Sommige mensen begrijpen niet
dat zelfs de sterksten kunnen bezwijken.
Niet omdat ze zwak zijn,
maar omdat ze te lang sterk moesten blijven.
Jarenlang dragen,
zonder pauze, zonder vreugde,
zonder iemand die zei:
nu mag jij even rusten.
Sterk zijn wordt dan geen keuze meer,
maar een overlevingsstand.
Tot het lichaam en de geest
zeggen: het gaat niet meer.
En dan breekt iets.
Niet uit zwakte,
maar uit uitputting.
Van rots naar scherven—
is dat fout?
Nee toch?
Wanneer iemand diep zinkt,
zo diep dat alles te zwaar wordt,
dat zelfs zorgen voor jezelf
onbereikbaar lijkt,
zeggen mensen:
die zoekt aandacht,
die is lui.
Hoe kan je zo spreken
als je nooit daar bent geweest?
Als je nooit wakker werd
met een hoofd dat brandt
en een lichaam dat leeg is?
Ja, er is verdriet dat komt en gaat,
een verlies dat pijn doet
maar kan genezen.
Dat bestaat.
Maar er is ook pijn
die zich opstapelt,
jaar na jaar,
zonder ademruimte,
zonder einde.
Een leven waarin je nooit leefde,
maar telkens weer overleefde.
Dat is iets anders.
Dat snijdt dieper.
Voor wie gezond is
klinkt het vreemd:
Hoe kan je jezelf niet verzorgen?
Maar geloof me—
in een zware depressie
ben je niet alleen mentaal kapot,
maar ook fysiek leeg.
Elke beweging weegt tonnen,
elke dag is een berg.
En toch blijf je hier.
Adem na adem.
Dat is geen luiheid.
Dat is vechten
met de laatste krachten
die je nog hebt.
Toon meer