Er zijn dagen die zich nauwelijks laten afronden.
Ze blijven hangen aan de rand van het jaar,
als licht dat weigert te verdwijnen.
Misschien wil het nog even blijven -
omdat ook wij aarzelen voordat we verdergaan.
We kijken terug.
Niet om het verleden vast te grijpen,
maar om te begrijpen wat we onderweg hebben verloren,
en wat toch is blijven liggen, ongeschonden.
Een woord.
Een blik.
Een hand die nog even op een schouder rustte.
De wereld was niet zacht dit jaar.
Soms leek het alsof de lucht zelf niet meer wist
hoe ademen moest.
En toch was er ergens muziek -
dof, klein, onvast,
maar levend.
Een kind dat geboren werd.
Een buurvrouw met soep.
Een zin die iemand stuurde toen we dachten vergeten te zijn.
Het zijn kruimels van nabijheid,
maar wie goed kijkt,
ziet dat ze licht geven.
Kerst komt niet om te vieren,
maar om te herinneren
dat menselijkheid iets is wat we kunnen kiezen.
Ze brengt stilte, geen spektakel.
Ze schuift onze stoelen dichter bij elkaar,
maakt ruimte voor wie niet meer is,
laat ons delen wat overbleef.
En terwijl buiten de nacht zich verzamelt,
leggen we onze hoop voorzichtig op tafel.
Niet in grote woorden,
maar in wat klein genoeg is om waar te zijn.
Aandacht.
Moed.
Mildheid.
Humor.
Licht.
Als we dat mengen, dag na dag,
kan het zomaar koken tot iets nieuws.
Iets warms.
Iets wat de rivier weer binnen haar oevers brengt.
En misschien, als we stil genoeg zijn,
horen we hoe de tijd zacht zijn jas aantrekt,
klaar om weer verder te gaan.
Het licht blijft nog even zitten,
voorzichtig, genegen, alsof het zeggen wil:
het is goed om te blijven geloven
dat er altijd iets begint,
zelfs midden in wat eindigt.
Toon meer