Direct naar de inhoud
Nieuwe site! Tijdelijk โ‚ฌ10 korting op je eerste jaar Premium met code NIEUWESITE โ€” bekijk Premium.

Fantasie & fictie

Hier gelden de wetten van de werkelijkheid niet. Fantasiegedichten over verzonnen werelden, wonderlijke wezens en verhalen die nergens anders bestaan, rechtstreeks uit de verbeelding van onze dichters.

Zonder mijn naam

In het Rijksmuseum geef ik uitleg
over de Nachtwacht. De curator blijft
vragen stellen. Maar wat weet ik ervan?

Jane twijfelt niet, ze zegt:
Als je het eenmaal ziet
moet je ook durven

het te weten. Dat meisje van drie
dat verf zit te mengen
in Rembrandt's werkplaats

en zichzelf heeft geschilderd
achter reusachtige pauwen, dat
ben jij, zijn dochter

en geheime leerling die smachtte
naar zijn liefde en bij zijn dood uit nood
en omwille van de kunst trouwde

met haar kameraad Arent
getweeรซn schilderend
onder zijn naam

Bekijk

Dauwdis

Zij steken de brug van woorden in brand,
warmen hun schoenen aan het opspringend vuur
In hun vuurhouten tas ritselt een voorraad
gedroogde roodappels,
genoeg voor een dag hoop

Morgen delen zij de dauwdis
op een goudgelakte plank,
waar een splinter uitsteekt,
en de damp van limoenthee uit leren kommen
hun wangen zacht verwarmt

Daarna verwisselen zij hun kleding,
nemen afscheid zonder laatste blik
Ieder beklimt zijn eigen toekomstberg,
waar de wind zich van de aarde losrukt
en het uitspansel
tegen hun gezichten drukt

Bekijk

In de kier

Kruipen in een kras van een deur
en afdekken met mos
om het bloed te stelpen
Denken in een statig huis te wonen
met stroef scharnierende wanden
die langs zijn enkels schuren

Vuil maanlicht geeft geen schaduw meer
van zijn naar buiten stekende schoenen
Kwellende pijn trekt zijn gezicht scheef
waardoor hij opnieuw moet vluchten

Zodra een windvlaag de deur overmeestert
staat hij bloot aan gevaar
dwaalt hij zonder thuis
en kan hij niet meer wachten
gered te worden

Bekijk

Hars

De koningszoon
is op jacht naar rosse woelmuizen
Diep in kreupelhout van het sparrenwoud,
verliest hij de mantel
aan een vasthoudende twijg

Maar de muizen ontglippen hem
in 't koelblauwe ochtendlicht
Bij een spar knielt hij neer
en zijn handschoenen verkleven
aan een druppel hars

De boom neemt hem zijn jacht af
en lacht hem uit
zonder met zijn naalden te ritselen

Bekijk

De rug

De man in de rode regenjas,
zijn rechterzak uitgescheurd als een mond die op een antwoord wacht,
draagt een kartonnen koffer vol spreuken

Hij kruist een vrouw met een rafel in de zoom van haar bontjas
Onder haar arm klemt ze een bos verwelkte tulpen
Ze kijkt naar de etalages,
naar haar eigen schim tussen bont geklede paspoppen

De man maakt een wending
Uit zijn koffer toont hij haar een spreuk:
Wie te lang in een ruit blijft hangen, vergeet welke straat hij volgt

Maar de vrouw, negeert hem, loopt verder
Pas wanneer zij zich omdraait, alsof ze iets heeft gehoord,
grijpt hij haastig naar een andere:
Wie zijn rug toont, ziet niet dat de wereld in brand staat

Bekijk

Reizigerssporen

Onder het uitgeholde schild van de maan
buigt de schoenverkoper zich
over het gebarsten leer van zijn puntschoenen,
een linkerzool
doorgesleten tot op gruis,
zijn botten strak van de reis

Hij kwam van ver,
achter het distelbos
waar hij zijn gescheurde overjas
in de struiken moest laten hangen
en zijn naam, bloedend van stekels,
op het pad achterliet

Vรณรณr hem de ophaalbrug
boven de droge beek
De brugwachter laat hem wachten
tot het natte hout weer draagt

Bekijk

Verbogen

Ik staar naar een verbogen grasspriet
die zijn groene glans verloor
Gisteren stond hij nog fier overeind,
met uitzicht over de stoeptegels
waartussen hij wortel schoot

Toen had hij een linnen draad om zijn nek,
door de dauw vastgehouden
Nu is het ochtendvocht verdwenen
en is zijn rug geknakt

Nog even en hij ligt met zijn neus op de stenen
Hij ruikt al het stoffige gruis
Een windvlaag zwiept hem om,
zwaar gekneusd
schuift hij over de koude grond

Bekijk

Zijstraatjonkvrouw

In een zijstraat,
ver van het centrum,
troont de jonkvrouw op een geknakte lantaarn,
midden in het vale licht
dat haar gebloemde sokken doet verbleken

