Zin
Heb jij ook zo’n zin?
Zin? Wat, hoe, waarin?
Nou, waar ik dus zin in heb!
Oh, dát! Ja, dáárin heb ik ook trek!
Nú? Hier? Of liever ….?
Oh, hier is prima,
Maar als jij liever …?
Neen hoor,
Ik vind hier ook goed!
Oké, dan doen we dat!
Niet elk gedicht laat zich in een hokje duwen. Hier verzamelen zich de buitenbeentjes: gedichten die dwars door thema’s heen fietsen of juist over iets heel eigens gaan, en daar vaak des te verrassender door zijn.
Heb jij ook zo’n zin?
Zin? Wat, hoe, waarin?
Nou, waar ik dus zin in heb!
Oh, dát! Ja, dáárin heb ik ook trek!
Nú? Hier? Of liever ….?
Oh, hier is prima,
Maar als jij liever …?
Neen hoor,
Ik vind hier ook goed!
Oké, dan doen we dat!
Soms gaan de dagen aan me voorbij.
Geen teken van mijn bestaan.
Alleen voor altijd.
De klok die ongestoord doortikt
Gestroomlijnd zonder houvast
Geen toegevoegde waarde
Altijd alleen.
Dagen die verdwijnen in maanden
Ik grijp weer mis
Geen garantie op wat gaat komen
Alleen.
Hoelang kan ik hier nog blijven?
Klep, klep, klip en klaar,
Stap voor stap in de verte staar
Naar d’einder in ’t verschiet,
Waar je helemaal niets van ziet,
Noch hoort, noch voelt of ruikt,
In duister en in doodse stilte
Verhuld blijft tot in eeuwigheid.
Ik lig wakker, wil
niet fantaseren
niet dromen van jou
niet dromen
dat mijn gedachten zich
in de materie binden
aan een intiem dichtbij
passerend stukje van jou
niet belemmerd
door sociale schotten
maar passerend
door een membraan
en dat er dan ook iets
van jou in mij komt
niet in mijn verbeelding
maar in mij, iets voelbaars
zodat ik niet alleen ben
wanneer ik jouw naam fluister
alleen in een wereld waar
jij niet bent
Op zo weinig mogelijk letten
mijn energie sparen, alleen
vaag aan de rand kijken
wat er gebeurt en afkijken
wat de anderen doen
me gewoon gedragen, zoals
verwacht, zo lang kom ik hier al
en zo vertrouwd voelt het ook
wanneer ik de deur door ga
en zie waar ik ben
Geen fouten maken
zwijgzaam zijn en zo wijs
lijken als ik wel ben
maar niet meer op afroep
alleen beamend of voorzichtig
hm zeggend met een knikje
welwillend en wachtend
op nadere uitleg als
de ander dat durft of
graag aan het woord is
Met wijd gespreide armen
Lag het bed mij op te wachten,
Een hartelijk welkom,
Duidelijk ook welgemeend.
Ik liet mij in de gespreide armen
Vallen, met een diepe zucht,
Vol blijde verwachting,
Naar mijn welverdiende rust.
Ik droomde van verre reizen,
Naar onbekende oorden,
Meegevoerd
Op zachte, koele briesjes.
Ik ontwaak geheel uitgerust,
Gans opgefrist om te beginnen
Aan de nieuwe dag,
Verheugend op de komende nacht.
Naar het echte paradijs wilden we
Weg uit de bedrieglijke droom
Maar we waren los zand
zoals in de woestijn
En we konden er niet heen
Het was al bezet
We zouden moeten vechten
mensen zoals wij
moeten vermoorden
Dus worden we gesmeed
tot bloedbroeders, één volk
van uitverkorenen onder het oog
van een god met dolken
in de handen van zijn dienaars
onder de paradijsvlag
die ons heeft bevrijd
van dwangarbeid voor de rijken
die onze taal niet spreken
We maken omwegen
die over lijken gaan
tot we er zullen wonen
Grondstoffen terugwinnen uit oude producten, niets nieuws onder de zon.
Weet u dat mijn moeder zaliger er al in de jaren veertig mee begon.
Ik noem u als voorbeeld een oude wollen trui die werd uitgetrokken.
Daarmee breidde ze weer een bivakmuts of een paar wollen sokken.
De door pa afgedragen klompen werden zorgvuldig gekliefd tot aanmaakhout voor het fornuis.
Met de niet opgegeten reuzel poetste zij hout en plavuis.
De sintels uit de kachel werd als verharding op het tuinpad gegooid.
Of als het nodig was op de stoep tegen gladheid gestrooid.
Van het van de bij de kolenboer gekregen eierkolen gruis.
