Manifesteerwaan
Mijn huis met tuin
Op het einde van de straat
Naast mij Tuur en Maria
Weiden zorgen voor groen
Ik zie mijn huis met tuin
Voorbij stopt de weg
De buren wonen vlakbij
Koeien grazen
Mijn blik gefocust
Alleenstaande woning
Verzorgde tuin errond
De buren zijn boeren
Er is nog een andere wereld
Die van horen vertellen
Gedachten nemen vorm
Om direct te verdwijnen
Ik maak me niet druk
Die wereld bestaat niet
Ik blijf op deze plek
Zo kan er niets anders zijn
Huis en tuin
Wanen mij god
Voor Tuur en Maria
Ben ik die rare buurman
Ironische gedichten
Zeggen wat je niet bedoelt en bedoelen wat je niet zegt. Ironische gedichten zijn de kunst van de omweg: spot met een ernstige ondertoon, ernst met een spottende bovenkant, en de lezer die het mag ontcijferen.
Ochtendgeel
De ochtend tegen de nacht:
‘Tot hier en niet verder’
Spieren nog in slaapmodus
Benen nemen het voortouw
De matras haalt opgelucht adem
Dekens proeven van vrijheid
Naar de uitgang met die versmachter
Een lijf dragen is geen cadeau
Het toilet mag bezoek verwachten
Nieren nemen nooit rust
Ze hebben de blaas overweldigd
Vloeibaar afval naar de uitgang
Leegmaken voor de koffie
Geel zal nooit vriend zijn met zwart
Resten slaap nog tussen lakens
Een droom is weggeglipt
Weet jij het beter?
Waarom al dat gratis advies?
Dat is niet waar ik voor kies.
Weet jij daadwerkelijk alles beter?
Voor mij ben je echt een betweter.
Wie heeft jou om een mening gevraagd?
Het is niet dat het iets bijdraagt.
Wanneer houd je er een mee op?
Wat mij betreft kun jij de pot op.
Waar is de realiteit bij jou gebleven?
Jouw woorden blijven bij niemand kleven.
Heb je je ooit weleens afgevraagd wat dat met anderen doet?
Je helpt er niemand mee, het is niet goed.
Diegene die het beter zou weten, wist dit.
Maar dat zou impliceren dat je meerdere hersencellen bezit ;P
— L.J.
Rijk
Hij wist meteen,
Dat is dé kopstaartpelikaan,
De laatste op deze aard,
Die is tig keren zijn gewicht waard,
In veertien karaat goud,
Dus die wordt mijn buit.
Edoch die kopstaartpelikaan
Was niet van gisteren,
Maar overduidelijk
En niet mis te verstaan,
Van vandaag en liet zich
Niet door hem noch iemand anders,
Op de markt verhandelen
Als een staaf goud.
Hij blijft dus zitten met lege handen,
Tja, hij waande slechts eventjes,
Eén van de rijksten op d’aard.
Spiegels zijn bitter
Een hond deed teken
Uit zijn blaffen klonk ongenoegen
Zijn baasje keek niet naar hem om
Nog één plek in het asiel over
Een kat klampte me aan
Al maanden geen muis gezien
Thuis werd dat op ongeloof onthaald
Plots was de dochter allergisch
Een kanarievogel tikte op mijn schouders
Geel bleek niet meer in de mode
Het deurtje bleef al eens openstaan
Geen wegwijzers naar het zuiden maakt bang
Ik kwam mijzelf tegen
Eerst dacht ik aan een spiegel
De bruine suikerpot blijft gesloten!
Anders kan ik dieren niet horen praten
Vuurtoren zonder Kust
Er viel licht in de straat
Geen zeldzaam gegeven
De focus lag op één plek
Niemand ontkende dat
Er verscheen een ander licht
Wat geen blik ontweek
Er kon niet naast gekeken worden
Dit gebeurde nooit dagelijks
Er bewoog zich licht voort
Samengebundeld en voortschrijdend
Teruggekaatst in alle richtingen
Net geen verblinding
Tot er een pauze viel
Stilstaan nam geen felheid weg
Boven een kop — beneden een lijf
Een kaalkop met volle haardos in een vorig leven
Een omgeving in de ban
Van een vuurtoren zonder kust
Wijsheid in pacht
De domme intellectueel,
Weet alles dubbel, dus heel veel,
Weet alles beter dan de kunner,
Is de alles weter pur sang.
