Sluitsteen
De sluitsteen
in een Etruskische boog
droeg druk van alle zijden
tot hij week
en de boog bezweek
Opstuivend steen en stof
vormen een vergeten kerkhof
Wat ooit zo groots was
ligt nu overwoekerd
door stug struikgewas,
waar slangen verborgen
zonnen
Historiegedichten
Geschiedenis is meer dan jaartallen: het zijn mensen, keuzes en gevolgen. Deze historiegedichten blikken terug op wat geweest is: van wereldgeschiedenis tot de kleine historie van een dorp of familie.
Oostfront
Staal snijdt door de steppen
De horizon blijft ver weg
Hemel is overal aanwezig
Zoveel verte doet pijn
Rupsen leiden staal
Geluid wendt als er niets anders is
De zomer neemt geen hitte terug
In Beieren is het nu koel
Een stalen gevaarte op avontuur
Onbekend land wekt nieuwsgierigheid
Iwan heeft het in de steek gelaten
Overal sporen van lafheid
Een stalen doodskist verteert niet
De aarde beslist anders
De inhoud is onbelangrijk
Hun verhalen zijn opgesloten
Ochtenddienst
Vandaag is het helder
Groen tot in de verte
Golvend zoals thuis
Herinneringen komen piepen
Plicht is een raar beestje
Verborgen tussen veldgrijs en schnaps
Ik kies voor het tweede
Vergeten is belangrijker
De loop zendt schitteringen uit
De ochtendzon doet haar werk
In mijn hoofd doemen wolken op
Niemand ziet ze
De eerste rij met rechte rug
Ik ken hun gezichten niet
Kortbij baart perfectie
Ik ga niet voor minder
Steen op steen
Suikerriet golft als crèmekleurig papier,
de tint van oud geld,
waartussen bruine lichamen buigen,
snijwonden langs rug en been
Geen water in de put,
maar overzees bloed
dat dieper zakt dan licht kan dragen,
langs een wand van gebarsten leisteen,
uitgehakt door kromgeslagen ruggen
van mijnwerkers,
afgekocht met onbelegd oud brood
Om steen op steen te heffen
voor de glorie van Penrhyn Castle
Gebraad
Op de kasteelbrug in Beaumaris,
een grauwe gans
knabbelend aan de schoenveters
van de kasteelheer,
alsof ze hem terug wil trekken
naar waar hij vandaan kwam
Net terug uit de grote hal,
nog warm van geroosterd gebraad,
met vetspatten op zijn plofbroek
Gezeten tegenover de kasteelvrouwe
die zijn zwijgen proefde
Bijzondere historie
Hij kwam ter wereld
Aan de oever van de Mississippi,
Als zoon van een slavin,
En haar eigenaar, heer en meester.
Zo werd hij tot slaaf gemaakt
En dus de facto slaaf,
Eigendom van zijn vader.
Hij werd verkocht aan ’n handelaar
In roerende zaken.
Omdat hij ’n slim knaapje bleek,
Kreeg hij onderwijs,
Tezamen met d’eigenaars kindren,
Kreeg in d’handelaars zaak
Een leidinggevende positie,
Hetgeen natuurlijk niet
Strookte met zijn slaaf zijn.
Zijn eigenaar,
Zijn juridisch heer en meester
Onthief hem uit
De slavernij, en hij ontving
Een certificaat,
Dat zijn vrijheid bevestigde.
Hoewel op ’t oog
Dit leek op kapitaalvernietiging,
Legde ’t geen windeieren,
Integendeel,
’t Maakte zijn voormalig eigenaar
Puissant rijk.
Zijn opvolger, eigenaar van
Een grote schare slaven,
De voormalige tot slaaf gemaakte
Slaaf, werd zo rijk,
Dat hij al zijn slaven vrij maakte,
Tot vrije werknemers
Met een zeer hoog weekloon.
Zijn concurrenten,
Konden qua kostprijs niet
Met hem wedijveren,
Wijl d’arbeidsproductiviteit bij hen
Ver achterbleef bij die bij hem.
