Uitzichtloos
De schoonheid van haar,
Is niet alleen de buitenkant,
Maar ook de binnenkant,
Deswege bemin ik haar,
En dat doe ik al heel lang.
Wijl zo’n combinatie is in zwang,
Zijn er vele kapers op de kust,
Ben dus niet d’enige dit hapje lust.
Bij om haar losgebarsten strijd,
Is menig man die daar onder lijdt,
Wijl ’t einde niet is in zicht,
Is af en toe ’n aanbidder gezwicht
Voor ’n andere allene deerne,
Want die laten zich geerne
Door ’n aanhouder overreden
Om in ’t huwelijk te treden.
Te velen blijven concurrent,
Je zo nooit alleen met haar bent,
Ga nu afzien van m’n streven,
Wijl nadert ’t einde van m’n leven.
Over dit gedicht
Geplaatst op: 29-08-2025
Over deze dichter
Joris Olivier (Actief sinds: 09-06-2023)
© Op dit gedicht 'Uitzichtloos' van Joris Olivier zijn auteursrechten van toepassing. Het gedicht is onder auteursrechtelijke bescherming geplaatst op Dichters.nl.