[ Woorden heeft de ziel ]
Woorden heeft de ziel
niet nodig voor haar talen --
liefde en muziek.
— Zyw Zywa
Het drukste orgaan dat je nooit ziet: je geest. Deze gedichten over de geest verkennen het binnenste van het hoofd: gedachten die malen, het geheugen dat kiest, de verbeelding die nooit slaapt.
[ Woorden heeft de ziel ]
Woorden heeft de ziel
niet nodig voor haar talen --
liefde en muziek.
— Zyw Zywa
mens
ik ben een mens.
ding ding ding.
ik druk op de bel.
tring tring tring.
— GUILIET
Zombie bestaan
De mist in mijn hoofd,
Belemmert 't helder denken,
Ik weet helaas niet hoe ik
Die mist uit mijn hoofd
kan doen verdwijnen.
Hoe langer de mist
Blijft hangen, hoe
Moeizamer βt wordt om
In mijn hoofd bij mijn
Denken te komen.
Ik glijd langzaam af
Naar een bestaan
Als een zombie, waarin
Ik feitelijk niet
Meer besta.
Denken
Hij dacht heel lang diep na,
Kon helaas niets bedenken
Waarover hij na kon denken,
Bleef bij denken over denken.
Al dat denken was vermoeiend,
Dacht toen over wat te doen
Om te denken aan iets waar je
Wat minder moe van worden zou.
Dat bleek evenwel geen sinecure,
Want ook daarvan werd hij moe,
Besloot daarom maar te stoppen
Met dat denken, maakt maar moe.
Hij is nu gelukkig heel tevree,
βt Niet meer denken valt reuze mee,
Hij heeft nu heel veel vrije tijd,
Wordt erom door iedereen benijd.
Alzheimer
In de straten van zijn zijn
Is het een drukte van belang.
Het verkeer gaat kris-kras
Door elkaar, lijkt een chaos,
Maar alles zit op zβn plek.
Tot er een fout wordt begaan,
Dan zijn de poppen aan βt dansen,
Komt niets op de bestemming aan.
Is Leiden in last, is de chaos daar.
Straten gewoon geblokkeerd,
Kruispunten overal verstopt,
Gebeuren de gekste dingen,
Nergens dan nog βn touw
Aan vast te knopen.
Leeghoofd
De mist trekt op,
Alleen rond zijn hoofd
Blijft de mist hangen
Als rustgevende balsem.
Gedachten nemen de wijk,
Wijl de mist onttrekt zicht
En brengt gedachten
Uit het zicht.
De stilte die blijft,
Geeft richting noch sturing,
Alles blijft als het was.
... Stil...
Licht en vrij
Dat ben ik, dat zijn Wij
Het lichaam beperkt
Een ziel die wel werkt
Mijn gedachten bestuurd
En splinters wegschuurt
Gevoelens niet schuwt
Maar ellende niet huwt
Wat het leven ook brengt
My mind is my strength
Ook al gaat het soms niet
Ook al is er soms verdriet
Zonder iets weg te duwen
En het donker niet te schuwen
Weet ik, ik ben dat niet
Het is tijdelijk verdriet
En mijn vrede keert terug
Soms na lang
Soms al vlug
Als ik mezelf mag zijn
In vreugde en pijn
De tijd mag voorbij gaan
Totdat ik weer kan staan
In de kracht van de ziel
En weer opsta na ik viel
Materie kan me beperken
Maar ervaring zal me sterken
Met geduld ga ik voort
Tot niets me meer stoort
Ik mag zijn wie ik ben
Ik mag worden wie ik wil
Aan de oppervlakte stormt het
In de diepte is het ... stil....
Zonder zijn
Temidden van onbekenden,
Eenzaam door wat wordt gemist,
Niet gevonden kan worden,
Nu het brein verdwaalt is in mist.
Alleen muziek biedt enige troost,
Herkenning zonder begrip,
Het nu is de nieuwe eeuwigheid,
Nu begin noch eind bestaat.
Zonder een begin of eind,
Dobberend in een zee van tijd,
Waar het zijn verdwijnt,
En βt eind samenvalt met zijn.
Weer eens wakker
Ben weer eens wakker in het holst van de nacht.
Alsof mijn andere ik op mij heeft gewacht.
1001 gedachten, dingen die ik nog moet doen.
De stommiteit die ik vandaag weer ben begaan, wat een oen!
Voornemens die ik bedenk, nee het zijn complete plannen.
