HOGE BEDOELING
God heeft wellicht onvatbare wegen
voor een ieder: al wat misschien opblinkt.
verwint, plotseling of langzaam verzinkt,
en valt alles ogenschijnlijk tegen.
Op een schoon beekje roffelt regen,
geselt het water, dat dan naar modder stinkt.
Schier belemmerd door takken en stenen dringt
de stroom verder, onthutst en verlegen.
Zichzelf verliezend bruist de kleine mond,
gaat vloeiend met Wijdte mee, schept lichtglans:
een regenboog springt op, danst in het rond.
Zeven kleuren komen tot rust, spreken thans:
"Stil gelovend zwoegen, laag bij de grond,
straalt in d' Oneindigheid als lauwerkrans."
Religieuze gedichten
Geloven is van alle tijden en alle kleuren. Deze religieuze gedichten gaan over God, gebed en het heilige in het gewone, geschreven vanuit uiteenlopende tradities en persoonlijke overtuigingen.
DRIE MAAL BIDDEN
's Morgens vroeg God aanroepen
toont pas ontwaakt wolken
vol stralende gouden glans
om de komende uren
opgewekt tegemoet te gaan
midden op de dag
onder felle zonneschijn
zware lucht of onweer
de Heer om kracht vragen
geeft zegen bij het daagse doen
en voor wachtende verte
's Avonds laat
de Hemelse Vader danken
je te mogen geven
aan het omringende zwart
dat je ziel ledigt om zich
opnieuw te kunnen vullen.
WOELIG MAAR KORT
De tijd wordt geknecht door veranderingen.
Men ziet om naar verleden vol schoonheid,
denkt onzeker aan wat de toekomst bereidt:
angstige beelden of zegeningen?
De wereld krioelt van belevingen
met vluchtige aard of hecht voor altijd.
Wie zoekt het ruime en voelt zich verblijd
bij 't hoofd opheffen naar Hemelingen?
In het Genaderijk van Hierboven
heerst Gods kroon over alle Aardse jaren;
Zijn schouwend vuur waakt, kan nimmer doven.
't Onzichtbare zal zekerheid baren,
geduldig, onwankelbaar beloven,
wat het leven hierna eens wil verklaren.
Boetvaardige tweekop
Ik vlieg nu zonder duikvlucht
Onderweg naar uw saffieren woord
Onzuinig was ik op uw goeddunken
Louter heetbloedig op de tong
Zwank als kakofonisch affect
Bestorven tot oneigenlijk ressentiment
Meer inert; meer dirigent
Vallend, vallend, vallend, vallend
Stif en weemoedig in een doorgewaaide wal
Dissonant in wederopvoering
Ver van bevrijdingsdrift en buiging
De schubben schoof ik af in uw keel
voordat u kon spreken
Heere Harmonie
Inborst betugeld oppressie niet
Zij was lankmoedig zoals ontij zieden blijft
Zo idyllisch als straffeloosheid
Een spoelen dat niet vervoerd
Achtzaamheid zonder benemen of bevangen
De faculteit in hém zijn
Naar roerloos bevruchten
Planmatig voorts en opwaarts
Gelicht als oogappel en aambeeld
Gejaagde liederen resten in onze geleding
Een kiem; een pol
Dolen als sirenes in een brandend kool
Evoquerend gelenen in de liefdesring,
geven de wijsvinger tragiek te kennen
Vroom boven schraalte, galming en bespiegeling
Alspelend verstilt ze naar implosies van wendbaarheid
Onze weerklank en welwil als een vrijen voorgeleidt
Eerbiedig eet ik de principes van het woord
De soep ontstijgt mijn zelfkastijding
Ik sublimeer hen
Ik douch me koel
Oh geneesheer, onderbewustzijn, uwer elixer,
stuw vijnzing en sluimering derwaarts de horizon
Mijn cocon en aller sepia;
mijn pompende zonnebloem
Noop me ertoe
Grondvest van cactus tot levensboek
Doop me gezeefd en gekoeld
Zalvend als eland
Aanminnig als arend
Snedig tussen palm en bremboom
Ik richt me op aan de reine lucht
Ik vervijf mijn paraplu's
Ik rust in het stof
SCHIETGEBED
In alle haast even vluchtig roepen,
bij plotselinge angst of schrik, tot God,
kan wellicht lijken op verholen spot:
smekingen, die er onbewust uit floepen.
Men wil zich, dankzij zwak gevoel, beroepen
op de Hemel, Die ziet naar ieders lot.
Deze uitspreken, vrijuit wijs of zot,
snellen om de wereld in dolle troepen.
De bende woorden mag zich aaneen rijgen
tot een wild slingerend gedachtensnoer
vol springende spraak naast verzonken zwijgen.
De klankenwirwar is heilzaam werkend voer
voor het groeien van gezonde twijgen
aan de geloofsboom, verfijnd toch sterk en stoer.
Des goden recht
Felle kou op de Olympus
Laat de goden koud,
Zeus flirt met Leta,
Dát laat Hera niet koud.
Apollo en Cassandra doen ’t weer,
Daphne staat er geworteld bij,
Agamemnon strijdt om Troje,
Verliet zijn Poleponnesiche Mycene,
Nabij Korinthe onder de rook
Van door Apollo gestichte Delphi.
Die ook erg vaak verkeerde
Bij de noordse Hyperboreeërs.
Apollo deed het met godinnen,
Aardse vrouwen, nimfen,
En kinderen, zowel jongentjes
Als onschuldige meisjes.