Maakte zij koeken met natte kranten voor het fornuis.
Van oude jassen maakte ze dikke dekens tegen de kou.
Wij noemde dat gestikte dekens met een mouw.
Van wat er stuk viel van het servies, bewaarde ze de scherven.
Daarvan maakte zij schilderijen en liet ons die verven.
Zo wist mijn moeder kosten te besparen en ons te leren
Dat alles nog bruikbaar is en vermaakte onze kleren.
Moeder was recycler avant la lettre zal ik maar zeggen.
Menig moderne recycler zou bij haar het loodje leggen.
Cuijk 10 augustus 2016. Auteur Frans uut Kuuk*
*Pseudoniem van F.P.M. Pennings
Niets van deze gedeponeerde tekst mag zonder uitdrukkelijke
Thuiskomen is druk aflaten
De oven kent de margherita
Die fles wijn schreeuwt om aandacht
De tv baart vertier
Thuis is weg van kantoor
Stress kruipt in een hoekje
Druiven doen vergeten
Zapwerk hoort erbij
Ik zink weg in de sofa
Nog net het hoofd boven leder
Knikkebollen houdt me wakker
Mijn vinger: meester in zappen
De tv zuigt mij leeg
Een praatprogramma wiegt mij in slaap
Mijn bed ligt eens graag alleen
Kanaalfietsen op hoog niveau put uit
Chaos op de werkvloer
René met burn-out ontbreekt
De inbox staat op ontploffen
Dat dossier doe ik morgen
Opstoppingen houden me scherp
Mijn auto immuun voor fileleed
Dat verdient een pluim
Beloning volgt: extra oliewissel
Geen zin om te koken fluistert AH
‘Ik wijs je de weg naar een pizza’
Ik hoor de sofa al roepen
‘Doe voorzichtig met die wijn’
Vier wachtenden voor mij
De eerste is grootmoeder
De kassière is bejaardenhelpster
Prietpraat van een hoog niveau
Die kar vult zich niet vanzelf
De pas speelt verstoppertje
Die portemonnee lijkt me klein
Als je de pincode niet meer weet betaal ik wel!!!
Ik zit graag op de fiets
Het landschap gaat traag
Mijn blik kan wennen
Mijn kuiten zijn sterk
Boodschappen met de fiets
De fietszakken doen hun werk
Niet verder dan de buurtwinkel
Vanavond weer een broodje kip
Ik heb geen auto meer
Aan de fiets hang ik vast
Voor de rest van mijn leven
Mijn wereld is klein
De garage staat leeg
Ik kom daar niet meer
Ik ga ze verhuren
Die driewieler blijft
In de avondlucht dwarrelen geruite bladeren
van een veldesdoorn, geveld door de zaag
Hij moest wijken voor
een berg van papier‑maché,
opgestapeld uit jaren
van ochtendkranten
Maar lezen alleen
zou toch genoeg moeten zijn,
niet het smelten van letters
die hun verhalen loslaten
als inkt die oplost in regenwater
Er is geen vogel te vinden
die nog durft te landen
op takken die uiteenvallen
tot verweekt papier
Mariana Braun
1
Als een verslagen vogel
de wieken fladderend
want was daar nog
een voelbare liefde
De verloren diepte
was niet te begrijpen
edoch mijn lijf was
noch vogel noch vrouw
Hoe Zo?
2
Ik liep in het woud
en telde de bomen
deze dacht ik en zette
mij neer tegen een stam
plots
waren daar pianonoten
mijn huid doordrongen
mijn vingers langs
de grijsgroene groeven
vertelde mij een verhaal
een boek eens gelezen?
verbaasd legde ik mij neer
3
In een mosgroen bed
Ik sliep en voelde mij verlicht
tot dat
een hand mij streelde
Waren het de veren van de
Vogel – het was een meer
de lucht plots donker
verschuilde ik in het niets
De vogel in mij ging van
Liefde na Liefde
van huid naar huid
De warmte geven en krijgen
Een cirkel van
Liefde
4
Tot dan
ik stilstond en
mijn huid warm alsof
van de ijzeren glijbaan
snel terug viel
in de verloren tijd
was daar een hand of
was het een vleugel
verward begaf ik mij in de
duizenden letters om
de liefdeskreet te horen
nog – een keer zei de vogel
in mij beschroomd
de mistletoe vallend
5
De dagen daar na
waren als een wolk
vol regen donker grijs
klaar om zich te openen
mijn lijf al klaar voor het nat
de warmte van het bed
het delen van de dekens
en meer dan dat
wachtend op seinen van
het verder gaan
misschien een verre lach
die ik hoorde?