Slapen kan ik wel vergeten, dat heb ik inmiddels verbannen.
Nieuwe ideeΓ«n die het daglicht nooit gaan zien.
Alles lijkt zo anders vanuit dit licht bezien.
Na 3 uur piekeren om niets vallen mijn ogen dicht.
Plotsklap gaat de wekker, kijk in de spiegel, geen gezicht.
Zo wit als een lijk, wallen van hier tot Tokio.
Ik kan vandaag goed doorgaan als marshmallow.
Kop onder de kraan, kleren aan, koffie op en gaan.
Van mijn slechte nacht, weet alleen ik het bestaan.
— L.J.
Schemering
De blik schemert in het licht,
Gedachten verduisteren,
Het gebeuren rondom staat stil,
De omgeving verkleint.
Geluid alleen stilte,
Het gekende is geheel onbekend,
Muziek nog herkend,
Het ik verdween in niemand.
Waar het leven eens bloeide,
Is nu alles verdord,
Verdwenen uit het hier en nu.
Toekomst ligt nu in βt verleden,
Heden is niet meer,
Tijd is nu de grote onbekende.
Ontsnappingskamer
De koning heeft de sleutel
van de sloten aan de buitenkant
en dat is precies het probleem
want die koning ben ik zelf
opgesloten in deze piramide
Het is een koan
en het is niet grappig
Wanhopig roep ik antwoorden
in het duister, op de tast
strompel ik verder en
eindelijk gaat de deur open
naar weer een donkere kamer
zo Vantazwart dat diepte verdwijnt
Ik ben blind, te moe om te huilen
ga ik zitten, liggen
in een gefantaseerde sarcofaag -
begraven in mijzelf, wegzinkend
uit mijn bewustzijn
— Zyw Zywa
[ Ik verdrink vaak, in ]
Ik verdrink vaak, in
de zee die mij redt, de zee --
van mijn gedachten.
— Zyw Zywa
Schommelen
Kijk
Mijn handen
Ze zouden iets moeten doen
Maar ik weet niet wat
Niemand heeft mij nodig
Saaie dagen, lege handen
Blaadjes in de wind
En zand
Ik let op het zand
Kijk
Een foto
Vitrage voor de ramen
En een schim erachter
..Dat weet je wel mam
..Dat ben jij
..Kijk
..Ons huis, de tuin
..Het prieel waar papa koffie dronk
..en zat te schrijven
..Hier zit jij te lezen
..Op de schommel, net als nu
..in de schommelstoel
..Maar je leest niet meer
..Je kijkt
..alleen tv
— Zyw Zywa
[ Woorden zijn schimmen ]
Woorden zijn schimmen,
vaag en vluchtig in de grot --
van het oude hoofd.
— Zyw Zywa
Vicieuze cirkel
In de eindeloze zee van mijn gedachten,
Ligt die ene gedachte te wachten,
Die ene, ik me niet meer kan herinneren,
En dΓ‘t, dat blijft mij hinderen.
Ik weet niet of die gedachte belangrijk is,
Dat maakt onzeker, ongewis,
Daarom blijf ik mijn hersens pijnigen,
Om mijn geweten te reinigen.
Maar helpen doet dat niet,
Wat ik ook doe,
Het bezorgt alleen verdriet.
Ik probeer die gedachte te vergeten,
Alleen ik weet niet hoe,
Blijft knagen aan mijn geweten.
Over het hoofd valt eindeloos te schrijven, juist omdat niemand er ooit echt binnen kijkt. De dichters in dit thema doen dappere pogingen: ze beschrijven de gedachtestroom die niet uit te zetten is, de vraag waar een idee vandaan komt, het wonderlijke toneel van het geheugen waarop herinneringen hun eigen gang gaan. Sommige verzen zijn speels, met de geest als rommelzolder of als eigenwijze huisgenoot; andere raken aan verwarring en aan het bange vermoeden dat je je eigen hoofd niet altijd de baas bent.
Het thema heeft natuurlijke buren. Wie het denken liever systematisch aanpakt, vindt bij de filosofische gedichten de grote vragen op een rij. De tegenspeler van de geest heeft een eigen overzicht bij de gedichten over het lichaam, en wat de geest zoal opdiept uit vroeger tijden staat te lezen bij herinneringen.
Bijna driehonderd dichters keerden hun binnenwereld al binnenstebuiten. Wat speelt zich af in jouw hoofd als het stil wordt? Schrijf het van je af en deel het. Juist het onzichtbare verdient woorden.