien wel het te kleine huis?
Hij besluit op zoek te gaan naar een nieuw onderkomen en heeft een prachtig kasteel ontdekt.
Het biedt alles wat zijn gezinnetje nodig heeft: een tuin, een terras, iedereen een eigen slaapkamer, het is perfect.

Vader wezel wil graag op deze onbekende plek met zijn gezin opnieuw beginnen.
Hij wil weer vrolijk zijn en samen met zijn vrouw en kinderen het van geluk uitzingen.
Moeder wezel ziet het al van mijlenver aankomen en stemt gedwee in met de verhuizing.
Ze weet dat ze 'haar stiekeme liefde' niet meer zal zien en kijkt droevig naar haar trouwring.

De kinderen en vooral moeder moeten erg wennen, maar vader is in zijn nopjes.
Hij is zelfs zo vrolijk, hij lacht, hij geniet en vertelt iedereen die het horen wil grappige mopjes.
Moeder wezel moet haar best doen, heeft zichzelf voorgenomen om er iets van te maken.
Ze richt zich op nieuwe dingen en ontwikkeld hobby's zoals tuinieren en schaken.

De kinderen hebben hun plekje gevonden en worden al snel volwassen.
Ze hebben het best oké en best fijn; ze weten zich aan te passen.
Tot de donkere dag daar is gekomen en het noodlot heeft toegeslagen.
Het doet zo veel pijn dat het bijna niet is te verdragen.
De jongste zoon is verdronken tijdens een reisje met zijn moeder.
Zowel mama als papa wezel voelen zich verloren en gefaald als opvoeder.
Het niet zo snuggere zusje heeft haar lievelingsbroer verloren.
Aan haar oudste broer heeft ze niets; ze kunnen zich enkel aan elkaar storen.
Zelfs nu kunnen ze niet met elkaar praten, begrijpen elkaar niet; dit deden zij eerder ook nooit.
Deze donkere gebeurtenis heeft het leven van de wezeltjes overhoop gegooid.

Mama wezel kan het niet aan en raakt verslaafd aan het eten van bepaalde paddenstoelen.
Dan hoeft ze de intense pijn van het gemis van haar zoon even niet te voelen.
Papa wezel weet niet wat hij moet doen en verstopt zich in de jacht naar proviand.
Hij wil het niet voelen; hij is bang dat hij door verdriet wordt overmand.
De oudste zoon, nu de enige, gaat weg en verhuist terug naar het magische bos.
Anders kan hij niet verder met zijn leven; het laat hem daar niet los.
Zijn zusje is verdrietig, maar snapt er eigenlijk maar erg weinig van.
Er gebeurt zo veel in haar leven, dingen die ze eigenlijk niet begrijpen kan.

Steeds ouder en ouder worden alle overgebleven wezeltjes.
Het zusje woont nog steeds thuis, want dat vindt ze lekker knus.
Papa en mama wezel zijn ondanks alles nog steeds samen.
Al is er niet veel over van wat er ooit was, ze doen wat hen betaamt.
Papa wezel begrijpt niet goed waarom hun dochter toch zo is zoals ze is.
Er is iets niet helemaal in orde, er is iets geks met haar, maar wat is er toch mis?
Papa, mama en dochterlief bezoeken hun nu nog enige zoon in het magische bos.
Hij woont daar prachtig, in het huisje onder het fluweelzachte groene mos.
Zijn ouders kijken met trots naar hem op en gezamenlijk proosten ze op het leven.
Maar een liefdevolle knuffel is iets wat de broer zijn zus maar niet lijkt te kunnen geven.
Niemand weet waar dit vandaan komt, behalve moeder wezel.
De waarheid knaagt aan haar, tot in het diepst van haar vezel.
Dit geheim zal nooit uitkomen, want zij neemt het mee tot in haar graf.
Ze kan het niet zeggen, ze kan zich niet uiten en vindt zichzelf maar laf.

0 Bekijk

Een onverwachte Voyeur

Ik heb pas een kabouter gezien
Hij woont in een holle boom
Of hij blijft valt nog te bezien
Ik dacht eerst dit is een droom

Maar hij leek mij zo echt
Dat ik nu in dwergen geloof
Ik heb hem op foto vastgelegd
Die werd onthaald op ongeloof

Bij mooi weer in de tuin
Maakt hij soms wat lawaai
Kruipt hij in een boomkruin
En merken we zijn zwaai

Mijn vrouw noemt Karen
Je ziet hem naar haar staren
Ze heeft geen bezwaren

Bij het minste streepje zon
Toont ze haar grote balkon
Zijn blik heeft een groot bereik
Want langs boven is er inkijk

Tot een grofgebekt iemand klinkt
De moed hem in de schoenen zinkt
En hij naar zijn kaboutervrouw hinkt

0 Bekijk

Heks met Kat

Het was donker, de maan was vol
Plots klonk er een luid geklop
Ik lag maar net onder de wol
Met veel tegenzin stond ik op

Een heks maakte zich bekend
Ze had onderweg pech gehad
En vroeg met een vreemd accent
Of ik wat te eten had voor haar kat

‘Reis jij altijd op die manier?’
‘Wie zegt dat ik op reis ben?’
‘Dat is hier niet mijn huisdier’

‘Ik was op zoek naar wat eten’
‘En kwam deze op straat tegen’
‘Ik had vandaag nog niets gegeten’

‘Maar ze is vel over been’
‘Ze moet eerst aansterken’
‘Geen doekjes eromheen’

‘Mijn ketel is weg voor herstel’
‘Dus mest haar maar goed vet’
‘Wat uitstel voor het eindspel’

0 Bekijk

De Fabeltjeskrant

Vouw een bh van papier

Voor de gezusters Mier.