Gestoken in dun namaakbont
laat ze de kou langs zich schuren
Ze wil schitteren,
maar uit het donker springen
sissende vonken van venijn

Langs de gevel schuift een schim
die haar observeert,
haar naam fluistert,
een naam die niet van haar wil zijn

Bekijk

Lijn 404

In de bus naar Eindhoven
staat in het gangpad, scheef en bloot,
een inklapbaar krukje ondersteboven
al dagen op die plek

Niemand raapt het op,
niemand buigt zich naar beneden,
alle ogen langs het raam,
en handen zweterig gevouwen op schoot

Dan zet de chauffeur zwijgend de bus stil,
half in de berm, half in het zand
niemand beweegt, niemand zegt iets
tot iemand het krukje inklapt
en het naast de deur in stilte vouwt

De bus rijdt door
het krukje blijft liggen in het trapgat,
opgevouwen,
een stil ding tussen instap en vertrek

Bekijk

Grootsheid achteraf

Ach, mijn oude dagboek
heeft bijna zijn tijd gehad
Ik lees het nog eens na
op mooie zinnen, te mooi

om verloren te laten gaan
Ik schrijf ze over en brei ze
met fantasie aan elkaar
met even mooie zinnen

Naadloos sluiten mijn belevenissen
aan op mogelijke gebeurtenissen
die ik er nu, jaren later, bij bedenk
en wel had willen meemaken

zoals Stendhal zijn saaie aantekeningen
omwerkte tot een stamelend verslag
van een hemelse ervaring, duizelig
van het opzien naar het koepelgewelf

waar de schildering juist onveranderbaar
verankerd is in de toen nog natte kalk
helemaal echt, uit de eerste hand
Grootsheid, niet pas achteraf

Bekijk

Steigers van zand

Door cirkelende gesprekken
kantelt de wereld,
wortels wrikken zich vrij,
oceanen klimmen de hemel in,
splijten het blauw

Continenten versmelten tot littekens,
overwoekeren oude grenzen

Geen vorm blijft onaangeroerd,
behalve steigers van zand,
die tijdens het heien
door tijdkorrels worden ondermijnd

Bekijk

Rode rok

Op het besneeuwde pad,
hellend naar zonsondergang,
ligt een rode rok met franjes,
verloren,
achtergelaten

Morgen dient de dooi zich aan
Wat gebeurt er dan met de rok?
Verbleekt hij in het smeltlicht,
krimpt hij door het vocht,
of neemt het water hem mee?

Maar misschien blijft de winter hangen
en vriest de rok voorgoed vast:
een stille, rode vlek in het pad,
nagalm van verloren tijd

Bekijk

[ Zonder mes en vork ]

Zonder mes en vork

zit ik heerlijk te smullen --

van kookboekfoto's!

Bekijk

Spiedopening

In de ruwe muur zit een vierkant gat
met zacht afgesleten hoekpunten,
door de tijd rond geweven

Het is geen gat,
maar een smalle spiedopening
precies op kinderkniehoogte

Ik hurk neer, gluur gespannen naar buiten
met รฉรฉn geknepen oog

De wereld ligt er plat bij,
de diepte eruit geperst,
en daarachter
het geelopgeschoten, verwilderde raapzaad

Bekijk

Rafelrand

Een figuur verdwijnt in de woonkamer
en laat slechts een schaduw achter
In een versleten fauteuil hangt hij laag weggezakt
Ik lijk op wat achterblijft

Op mijn schoot een open boek met een uitgescheurde bladzijde,
een rafelrand die me blijft storen
Op die pagina lag een gedachte verscholen
die ik probeerde te vergeten.

Het raam staat open
Een behangersbij zoemt naar binnen,
landt op de titel van het boek.
en haar trillende vleugels vervormen de gespleten vezels

Ze tast met haar antennes
de geur van papier af,
alsof ze zoekt wat verloren is

Bekijk

Alle poรซzie vraagt verbeelding, maar in dit thema krijgt de verbeelding het rijk alleen. Draken en drakendoders, steden onder water, gesprekken met de maan, personages die hun schrijver tegenspreken: ruim elfhonderd gedichten lang is niets te gek. Fictie in dichtvorm is bovendien een fijne vluchtroute: even weg uit het nieuws en de dagelijkse sores, een wereld in die beter, spannender of gewoon lekker vreemder is.

Werelden op rijm

Fantasie kent vele kamers. Wie van klassieke vertellingen houdt, met prinsessen, heksen en betoverde bossen, kan door naar de sprookjesgedichten. Grenst het verzonnene aan het geheimzinnige en onverklaarbare, dan lonken de mystieke gedichten. En de nachtelijke variant van fantaseren, waarin je brein zelf de verhalen schrijft, vind je bij de gedichten over dromen. Voor kosmische vergezichten is er bovendien heelal en kosmos.

De mooiste eigenschap van verzonnen werelden: er kan er altijd nog รฉรฉn bij. Welke wereld draag jij in je hoofd mee? Bouw hem in verzen en publiceer hem. Lezers stappen graag in.