Terwijl mijn vader een basaalcarcinoom
Als een gnoom op zijn huid onthaald,
Dwaalt mijn hoofd en hart af,
Naar de betekenis van mijn vader in mijn leven.
Zo autonoom, zo echt, iets wat niet zonder mij is,
Een vis, zijn sterrenbeeld,
Gevoelig, natuur, zo basaal als zijn carcinoom.
Basaal staat op zijn huid geschreven.
Tussen Passiflora en Lathyrus,
Papaver en Afrikaanse Lelie,
Zijn rust en stilte als een ongenode gast. Liever was hij een prater
Voor het vrouwen schoon,
Dat hem omringt in zijn leven.
Perfectie voor mij alom,
Kan ik mij niet zonder hem denken.
Hij het stempel, ik het kussen,
Een afdruk van zijn zijn,
Zo oprecht, zo authentiek.
Mijn vader is mijn vader,
Zoals hij, is er geen één.
Vandaar dat ik niet snap,
Wat die gnoom komt doen,
Mijn vader is mijn vader,
Daar blijft die gnoom vanaf.