Ze staan in de Fabeltjeskrant

En hebben het verdiend.

Voor ijver krijgen ze een 10.
Tuut – Tuut – Tuut – Tuut.

0 Bekijk

Er was eens....

Er was eens een heertje

Zo licht als een veertje

Hij waaide met alle winden mee

Over land en over zee

Er was eens een vrouwtje

Die zwierde aan een touwtje

Ze waaide met alle winden mee

Over land en over zee

Een stevige windvlaag

Blies hen beiden omlaag

Dag meneertje

Zo licht als een veertje

Dag mevrouwtje

Met je touwtje

Zullen we samen gaan vliegen

Heerlijk op de wind wiegen?

Nee, zie het vrouwtje

Ik heb een koutje

Zie je dat ik een beetje beef?

Ik heb genoeg van dat gezweef.

Ik wil een man en een huis

En een keuken met een fornuis.

Tja, zei de man

Ik weet niet of ik dat kan

Ik ben een heertje

Zo licht als een veertje

En ik waai met alle winden mee

Over land en over zee

Ik weet iets, zei het vrouwtje

Ik knoop je vast aan mijn touwtje!

Dan zijn we nu een paar

En voor altijd bij elkaar.

Nu zitten ze dus vast

En dat is vaak een last

Soms willen ze leven

Vliegen en zweven

Over zee en over land

Over wegen en over strand.

Maar ze zijn aan elkaar geknoopt

Beiden hadden op meer vrijheid gehoopt.

Op een dag zei het vrouwtje

Ik knoop je los van mijn touwtje.

Je bent nu vrij

Ben je niet blij?

Jawel, zei het heertje

Maar het is nu geen weertje

Om te vliegen of te zweven

Daarom blijf ik nog maar even

En hij noemde het vrouwtje

Zijn lief schatteboutje

En gaf haar een luchtkus

En zo eindigt het verhaal dus.

0 Bekijk

sprookjes

In het rijk van sprookjes, waar dromen ontstaan,
Een wereld vol magie, waar verbeelding kan gaan.
De maan fluistert verhalen aan de nacht,
Een betoverend landschap, in sterrenpracht.

Bij de rivier van woorden, stroomt de taal,
Een eindeloos avontuur, een kleurrijk verhaal.
De bergen van kennis, hoog en wijs,
Een reis door pagina's, als een eindeloos reis.

De bries draagt liederen van lang vervlogen tijd,
Een symfonie van herinneringen, zachtjes verblijd.
De zon schildert de hemel in tinten van goud,
Een palet van ervaring, wijsheid en oud.

De dansende bladeren in het woud van poëzie,
Verhalen geweven in de lucht, als een melodie.
Steden van cultuur, met geschiedenis omgeven,
Een wereld vol verhalen, in elk hoekje verheven.

In het doolhof van emoties, een ingewikkeld pad,
Een gedicht van het leven, soms blij, soms wat mat.
Dus reis door de pagina's van dit betoverend boek,
Een gedicht voor de ziel, een poëtisch bezoek.

0 Bekijk

halloweenpret

in de duistere avond en nacht van Halloween
werpt bleek de maan haar schimmige gloed
waarmee zij de wereld in spookachtig waas hult
fluisteren ons de spoken, heksen en griezels

angstaanjagende geesten met grijnzende tronies
zweven door schaars verlichte straten en stegen
in het duister rammelen botten en kraken beenderen
die vrees beklemming en angst duivels doen voelen

kinderen in bloedstollende kostuums gestoken
met pompoenen vol griezelig verlichte gezichten
kloppen jammerend of gillend aan onze deuren
zij krijten onheilspellend “een snoepje of ik schiet”

toch vieren wij deze avond met een lach en een grol
even ontsnappend aan de vaak alledaagse routine
groot en klein genieten de magie en het mysterie
van wat de herfst als vallend blad de lucht in zucht

0 Bekijk

Sprookjes zijn nooit alleen voor kinderen geweest. Achter de pratende dieren en de gelukkige eindes gaan oeroude waarheden schuil over hebzucht, moed, bedrog en rechtvaardigheid, en precies daarom keren dichters er steeds naar terug. In deze verzameling vind je sprookjes in alle bewerkingen: trouw naverteld op rijm, op zijn kop gezet (waarin de wolf eindelijk zijn kant van het verhaal doet), of als spiegel voor de actualiteit, want een sprookje over een kale keizer is nooit lang uit de mode.

Voorlezen, gebruiken, herlezen

Deze gedichten lenen zich uitstekend om voor te lezen: het genre vraagt er bijna om, met zijn vaste formules en zijn ritme van drie wensen en zeven bergen. Ouders en leerkrachten gebruiken ze bij thema-avonden en in de klas; volwassen lezers waarderen vooral de dubbele bodem. En voor schrijvers is het sprookje een gulle vorm: iedereen kent de codes, dus elke afwijking landt meteen.

Wie van verzonnen werelden houdt, kan verder dromen bij fantasie en fictie. Voor de jongste luisteraars zijn er de gedichten voor kinderen, en wat er ’s nachts aan sprookjesstof voorbijkomt, staat bij de gedichten over dromen. Ken jij het geheim van een goed „er was eens”? Schrijf jouw sprookje in verzen — en wie weet leeft het nog lang en gelukkig op deze site.