de paardenvissers van Oostduinkerke
DE PAARDENVISSERS VAN OOSTDUINKERKE
Rustige paarden,
robuust en stoer,
robuust en stoer,
mannen met baarden
en netten in de zee,
trekkende stappen
al in het zout,
al in het zout,
planken die klappen,
garnalen moeten mee:
grote en kleine,
en liefst een goed deel,
elk paard de zijne,
al in het gareel
tegen de koppen
en tegen het schuim,
tegen de toppen
van golven voor 't ruim.
Weer van het werken,
al op het zand,
al op het zand,
zal men bemerken:
't is niet zo'n goede vangst,
maar voor 't spektakel,
't is van belang,
't is van belang,
is 't een gekakel:
traditie duurt het langst.
Dan klinkt het schreeuwen
naar 't gooien in zee:
voer voor de meeuwen,
die pikken krab mee,
en de garnalen,
gezeefd uit het net,
worden gekookt
op de dijk als crevette.
Over dit gedicht
Geplaatst op: 11-09-2024
Over deze dichter
Inge Depauw (Actief sinds: 03-09-2020)
Informatie bij het gedicht
Deze tekst behoort tot tekstbundel AAN ZEE.
© Op dit gedicht 'de paardenvissers van Oostduinkerke' van Inge Depauw zijn auteursrechten van toepassing. Het gedicht is onder auteursrechtelijke bescherming geplaatst op Dichters.nl.