mij word niet gevraagd wat mij dwarszit.
Ook niet waat ik mee zit noch waar ik aan denk.
Als ik ga stappen, sta ik in de weg en wordt ik aangekeken alsof ik in de weg sta, dat ik niet aangekeken moet worden en dat er iets is als ik aangekeken wordt.
Ik word ongezien, gezien, maar toch ben ik onzichtbaar.
al die tijd, altijd... sta ik in de weg maar wordt er niet op mij afgestapt of wordt ik niet aangesproken.
Wat heb ik gedaan dat ik niet gezien mag worden, wanneer word ik wel gezien?
Als ik denk dat ik eindelijk gezien word, wordt ik met een middelvinger beloond; mijn maat geeft me een middelvinger. Hij wilt er goed uitkomen, ook als ik meer afreken dan dat ik had moeten betalen.
Ik doe hem een gunst maar het geeft mij een onfijn gevoel. Ik denk mee maar hij heeft geen besef. 18 jaar vriendschap, niet naar de kloten maar slechts een fractie van zijn beoordelingsvermogen... onze vriendschap is zo vergeten maar niet vergeven.
morgen wordt ik wakker en ben ik het vergeten. hetzelfde moment was hij het al kwijt.
Mijn gedachten doen er niet toe, een persoon als ik kan toch niets veranderen.
zelfs niet voor vrienden zoals hij of kennissen,, een man doet wat hem alleen goed lijkt om er van te kunnen genieten.
ik ben niet eens alleen, ik ben niets...
tig gedichten zijn zo geëindigd, minder begonnen.
Mensen van mijn formaat krijgen de aandacht of het verdriet.
Een persoon als ik krijgt het alleen als hij zichzelf laat zien.
wat moet ik doen zodat ik mijzelf onder de medemens kan begeven, zonder op te vallen?
Iedereen denkt; wat lijkt het mij fijn om zo te zijn, maar ik heb me er al 15 jaar slecht door gevoeld, elke keer als ik de deur uitstap.
niemand die ziet of mij vraagt, wat er dwarszit..