INLOGGEN
WEBSHOP
BOEKEN
Uw ad blocker houdt onze advertenties tegen

Ons systeem ziet dat u gebruik maakt van een ad blocker, waardoor onze advertenties worden geblokkeerd. Schakelt u uw ad blocker alstublieft uit voor Dichters.nl

Aan het exploiteren van deze website zijn doorlopend kosten verbonden. Terwijl het gebruik van Dichters.nl voor u geheel gratis is, en ook blijft. Deze kosten kunnen niet meer worden gedekt als gebruikers advertenties (massaal) weren (tevens de enige bron van inkomsten). Hierdoor zullen Dichters.nl en andere websites op termijn mogelijk gaan verdwijnen.

Om die reden willen wij u vragen voor Dichters.nl een uitzondering te maken en uw ad blocker (voor onze website) uit te schakelen. Hartelijk dank alvast!

Klik hier om te zien hoe u dit doet (als u nog niet weet hoe u dit eenvoudig kunt instellen)

Klik na het uitschakelen van uw ad blocker op verversen, deze melding verdwijnt dan.

«»

Meneer De Bal en zijn slachtafval

MENEER DE BAL EN ZIJN SLACHTAFVAL

Ik stond in de vroege ochtend te wachten op een klein perron, vlakbij Antwerpen.

Willem haalde me die morgen op met zijn auto om samen een klant te bezoeken in de buurt van het Vlaamse stadje Izegem.

Willem was een verkoper buitendienst van het grote bedrijf waarvoor ik werkte.

Hij was een klein en guitig Belgisch mannetje die in Gent woonde. Niet onsympathiek en met een redelijk gevoel voor humor. Ergens in de vijftig, vermoedde ik.

Hij had altijd een veel te grote bril op zijn neus. Hij droeg een fout jaren tachtig confectiepak waar hij haast in verzoop.

We waren al een poosje aan het rijden toen ik de eerste stank rook, ondanks dat de raampjes van de autodeuren gesloten waren:

"Ja", zei Willem

"Vanaf nu wordt de geur steeds sterker, hoe dichter je bij de fabriek komt. Ik heb de fabriek vaker bezocht, maar wennen doet het eigenlijk nooit."

We gingen naar de fabriek van onze klant meneer De Bal.

Het was een slachtafval verwerkende fabriek die onze oplosmiddelen kocht om daarmee zoveel mogelijk vet uit het vlees en de botten te extraheren.

Het eindproduct was een grote droge korrel van geperst dierlijk slachtafval.

De korrels werden gemengd in diervoeding voor de bio-industrie. Je zou kunnen zeggen dat varkens en koeien gedwongen werden om hun soortgenoten te eten. Ze werden aangezet tot kannibalisme.

Toen we op het terrein van de fabriek arriveerden was de stank niet meer te harden. En we waren nog niet eens in de fabriek geweest.

Meneer De Bal ontving ons uitermate vriendelijk. En hij besloot ons een rondleiding te geven die we niet konden weigeren. Maar die ik wel heel graag wilde weigeren.

We schuifelden over glibberige trappen en ijzeren bruggetjes van de fabriekshallen. Grote machines stuurden enorme ovens aan.

Door de ranzige ruitjes zag je het gloeiende dierlijke vet borrelen en kolken. Het zag er misselijkmakend smerig uit.

Ik moest helaas denken aan de vernietigingskampen van de Nazi's. En dat dit de geur was van brandende lijken. Een gedachte die ik zonder succes probeerde weg te drukken.

Het rook er naar de dood:

Een scherpe en penetrante lucht die je neus, je mond, je longen en je geest doorboorde. Een geur die letterlijk aan je huid kleefde.

Een geur die ik nooit eerder had geroken en die ik vanaf nu ook nooit meer zou vergeten.

Ik stond te kokhalzen. Mijn maag draaide ervan om. Ik moest me meermaals vermannen om niet ter plekke over te geven.

Grote vrachtwagens reden af en aan door de poorten van de fabriek om slachtafval te dumpen.

Meneer De Bal:

"Die grote vrachtwagen die u zojuist daarbuiten zag staan zit vol met varkenstestikels. Wij verwerken het in deze machines tot korrels veevoer ."

Ik zag de enorme hallen waar de bergen met korrels lagen. De fabriek draaide dag en nacht door.

Ondanks mijn voorzichtigheid gleed ik uit op zo'n door het vet glinsterend trappetje. Ik maakte direct vlekken op mijn colbertjasje. Mijn schoenen waren inmiddels al ranzig.

Toen we eindelijk weer buiten stonden stelde ik meneer De Bal een essentiële vraag :

"Wat vindt uw vrouw eigenlijk van uw beroep ? "

Meneer De Bal:

"Ach, die is eraan gewend geraakt hè. Ik ruik het zelf niet meer na al die jaren. Ik ben al te ver heen, als het ware. Maar als ik thuiskom gaan mijn kleren direct de was in en staat er een heet schuimbad voor me klaar."

Hij was erg content met zijn fabriek. Hij verdiende er goed geld mee.

En ons bedrijf trouwens ook. Want hij kocht onze oplosmiddelen en niet die van de concurrent.

Op de weg terug in de auto zwegen Willem en ik.

Meneer De Bal deed het werk dat hij leuk vond. Iets wat ik zelf niet kon zeggen.

Ik had het verkeerde beroep gekozen, zoveel was duidelijk. Ik voelde me intens ongelukkig.

De fabrieken zijn een paar jaar later gesloten door allerlei schandalen omtrent dierlijk veevoer.

Meneer De Bal zou geen slachtafval meer verwerken.

En ik heb deze ervaring inmiddels ook redelijk verwerkt.

Gedichten navigatie

« Vorige gedicht | Volgende gedicht »
Naar deze rubriek
Naar overzicht alle rubrieken
Over dit gedicht   
Geplaatst op: 20-07-2019

Beoordeel dit gedicht nu

10 9 8 7 6
5 4 3 2 1

Over deze dichter

Vincent Oostrijck
Actief sinds: 20-08-2017
Facebook


Auteursrechten
Op dit gedicht ‘Meneer De Bal en zijn slachtafval ’ van Vincent Oostrijck zijn auteursrechten van toepassing (©). Het gedicht is onder auteursrechtelijke bescherming geplaatst op Dichters.nl.