Colosseum
Het zand doet aan thuis denken
Korrels die in je handpalm schuren
Zonder verpinken dragen ze sandalen
Ze laten zich niet zomaar tellen
De kinderen van de Wolvin
Houden zich op tussen hemel en aarde
Hun honger ruikt naar bloed
Dorst komt niet veel later
De dobbelaar van naast mij
Vandaag wenst hij me dood
Staal kiest geen partij
Het volgt iedere hand blindelings
Leo, koning van mijn thuisland
Ontzag viel je overal te beurt
Zebra en gazelle waren een feest
Zelf heb ik alleen maar spieren over
Een Princeps zonder hart
Weet hoe de dood eruitziet
Hij verkiest de talloze variaties
Vandaag heet ik Bestiarius
Nachtwachter
De nachtwachter in donker gehuld
onder de schaduw van zijn brede zwarte hoed,
in het wankele licht van zijn lantaarn,
opgehangen aan zijn dreigende speer
Hij schrijdt met zware stappen voort
over de ongelijke straatstenen,
vol kuilen van een eeuwenoude historie
En vermaant allen met het weemoedige lied van zijn hoorn
de lichten te doven, de gordijnen te sluiten
Onder de koude gewelven van sterren,
volbrengt hij zijn nachtelijke tocht
door zwijgende straten en verstilde pleinen,
waar nog de adem van veroordeelden hangt
Bij elke stemverheffing van de kerktorenklok
laat hij zijn lied van rust en vrede klinken
Op die vochtige zandstenen muren
krast hij met zijn lans zijn boodschap
die bij weerkaatsing van het ochtendlicht
op de versleten stenen getuigt
dat ook de nachtwachter in de nacht
bewaakt wordt door zijn eigen schaduw
Anno Domini
Ik ben een Romeinse centurio
Ik dien alleen de Keizer
Mijn voornaam luidt Luciano
De god Mars is mijn wegwijzer
Momenteel in het Joodse land
Ik zit bij het twaalfde legioen
Stof, hitte en vooral veel zand
Wat verlang ik naar wat groen
Degene die zich Jezus noemt
Hij verricht zogezegd wonderen
Van Herodes moet hij opdonderen
Maar als je op hem inzoomt
Er stroomt wat bloed uit zijn zij
Dat is zeker geen goddelijke brij
In Naam van de Vader
In naam van de Allerhoogste
Saracenen – hun gebeente verbleekt
Woestijn – ongenaakbaar monster
Kruisvaarder in een onbekend land
Die vreemde man uit Nazareth
Met in zijn zog, twaalf onwetenden
In naam van de enige God
Hebreeën, pogroms kortwieken
Ongedierte bijft ingeperkt
Rome kijkt over de bergen mee
Kerkvaders en fundamenten
Ingefluisterd door hun God
In naam van de Vader
Vrouwen: dienaressen van Satan
De Heksenhamer biedt uitweg
Inquisitie: Gods werkinstrument
Pontifex Maximus, bemiddelaar
Dan toch liever de Hemel
In naam van de zoon van God
El Dorado aan de stroom
Conquistadores met goud in hun ogen
Geloof verspreiden vraagt bloedvergieten
Armageddon, heel misschien
De Antichrist geeft verstek
In naam van de Vader en de Zoon
Weinigen kennen de tekst nog
Ismen- wijzen de weg
Onze kerk is nu een brouwerij
Leegte heeft altijd dorst
Gilles de Rais
Ik weet dat mijn naam afschuw oproept
Nochtans is ridder een edel beroep
Een kasteel is een veilige thuishaven
Ik heb het altijd in me gehad
Ik weet dat mijn naam walging opwekt
Een ridder moet vooral vechten
Dikke muren veroveren moeilijk
Het ging maar niet weg
Ik weet dat mijn naam afkeer verwekt
Een oorlog is al snel gedaan
Binnen verveelt een kasteel
Kinderen zonder gids
Ik weet van de beschuldigingen
Ik voerde oorlog met mijn demonen
