Direct naar de inhoud

Advertentie

Je eerste gedicht schrijven: vijf oefeningen

Je eerste gedicht hoeft niet over het hele leven te gaan. Begin bij iets kleins dat je kunt zien, horen of aanraken. Kies één van deze vijf oefeningen en schrijf tien minuten zonder je werk tussendoor te beoordelen.

1. Kijk naar één voorwerp

Kies iets in de kamer: een mok, een sleutel, een jas over een stoel. Noteer vijf dingen die je eraan opmerkt. Welke kleur heeft het? Hoe voelt het? Welk spoor van gebruik zie je? Schrijf daarna vier regels waarin dat voorwerp een rol speelt, zonder uit te leggen wat het betekent.

Een begin kan zijn:

Op tafel staat je blauwe mok.
De thee is koud geworden.
Ik zet hem niet terug.

De afwezigheid wordt voelbaar door wat er gebeurt. Je hoeft het gevoel niet meteen te benoemen.

2. Schrijf met je oren

Sluit even je ogen en luister. Noteer drie geluiden: de koelkast, een fietsbel, stemmen achter een muur. Maak van ieder geluid een regel. Voeg een vierde regel toe waarin iets verandert. Misschien wordt het stil, of herken je een stem.

Lees het resultaat hardop. Welke woorden vertragen je? Welke passen bij het geluid dat je hoorde? Je kunt een woord herhalen als dat je gedicht ritme geeft.

3. Begin met ‘Ik herinner me’

Schrijf vijf zinnen die beginnen met ‘Ik herinner me’. Kies concrete details: de geur van een gang, zand in je schoenen, het geluid van een deur. Vermijd voorlopig samenvattingen als ‘het was een mooie tijd’.

Kies de drie sterkste zinnen. Probeer ze eerst met en daarna zonder ‘Ik herinner me’. Welke versie brengt je het dichtst bij dat moment?

4. Zeg wat je nooit hebt gezegd

Schrijf een korte brief aan iemand, aan een plek of aan jezelf van vroeger. Begin met ‘Wat ik je nog wilde zeggen’. Je hoeft deze brief aan niemand te laten lezen.

Onderstreep daarna de zinnen die voor jou het belangrijkst zijn. Zet alleen die zinnen onder elkaar. Haal uitleg weg die de lezer niet nodig heeft en kijk waar een pauze past.

5. Laat iets gewoons iets onverwachts doen

Laat een bushalte wachten, een trui een herinnering bewaren of de ochtend aarzelen. Schrijf vier tot acht regels rond dat ene beeld. Blijf bij de wereld van je beeld: wat doet het, wat ziet het en wat kan het niet?

Een onverwachte combinatie werkt het best als de lezer zich er toch iets bij kan voorstellen. Je hoeft niet in elke regel een nieuw beeld te verzinnen.

Van oefening naar gedicht

  1. Lees je tekst hardop. Zet een regeleinde waar een pauze of nadruk past.
  2. Schrap één zin die iets uitlegt wat al voelbaar is.
  3. Vervang een algemeen woord door een concreet detail: welke boom, welk geluid, welke handeling?
  4. Geef je gedicht een titel die iets opent, zonder alles te verklappen.
  5. Leg het even weg en lees het later opnieuw. Je eerste versie hoeft je laatste niet te zijn.

Loop je vast op rijm? Probeer dan eerst zonder rijm te schrijven. Zoek je juist een korte vorm, probeer een haiku.

Probeer het met je eigen woorden

Schrijf een eerste versie en plaats je gedicht op Dichters.nl. Meedoen is gratis. Je kunt je tekst ook als concept bewaren en later verder schrijven.

Verder schrijven