Tijd

Willem Bernardus Tijssen

Minuten gaan aan mij voorbij.
Mijn tijd woekert, zo het zij.
Spijt dat zij zo zinloos aan
mij voorbij kan gaan, verspeelt
zij iedere reden van bestaan.

In gedachten denk ik dat zij ook mild
kan zijn. Dat zij niet immer scheidt
met pijn. Ik wil op de wijzers van de
klok kunnen vertrouwen. Mijn tijd aan
hun wijsheid toevertrouwen.

Uren worden soms muren. Te hoog om over
te turen. De tijd trekt een wissel op
mijn bestaan. Ik zet hem stil voor het
twaalfde uur kan slaan.

Mijn hart zoekt ongeduldig naar wat rust.
Naar tijdloze liefde zonder lust. Ik weet
wel dat dit zo wezen moet. Het geluk haast
zich niet, omdat het zelden spoed.

De wijzers van mijn klok gaan oneindig
in het rond. Ik vrees de nacht voor de
ochtendstond. De tijd trekt ongenadig
aan mij voorbij. En wanneer ik hem stil
zet, ben jij weer bij mij.

Gedichten navigatie

« Vorige gedicht | Volgende gedicht »

Naar deze rubriek
Naar overzicht alle rubrieken

Over dit gedicht  

Geplaatst op: 29-12-2015

Beoordeel dit gedicht nu

Over deze dichter

Willem Bernardus Tijssen (Actief sinds: 02-03-2015)

Informatie bij het gedicht

Schrijver: Willem B. Tijssen

Auteursrechten

Op dit gedicht ‘Tijd’ van Willem Bernardus Tijssen zijn auteursrechten van toepassing (©). Het gedicht is onder auteursrechtelijke bescherming geplaatst op Dichters.nl.

Om dit gedicht toe te voegen aan je favorieten dien je ingelogd te zijn. Log dus eerst in op de website. Als je nog geen account hebt, maak dan een account aan op deze website.