Ze fluisterden me van alles in
Zo’n kind biedt geen weerstand
Ik weet precies wat ze beweren
Ik geef kinderen een hand
Leidt ze naar de kerker, diep in mij
Zo’n kind stelt niks voor
Ik weet wat ze van plan zijn
Ik ben ridder en edelman
Ik heb een kasteel en geld
Ik weet hun namen niet meer
Ik weet wat ze gaan beslissen
Ik heb dapper gevochten
Vraag maar aan de maagd van Orléans
Een held verdient dit niet
Ik weet van de kinderen
Ze zijn onder de grond
Hun stemmen zijn gesmoord
Ik alleen ken hun plek
Een veroordeling
Verandert niets
Daaraan
Een ridder geeft zijn geheimen
Aan niemand prijs
Zelfs niet aan de geschiedenis
Vurig zwaard
Menig vurig zwaard,
In het oude koninkrijk Rome,
Zij d’Vestalinen tegenkomen,
Zetten Rome op de kaart,
Om hun vuurkracht
Bij ’t niets ontziend opereren
bij d’maagdelijke staat
Der godvruchtige Vestalinen,
Waarna in Rome
Zware tijden waren te verwachten,
En bloed zal stromen.
Zelfs door keizers
Werd van d’Vestalinen
D’maagdelijkheid niet ontzien.
Wyoming 1887
Nimmer
Heb ik grasland
Zo gezien
Het staat zo hoog
Dat een coyote
Me ongemerkt
Kan naderen
De tijd
Dat het bijna
Kaalgevreten was
Ligt niet zo ver
Achter mij
Blanke man
Geen oog
Voor de sierlijkheid
Van gras
Zelfs
Het vlees
Van de Bizon
Bereikt
Zijn maag
Niet
Land stelen
Ons verjagen
Altijd op zoek
Naar tranen
Van de Zon
Diep
Onder
De grond
Bij de neus genomen
Ome Adolf was misschien een beetje rigoureus,
Maar de beste man hield niet van
Mensen met keppeltjes en een grote neus.
14 mei 1940
Daar waar nu het beeld van Zadkine staat
liepen in mei 1940 mensen zoals jij en ik
keken naar de hemel met verdwaasde blik
maakten kennis met het ultieme kwaad
Kinderen zagen hun ouders ter aarde gaan
gevels vielen brandend over hen omlaag
na al dat geweld alleen maar gehuil en geklaag
wat hadden zij in vredesnaam misdaan?
Een meisje lag bloedend om haar pop te zeuren
er was niemand die zei "Ik maak je tranen droog"
de vlammen klommen traag in huizen omhoog
de hemel begon op die middag rood-zwart te kleuren
De stad brandde in haar ganse hart en wezen
grote koppen rook groeiden van geluid en dood
het verstikte mens en dier in het late avondrood
maar na de oorlog is Rotterdam uit de as herrezen
Een gedicht over geschiedenis doet iets wat een geschiedenisboek zelden lukt: het maakt het verleden weer even heet als toen het gebeurde. De dichters in dit thema schrijven over vervlogen eeuwen en recente decennia, over helden en schurken, over gebeurtenissen die de wereld kantelden en over de vraag wat wij daar nu eigenlijk van geleerd hebben. Spoiler uit vele verzen: minder dan we hopen.
Het verleden spreekt
Sommige hoofdstukken van de geschiedenis hebben op de site hun eigen plek gekregen. De donkerste bladzijden vind je bij de oorlogsgedichten, verzen over vorsten en dynastieën bij het thema koningshuis en Oranje. Wie geschiedenis vooral leest als de wortels van onze gewoonten en tradities, kan verder bij de cultuurgedichten. En wie zijn eigen kleine geschiedenis boekstaaft, zit misschien beter bij herinneringen.
Ruim negentig dichters bliezen het verleden hier al nieuw leven in. Welk moment uit de geschiedenis, groot of piepklein, laat jou niet los? Schrijf er je eigen hoofdstuk over en voeg het aan dit archief toe.