Als professor in de weetnietkunde,
Weet ik heel goed ik niet weet,
En ook wat ik niet kan,
Omdat ieder ander alles beter kan.
Alleen de betweter is de alleskenner,
En alleskunner, dus de beste,
Op elk terrein in verleden, heden en altijd.
Ik kijk ernaar, leg mijn oor te luisteren,
Draai aan de zwengel,
Van ik weet niet wat, steeds rond en rond.
Een Sofa slaapt beter
Mijn vrouw — doorzichtige regelmaat
Met hier en daar een vleugje opflakkering
Als je tenminste diep genoeg graaft
En het geheugen wil meewerken
Thuiskomen: “Wat gaat het vandaag weer zijn?’
Voorspelbaarheid gijzelt de avond
Omzichtigheid is een tool die ik beheers
Ik zou er een patent op moeten vragen
‘De kat is een hele dag buiten geweest’
‘De volle melk was op in de Colruyt’
‘Buurvrouw Maria heeft een verkoudheid’
Sleur ploegt haar leven om — Zaaien gaat mij niet meer af
Het journaal wordt aan de kant geschoven
Of het moet goed nieuws zijn
Een soap moet de avond redden
Ik glijd zo diep mogelijk weg in de sofa
Esther van op kantoor — Bij haar adem ik diep in
Ze gaat met haar hond naar de hondenschool
Ze is geabonneerd op National Geographic
Haar boezem stoort mij niet
Thuis moet ik het doen met de Hoge Venen
Die beklim ik blindelings
Esther doet mij denken aan de Alpen
Zulke toppen nodigen uit
Overuren betekent later thuiskomen
Ik hoef er geen geld voor
Straks heeft ze weer hoofdpijn
De kamer wordt nochtans verlucht
In de Alpen is het gezond leven
Ik hoor de wind
Dezelfde die bij Esther waait
Gesnurk — Terug met beide voeten op de grond
Misschien beter in de sofa slapen
Daar hoor ik de wind het best
Luxekamer met Uitzicht
Een kamer met comfort
Uitkijk op een park
Als je de parking wegfiltert
De muren hebben een likje wit gekregen
De matras is een vriend van mijn rug
Het kussen heb ik wel omgeruild
Het toilet is hooguit twee meter
Dat kan zelfs op blote voeten
Televisie aan de muur
Dat is tegenwoordig heel gewoon
Onderbezetting is wat de stilte aan diggelen slaat
Veel beeld maar weinig klank
Openstaande rekeningen blinken uit in meedogenloosheid
Een barst in de muur
Langs daar komt de dood naar binnen
‘Verboden toegang’ heb ik erboven gehangen
Dat zou moeten volstaan
Een dagelijkse prik stemt nooit gelukkig
Routine heeft de bedoeling om te vervelen
Op de parking legt een arts het aan met een verpleegster
Die hebben blijkbaar alle tijd
Eerlijk bestaat alleen in ons hoofd
Iedereen naar het Strand
Een kind vroegtijdig naar de uitgang geleid
Zoiets komt binnen. God gaf niet thuis
Een mijn jaagt een soldaat uiteen
Stukjes kaki niet om aan te zien. God had vergeten aan te duiden
Een alpinist neergesmakt op een richel
Wit en rood versmelten tot roze. God zocht zijn winterjas
Een fietser mee geschept door een vrachtwagen
Een container is gevoelloos. God was afgeleid op zijn smartphone
Een ongewenste zwangerschap
De nonnen weten wel raad. Mannen zijn niet toegelaten in het klooster, alsook God
De kop in het zand steken
Het liefst aan zee. Er is meer strand dan je denkt
Atleet op Wielen
Brood op de planken houdt bezig
Een leven wordt verplicht zich ernaar te plooien
De veren slaken een zucht van verlichting
Al vroeg halen ze opgelucht adem
Asfalt wordt een ganse dag getest
Benen slepen het lijf voort
Zij zijn jaloers op de armen
Het is de kop die alert blijft
Aan de binnenkant wordt er gepland
En voortdurend vooruitgekeken
Iedere bestemming sleept een huis met zich mee
Geen twee dezelfde woningen
Brood op de planken
Het hout is sterk en buigt niet door
Dat kan ook niet met zoveel monden te voeden
Destijds werd er niet aan terugtrekken gedacht
Men noemt mij een moderne atleet
Maar alle eer komt mijn bestelwagen toe
Dankzij hem is het soms meer dan brood alleen
In een Tuin kan het Eenzaam zijn
Er strijkt een vogel neer in mijn tuin