6
Misshien een teveel
van wensen
die niet uitkomen
zoals meestal
zij die de woorden verstoppen
Achter bomen en in bossen
waar dieren houden van
gedachten
want die zijn loos alarm
mijn laarzen maken gaten
in het natte gedeelte van
het buiten
het wordt nodig dat ik
mij omdraai
juist voor dat de bliksem
inslaat
En die dag
was de hemel dicht
Het donkerte nam
beslaag van de
nog langzame wolken
Ik keek met belang
naar het bos achter mij
zouden ze mij missen?
De initimiteit van mij en
het groen was zonder letters
Mij schuddend als een
hond deed ik stappen
zonder inhoud
In de avond zei de
spiegel mij niets meer
dan de lijnen die ik al kende
Toen begrepen dat mijn
verwachting te groot was
ging ik langzaam, traag
geluidloos naar het gevaar
Twee gebaren om te laten
zien
dat
het bidgebaar of het
overgeven gebaar!
Geen van beiden
besloot ik en
rende terug naar
mijn duinen
van waar ik
de zee kon horen
Langzaam ging ik liggen
gestrekt
de wind dekte mij
met haar zand
het was maar
een spel
vertelde ik mijzelf!
Mariana Braun
15-9-2024
Als een Verslagen Vogel
Mariana Braun
1
Als een verslagen vogel
de wieken fladderend
want was daar nog
een voelbare liefde
De verloren diepte
was niet te begrijpen
edoch mijn lijf was
noch vogel noch vrouw
Hoe Zo?
2
Ik liep in het woud
en telde de bomen
deze dacht ik en zette
mij neer tegen een stam
plots
waren daar pianonoten
mijn huid doordrongen
mijn vingers langs
de grijsgroene groeven
vertelde mij een verhaal
een boek eens gelezen?
verbaasd legde ik mij neer
3
In een mosgroen bed
Ik sliep en voelde mij verlicht
tot dat
een hand mij streelde
Waren het de veren van de
Vogel – het was een meer
de lucht plots donker
verschuilde ik in het niets
De vogel in mij ging van
Liefde na Liefde
van huid naar huid
De warmte geven en krijgen
Een cirkel van
Liefde
4
Tot dan
ik stilstond en
mijn huid warm alsof
van de ijzeren glijbaan
snel terug viel
in de verloren tijd
was daar een hand of
was het een vleugel
verward begaf ik mij in de
duizenden letters om
de liefdeskreet te horen
nog – een
Kolommen buigen door,
letters glijden naar de rand
Alleen de katernen staan nog recht,
maar trillen door wat niet is geschreven
Opgedroogde inkt komt los,
schrijft een nieuw bericht
in een taal die ik niet meer spreek
De waarheid van gisteren
verwaait als as van een verbrande pagina
Ik vouw de krant tot een zweefvliegtuig,
gooi hem hoog de lucht in
en kijk hem na,
maar hij botst tegen de wolken
en valt terug aan mijn voeten
omdat woorden te zwaar zijn geworden
Vaak los op straat
Niet vergeten maar weggegooid
Als een kleinood
Dat geen waarde heeft
En toch zat het daarvoor
Om een stapel post
En vervulde het zijn functie
Voor de persoon die post bezorgt
Want samenhouden is zijn ding
Nadat de post of anderszins
Is uitgezocht en bijeengevoegd
Maar zomaar op straat
Liggend op die koude stenen
Verworpen en vergeten
Dan bloedt mijn hart
Wie hier bladert, leest dichters.nl op zijn breedst. De ene dichter beschrijft een borstcorrectie, de volgende een paleis onder een bergtop, de derde vangt in vier regels een gevoel waar geen rubrieksnaam voor bestaat. Dat is precies de charme van een community waar duizenden mensen hun eigen werk plaatsen: de werkelijkheid is nu eenmaal rommeliger dan een keurige indeling, en de eigenzinnigste gedichten belanden hier.
Voor lezers is deze verzameling vooral een ontdekplek. Zonder verwachtingen scrollen levert regelmatig een parel op die je via geen enkele zoekterm gevonden zou hebben, en met een hartje bewaar je hem meteen voor later. Voor dichters is het een geruststelling: je gedicht hoeft nergens tussen te passen om hier gelezen en gewaardeerd te worden.
Wil je gerichter lezen, dan staan alle thema’s overzichtelijk bij elkaar in het rubriekenoverzicht. Veel gedichten die zich niet lieten indelen, scheren langs het grote thema leven of raken aan emoties en gevoelens. Ook daar valt veel te halen. En schreef jij iets dat nergens bij hoort? Perfect: plaats het gewoon, want juist het onindeelbare houdt deze verzameling levend.