De vraag die op mijn lippen brandt

Door: Dolf de Jong





Oh God van ieder op dees aarde
nederig sla ik mijn ogen neer
ik weet de weg naar u niet meer
om Uw regels te aanvaarden.

Mijn vader stelt
dat U van mij zou vergen
mijn schoonheid te verbergen
hetgeen mij zo beknelt.

waarom mij die schoonheid toch gegeven?
In het land waar ik geboren ben
kon ik daar mee leven
wijl ik de vrouwen er niet anders ken.

Hier in het Westen
is het bij mij gaan dagen.
Toen pas ben ik mij af gaan vragen
vind U dit voor mij nu echt het beste.

Ik heb uw boeken
er op na geslagen
regels dat ik een hoofddoek moet dragen
vond ik niet na grondig zoeken.

Dus vraag ik U o Heer
hoe sta ik als vrouw in `t leven
als ik mijn schoonheid etaleer
die u mij heeft gegeven.
DdJ.


Gedichten navigatie

« Vorige gedicht | Volgende gedicht » Naar deze rubriek
Naar overzicht alle rubrieken

Over dit gedicht  

Geplaatst op: 07-02-2016

Beoordeel dit gedicht nu

Over deze dichter

Dolf de Jong (Actief sinds: 26-12-2015)

Auteursrechten

Op dit gedicht ‘De vraag die op mijn lippen brandt’ van Dolf de Jong zijn auteursrechten van toepassing (©). Het gedicht is onder auteursrechtelijke bescherming geplaatst op Dichters.nl.