Hier gelden de wetten van de werkelijkheid niet. Fantasiegedichten over verzonnen werelden, wonderlijke wezens en verhalen die nergens anders bestaan, rechtstreeks uit de verbeelding van onze dichters.
Zij steken de brug van woorden in brand,
warmen hun schoenen aan het opspringend vuur
In hun vuurhouten tas ritselt een voorraad
gedroogde roodappels,
genoeg voor een dag hoop
Morgen delen zij de dauwdis
op een goudgelakte plank,
waar een splinter uitsteekt,
en de damp van limoenthee uit leren kommen
hun wangen zacht verwarmt
Daarna verwisselen zij hun kleding,
nemen afscheid zonder laatste blik
Ieder beklimt zijn eigen toekomstberg,
waar de wind zich van de aarde losrukt
en het uitspansel
tegen hun gezichten drukt
Kruipen in een kras van een deur
en afdekken met mos
om het bloed te stelpen
Denken in een statig huis te wonen
met stroef scharnierende wanden
die langs zijn enkels schuren
Vuil maanlicht geeft geen schaduw meer
van zijn naar buiten stekende schoenen
Kwellende pijn trekt zijn gezicht scheef
waardoor hij opnieuw moet vluchten
Zodra een windvlaag de deur overmeestert
staat hij bloot aan gevaar
dwaalt hij zonder thuis
en kan hij niet meer wachten
gered te worden
De man in de rode regenjas,
zijn rechterzak uitgescheurd als een mond die op een antwoord wacht,
draagt een kartonnen koffer vol spreuken
Hij kruist een vrouw met een rafel in de zoom van haar bontjas
Onder haar arm klemt ze een bos verwelkte tulpen
Ze kijkt naar de etalages,
naar haar eigen schim tussen bont geklede paspoppen
De man maakt een wending
Uit zijn koffer toont hij haar een spreuk:
Wie te lang in een ruit blijft hangen, vergeet welke straat hij volgt
Maar de vrouw, negeert hem, loopt verder
Pas wanneer zij zich omdraait, alsof ze iets heeft gehoord,
grijpt hij haastig naar een andere:
Wie zijn rug toont, ziet niet dat de wereld in brand staat
Onder het uitgeholde schild van de maan
buigt de schoenverkoper zich
over het gebarsten leer van zijn puntschoenen,
een linkerzool
doorgesleten tot op gruis,
zijn botten strak van de reis
Hij kwam van ver,
achter het distelbos
waar hij zijn gescheurde overjas
in de struiken moest laten hangen
en zijn naam, bloedend van stekels,
op het pad achterliet
Vรณรณr hem de ophaalbrug
boven de droge beek
De brugwachter laat hem wachten
tot het natte hout weer draagt
Ik staar naar een verbogen grasspriet
die zijn groene glans verloor
Gisteren stond hij nog fier overeind,
met uitzicht over de stoeptegels
waartussen hij wortel schoot
Toen had hij een linnen draad om zijn nek,
door de dauw vastgehouden
Nu is het ochtendvocht verdwenen
en is zijn rug geknakt
Nog even en hij ligt met zijn neus op de stenen
Hij ruikt al het stoffige gruis
Een windvlaag zwiept hem om,
zwaar gekneusd
schuift hij over de koude grond
In de bus naar Eindhoven
staat in het gangpad, scheef en bloot,
een inklapbaar krukje ondersteboven
al dagen op die plek
Niemand raapt het op,
niemand buigt zich naar beneden,
alle ogen langs het raam,
en handen zweterig gevouwen op schoot
Dan zet de chauffeur zwijgend de bus stil,
half in de berm, half in het zand
niemand beweegt, niemand zegt iets
tot iemand het krukje inklapt
en het naast de deur in stilte vouwt
De bus rijdt door
het krukje blijft liggen in het trapgat,
opgevouwen,
een stil ding tussen instap en vertrek
Een figuur verdwijnt in de woonkamer
en laat slechts een schaduw achter
In een versleten fauteuil hangt hij laag weggezakt
Ik lijk op wat achterblijft
Op mijn schoot een open boek met een uitgescheurde bladzijde,
een rafelrand die me blijft storen
Op die pagina lag een gedachte verscholen
die ik probeerde te vergeten.
Het raam staat open
Een behangersbij zoemt naar binnen,
landt op de titel van het boek.
en haar trillende vleugels vervormen de gespleten vezels
Ze tast met haar antennes
de geur van papier af,
alsof ze zoekt wat verloren is
Alle poรซzie vraagt verbeelding, maar in dit thema krijgt de verbeelding het rijk alleen. Draken en drakendoders, steden onder water, gesprekken met de maan, personages die hun schrijver tegenspreken: ruim elfhonderd gedichten lang is niets te gek. Fictie in dichtvorm is bovendien een fijne vluchtroute: even weg uit het nieuws en de dagelijkse sores, een wereld in die beter, spannender of gewoon lekker vreemder is.
Werelden op rijm
Fantasie kent vele kamers. Wie van klassieke vertellingen houdt, met prinsessen, heksen en betoverde bossen, kan door naar de sprookjesgedichten. Grenst het verzonnene aan het geheimzinnige en onverklaarbare, dan lonken de mystieke gedichten. En de nachtelijke variant van fantaseren, waarin je brein zelf de verhalen schrijft, vind je bij de gedichten over dromen. Voor kosmische vergezichten is er bovendien heelal en kosmos.
De mooiste eigenschap van verzonnen werelden: er kan er altijd nog รฉรฉn bij. Welke wereld draag jij in je hoofd mee? Bouw hem in verzen en publiceer hem. Lezers stappen graag in.
Even inloggen
Like en bewaar gedichten, volg dichters โ met een gratis account. Reageren komt eraan.