Ongelofelijk

Joris Olivier

Ongelofelijk

In het milde oranje van de avondzon,
onder de purperen hemelboog,
haastte hij zich naar waar hij begon.
Het waarom blijkt uit dit betoog.

Een dame lag te zonnen op haar rug,
haar aanblik bracht hem van zijn stuk,
daarom liep hij later haastig terug,
in de hoop zij zou worden hun geluk.

Helaas de dame was er niet meer,
zeer diep teleurgesteld, zuchtte hij diep.
Hij verlangde naar deze mooie dame zeer,
speet hem niet te zijn gestopt, ze was z’n typ.

Hij keek links en rechts, naar achter en voor,
maar tant pis de dame zag hij niet meer,
van haar ontbrak helaas elk spoor,
zijn hart ging nog zeer te keer.

Hij vroeg een badgast of hij had gezien
waar de dame die hier lag, was heengegaan.
Deze dacht dat het mogelijk was misschien,
ze naar het paviljoen ginds was toegegaan.

Hij richtte zijn schrede naar ’t etablissement.
Hij hoopte vurig alsnog haar daar te vinden.
Hij liep gezwind naar gindse horeca tent,
nam zich voor geen doekjes er om te winden.

De dame die alleen aan een tafeltje zat,
keek hem aan toen hij naar haar kwam
en zei, ik had al gedacht, die wil van mij wat.
En toen, ja toen was het hek van de dam.

Ze gingen getweeën naar zijn woonstee
en werden beiden dolgelukkig met elkaar.
Ze wonen nu al jaren samen met z’n twee,
het klinkt ongelofelijk, maar ’t is echt waar.

Gedichten navigatie

« Vorige gedicht | Volgende gedicht »

Naar deze rubriek
Naar overzicht alle rubrieken

Over dit gedicht 

Geplaatst op: 04-09-2023

Beoordeel dit gedicht nu

Over deze dichter

Joris Olivier (Actief sinds: 09-06-2023)

Auteursrechten

Op dit gedicht ‘Ongelofelijk’ van Joris Olivier zijn auteursrechten van toepassing (©). Het gedicht is onder auteursrechtelijke bescherming geplaatst op Dichters.nl.