Onaangekondigd bezoek noopt tot verwondering
Een gevleugelde vriend komt zomaar langs
Hopelijk staat eenzaamheid dit toe
Een vogel komt dag zeggen
Zonder te vragen eigent hij zich enkele bessen toe
Gevleugelde vrienden mogen nemen wat ze willen
Isolement eist een open geest
Een vogel vertrekt zonder afscheid
Ik had nog zoveel willen zeggen
Het is altijd hetzelfde met die gevederden
Hun vleugels houden het nooit lang op dezelfde plek
Mijn blik kan hem nog net in de lucht vangen
Wat later is mijn tuin vogelloos
De kat van de buren sluipt er rond
Die is op zoek naar een toetje
In de Wachtzaal van de Gaatjesmaker
Ongemak in het vooruitzicht is nooit leuk
Een stem over de telefoon lost bijzonderheden
Kort en zakelijk. Over emoties geen woord
Blijkbaar ben ik niet meer dan een naam
In de wachtzaal zenuwen in de startblokken
Gespannen zijn ze gewoon zichzelf
Mijn voorganger hangt het blijkbaar uit
Daar moet meer aan de hand zijn
Een zakelijke knik, meer behelst de begroeting niet
Een stem gesmoord door een mondmasker
Met een blik alleen moet ik het verder doen
Er is een rol weggelegd voor de gaatjesmaker
Die van held is voorlopig te hoog gegrepen
Hij waant zich de beste van zijn éénpersoonspraktijk
Een lichtpuntje zijn een paar mooie ogen
Ze spreken een taal die ik gelukkig machtig ben
Waarom heb ik niet voor dit vak gekozen?
Dan kon ik de boor naar mijn pijpen laten dansen
En had ik inkijk langs boven. Dat laatste zindert na
Thuis heb ik ook een assistente. Met theezakjes welteverstaan
Voor de volgende tijd plan ik veel snoep
Een Gewone Vent
Ik verschil niet zo veel van de rest
Ik drink een biertje en lach mee
Ik kijk voetbal en zet het vuilnis buiten
En ik val op mooie vrouwen
Ik ben dezelfde als de anderen
Ik drink teveel en tap schuine moppen
Ik ben voetbalgek en sorteer het afval niet goed
En ik val op vrouwen
Ik ben anders dan de grote meerderheid
Ik kan niet zonder drank en ben een vunzigaard
Ik ben een voetbalhooligan en plas in de tuin van de buren
Ik neem het niet zo nauw met vrouwen
Ik voel mij beter dan de rest
Nu is er geen drank noch zijn er vrouwen
Voetbal alleen op een scherm
Een roestvrij toilet-wastafelcombinatie past perfect in mijn cel
Er lopen daar gewillige venten rond
Alledaagse Handelingen
Een mier belandde onder mijn voet
Een leven werd bruut weggenomen
In het nest heeft een storm gewoed
Want iemand is niet teruggekomen
Een mug werd door mij geplet
Deze keer was het mijn hand
Ik heb me er niet tegen verzet
Mij in de slaap storen is riskant
Ik ben eigenlijk een moordenaar
Ik neem willekeurig levens weg
Voel me echter geen geweldenaar
Mijn voet leidt zijn eigen leven
Voor mij hoeft hij geen uitleg
Mijn hand: heeft gewoon geschreven
Ironie is het scherpste gereedschap in de poëziekist. Waar een gewone klacht al snel zeurt, laat een ironisch gedicht de lezer zelf de conclusie trekken — en die komt daardoor twee keer zo hard aan. De dichters in dit thema richten hun pijlen op vergadercultuur en managementtaal, op sociale media en zelfhulpwijsheid, op de politiek en, niet zelden, op zichzelf. Wie het aandurft, leest hier hoe de wereld eruitziet met één opgetrokken wenkbrauw.
De grens met verwante genres is dun en dat is precies de charme. Wordt de opgetrokken wenkbrauw een brede grijns, dan beland je bij de grappige gedichten; verhardt de spot tot aanklacht, dan zit je bij de protestgedichten. En omdat ironie graag aanhaakt bij wat vandaag speelt, delen veel van deze verzen hun onderwerpen met de gedichten over actualiteit en nieuws.
Bijna driehonderd verzen met dubbele bodem liggen hier te wachten op lezers die doorhebben wat er écht staat. Beheers jij de kunst van het omgekeerde compliment? Uiteraard ben je vrij om dat niet te delen, maar plaats het toch maar.