De vogelaar
Vogelen was zijn lust,
Was zijn leven zeer op belust,
Alleen die ooievaars,
Daar moest ie niets van hebben,
Liet ie aan zich voorbijgaan,
Ook de kleintjes lieten hem koud,
Rietzangers zijn z’n favoriet,
Die hebben minder noten
Op hun zang,
Strookt meer met zijn belang,
Ook strandlopers
Staan hem bij mooi weer aan,
Ook roodborsten ziet ie graag aan,
Maar aan ’n blauwborst
En ’n putter,
Vindt ie niks aan.
Was zijn leven zeer op belust,
Alleen die ooievaars,
Daar moest ie niets van hebben,
Liet ie aan zich voorbijgaan,
Ook de kleintjes lieten hem koud,
Rietzangers zijn z’n favoriet,
Die hebben minder noten
Op hun zang,
Strookt meer met zijn belang,
Ook strandlopers
Staan hem bij mooi weer aan,
Ook roodborsten ziet ie graag aan,
Maar aan ’n blauwborst
En ’n putter,
Vindt ie niks aan.
Mooi gedicht? Klik op het hartje — je like komt meteen bij je likes te staan.