Van de goden niets dan goeds,
Hun is niets menslijks vreemd,
Houden d’mens de spiegel voor,
Zien zo hun eigen menslijkheid niet.
Het vermeende offer
Als het echt zijn zoon had kunnen zijn
hoe zou God dan zo gek hebben kunnen zijn
om hem dood te laten martelen?
Nog erger dan de waanzin
van Abraham die Isaak offerde?
Het moest blijkbaar
van de priesters en de theologen
voor deel 2 van het verhaal:
het christendom na het jodendom
Met de onzinnige kronkel
dat De Gever Offert
aan de bijgelovigen
die de hemel willen ontvangen
en eens per jaar het hoofd buigen
bij de woorden 'Ontferm U'
— Zyw Zywa
[ Gods vreselijke ]
Gods vreselijke
demonen: afgebeeld als --
goede engelen.
— Zyw Zywa
Gods lot
Toen God sprak met zulke wijze woorden,
was er niemand, niemand, die ze hoorde.
Waren Zijn woorden voor dovemansoren,
of was het dat ze ons niet konden bekoren!
Hel en verdoemenis is niet aan hen besteed,
het was voor hen niet meer dan een kreet
om aandacht, wat men hem toen verweet
en daarom helemaal niemand die iets deed.
Weinigen aanbidden nog de Here God.
Op den duur wordt dus Zijn bittere lot,
dat Hij eenzaam, alleen God zit te wezen,
om in Zijn eentje de bijbel voor te lezen.
[ Heeft God zich verstopt ]
Heeft God zich verstopt
op een onvindbare plaats?
Diep in ieders hart?
— Zyw Zywa
GEVALLEN ZIEL
De Bijbelse man, die het naarste sticht
in mijn gemoed is Salomo, de koning.
Hij dient de Heer met hoge verering,
bestiert een rijk vol blinkend aangezicht.
Omgeven door Hemels genadelicht
wijdt de vorst onder lof en aanbidding
een tempel; in verte en omgeving
zoekt en geniet men zijn wijs onderricht.
De regeerder wil vele malen trouwen,
verzorgt en bewondert afgodsbeelden
van diens duizend, schier onbekende vrouwen.
De sterke wijze gaat zich meer verbeelden,
om niet langer op God te vertrouwen:
gehouwen steen mag zijn geloof beelden.
NACHTELIJK ZUYLEN
Breda 's grote begraafplaats in het late zwart
wordt kleurig gestreeld door zachte handen
uit Hemels licht, die liefkozend landen
op dit oord, waar men rust na vreugde en smart.
Lampen vol glanzend groen bemoedigen hard
het verlegen roze, dat teer wil branden
naast lage schimmige loverranden.
Helder blauw schijnt verspreid: een verblijd hart.
De fraaie, opwekkende verlichting
tussen zerken is een plechtig afscheid
van ieders verlopen aardse levensstrijd.
Een kleine luister naar de bestemming
van elke sterveling: de ontmoeting
met God, bij Hem te toeven zonder tijd.
Stoomkraker
Het is warm hier beneden
Bitumen schuurt in de klei
dampend in de poriën
van de stoomkraker
De schoorsteen vult
zich met etheen, onder
de stop, de navel
van moeder aarde, tot in
een nieuwe sterrenmaand
een heilige show begint
een vrouw naar de kruk geleid wordt
een man onder haar de navel opent
hem plechtig neerlegt
onder het baldakijn en de priesters
uit de stank gaan staan om met
geveinsde aandacht te luisteren
Ze raakt bedwelmd en raaskalt
Ze is in een trance van onwetendheid
Ze wordt licht in haar hoofd
Ze verliest steeds meer hersencellen
— Zyw Zywa
[ In het schemerlicht ]
In het schemerlicht
van de tempel vindt mijn geest --
alleen maar leegte.
— Zyw Zywa
[ De sjamaan begroet ]
De sjamaan begroet
de geesten, hun wijsheid zweet --
uit zijn poriën.
— Zyw Zywa
Religieuze poëzie is zo oud als religie zelf: bidden en dichten liggen dicht bij elkaar, omdat allebei taal zoeken voor wat groter is dan wijzelf. Op deze pagina vind je die zoektocht in vele vormen. Dankgebeden op rijm en stille verwondering over de schepping. Worstelgedichten van gelovigen die twijfelen en twijfelaars die toch blijven bidden. Gedichten bij kerkelijke momenten (doop, belijdenis, uitvaart) naast heel persoonlijke geloofsverhalen die nooit een kerk vanbinnen zagen.
Het verschil met een liedbundel of gebedenboek: hier lees je geloof zoals het vandaag geleefd wordt, met alle vragen van deze tijd erbij. Dat maakt deze gedichten bruikbaar én herkenbaar: voor een overdenking, een kringavond, een kaart aan iemand die het moeilijk heeft, of gewoon voor jezelf op zondagochtend.
Tradities en dwarsverbanden
Wie specifiek christelijke poëzie zoekt, vindt de grootste verzameling bij de christelijke gedichten; vanuit de islam geschreven werk staat bij de islamitische gedichten. Zoekers buiten de gebaande paden voelen zich vaak thuis bij de spirituele gedichten. En als geloof, hoop of twijfel bij jou weleens in versvorm naar buiten komt: hier is een plek waar het gelezen wordt — met respect, ook door wie anders gelooft.