we sliepen lang uit
we sliepen lang uit, die ochtendal vroeg gewekt door het ritme van de natuur
keken we met halfopen ogen naar de tijd
en zagen dat de leegte achter de gordijnen
ons geen ruimte liet voor nieuwe daden
ondanks de aandrang en het klarend grijs
keerden wij de dageraad de rug toe en
schoven we de lakens tot over onze neus,
de zucht bleef hangen in het katoen dat
even de geur van blekende was opriep
rusteloos hield ons de schijnslaap
het ir-ri-tan-te gaatje in het gordijn
priemde aanhoudend de dag naar binnen
naar binnen, beginnen, we boden verzet maar
de geur van koffie was al voorbij de gedachte
Femia Cools — dichters.nl/overige-gedichten/1458601-we-sliepen-lang-uit/