't BOSANEMOONTJE
De kleine wit-roze bloem in de kou
hangt diep neerslachtig aan een slappe steel;
die kwetsbare eenling aanvaardt haar deel,
wacht berustend af, toont verfijnde rouw.
Schuchter kijkt ze in het rond, voelt zich louw,
wordt opgebeurd door het prille goudgeel
van heimelijk zon- en bosgrondgespeel,
juicht: "Ik beloof mijn medeschepsels trouw!"
Krachtig stralend, met wellende blijdschap
aanschouwt ze haar plaats en gelijken:
de wijde anemonengemeenschap.
De tere, wiegende hoofdjes reiken
elkaar hun adem vol vrije broederschap:
nieuwe levensmoed voor oude eiken!
hangt diep neerslachtig aan een slappe steel;
die kwetsbare eenling aanvaardt haar deel,
wacht berustend af, toont verfijnde rouw.
Schuchter kijkt ze in het rond, voelt zich louw,
wordt opgebeurd door het prille goudgeel
van heimelijk zon- en bosgrondgespeel,
juicht: "Ik beloof mijn medeschepsels trouw!"
Krachtig stralend, met wellende blijdschap
aanschouwt ze haar plaats en gelijken:
de wijde anemonengemeenschap.
De tere, wiegende hoofdjes reiken
elkaar hun adem vol vrije broederschap:
nieuwe levensmoed voor oude eiken!
Mooi gedicht? Klik op het hartje — je like komt meteen bij je likes te staan.