Direct naar de inhoud
Nieuwe site! Tijdelijk €10 korting op je eerste jaar Premium met code NIEUWESITEbekijk Premium.

Gedichten over dromen

Dromen doe je met je ogen dicht én met je ogen open. Deze gedichten over dromen gaan over beide: de wonderlijke beelden van de nacht en de wensen en vergezichten die je overdag op de been houden.

Vreemd bezoek

Toen hij ’s morgens wakker werd,
Bleek hij niet meer lag alleen,
Hij kende haar evenwel niet,
Toen hij knipperde, ze verdween.
Wijl hij dat eigenaardig vond,
Wendde hij zich tot een psychiater,
Die iets Freudiaans er in zag,
Een moedercomplex leek hem dat.
Die was al vele jaren dood,
En zag ie die ook eer nooit bloot,
Maar een andere verklaring
Had de psych voor hem edoch niet,
Wijzer werd hij deshalve niet,
Blijft zo met dat rare bezoek aan hem,
In vertwijfeling en verwondering,
Wachtend ze weer komt in zijn sponde,
Met dan wel ’n volgende ronde.

Bekijk

Vurige hoop

Passie, hartstocht, vuur, begeerte,
Voor degeen ik naar verlang,
Waardoor mijn hart wordt verteerd,
Nooit meer tref ben 'k bang.

Toch blijf ik hopen dat
Mijn droom werkelijkheid wordt,
Ik zal horen ‘dag mijn lieve schat’,
Vóór mijn liefde verdort.

Ik wacht al vele jaren achtereen,
Met steeds minder hoop,
Ik vrees ik blijf voorgoed alleen.

Nochtans blijf ik dromen dat
Mijn hoop ten leste wordt vervuld,
Vereniging met mijn schat.

Bekijk

Elke nacht weer

Haar lippen zijn om te zoenen,
Haar borsten zacht als ’n perzikhuidje,
Haar zijn om in te verdwijnen,
En dan helemaal in haar op te gaan.

Helaas komt zij alleen in mijn dromen,
In het echt zag ik haar nog nooit,
In mijn dromen is zij zo levensecht,
Dat ik weet, ze zal eens tot mij komen.

Inmiddels ben ik oud, stram en stijf,
Ik heb de hoop verloren,
Dat ik haar nog zal tegen komen.

Maar in mijn dromen komt zij nog,
Elke nacht steeds weer,
Daarvan geniet ik nog elke keer.

Bekijk

Droomzicht

Scheel kijkend
Vallen de schellen van haar ogen,
Ziet zij dubbel zoveel,
Dan anderen kunnen bogen.
In donker valt het tegen,
Zijn alle katjes grauw,,
Geen onderscheid rood en blauw,
Nochtans lacht het leven haar toe,
Zelfs als zijn haar ogen toe,
Dan waant zij zich in
Een wondre wereld vol met kleur,
Waar de prins onverwacht,
Haar ogen toekust, geluk haar wacht.

Bekijk

Droombeeld

Haar ogen zijn als smaragden,
Haar lippen de belofte,
Iedere man naar verlangt, zo zoet,
Haar vormen waar
Alle mannenogen op zijn gericht,
Een stem als de fluwelen
Klanken van harpen,
Zoetgevooisd en wonderschoon.
O, werd ik nooit wakker
Uit deze droom.

Bekijk

Nachtstorm

Het is de wind, die huishoudt
in mijn hoofd, het is een janboel.
Ik schreeuw hem toe, luistert niet,
het lijkt verdorie wel anarchie.

Ik bespeur woede in mijn hart,
mijn mond zwijgt als het graf,
mijn ogen schieten links, rechts,
mijn oren potdicht en met recht.

Dan klinkt de reddende stem
ver weg, hoog boven de wolken.
Mijn tong verlamd, geen stem
klinkt uit mijn strottenhoofd.

De storm waait eensklaps over,
rust keert terug in mijn hoofd.
Ik slaap verder in de nacht,
de maan houdt stil de wacht.

Bekijk

Droom

Mijn hart moet wijken
voor de kracht die het ontmoet,
waardoor het zal bezwijken
en zal doen drogen alle bloed.

In de dood zal zij herrijzen,
zal zij zingen haar liefdeslied,
waarmee zij mij zal bewijzen,
dat zij mij nooit verliet.

Ik ontwaak uit haar droom.
Droom en werkelijkheid
ontspruiten uit één stroom,
tot elk compromis bereid.

Mijn zingend hart steelt
wat ik verloren waande,
droom heeft het geheeld
en houdt mij staande.

Bekijk

Stoutste dromen

Zelfs in zijn stoutste dromen
Had hij niet aan zien komen,
Wat hem toch is overkomen.

Zij had ook niet kunnen dromen,
Dat dromen uit kunnen komen,
Gebeurt toch alleen in dromen.

Toch, en toch is ’t ervan gekomen,
Zijn hun stoutste dromen,
Bij beiden toch echt uitgekomen.

Geloven nu in wonderen,
Waarover ze in hun stoutste dromen,
Zelfs zouden verwonderen.

Bekijk

Nachtmerrie

Ik lig te woelen in mijn warme bed,
gedachten buitelen over elkaar,
gaan voortdurend van hot naar haar,
ondanks ik me er tegen verzet.

Steeds komen die gedachten weer,
die wil ik niet, neen, die wil ik niet.
Hoeveel tegenstand ik ook bied,
ik heb die gedachten keer op keer.

Van mijn nachtrust komt zo weinig terecht,
mijn nachten zijn zo nauwelijks te dragen,
duurt al veel te veel ondraaglijke dagen,
terwijl ik elke nacht tevergeefs tegen vecht.

Vannacht waren mijn gedachten leeg,
geen idee wat dit bracht te weeg,
sliep hierdoor een gat in de dag,
En ja, ’k heb weer een tevreden lach.

Bekijk

Tussen durf en angst

Ik spring de diepte in
en val niet, in een spiraal
zweef ik zacht, gedragen
door een golvende laag

van gedachten, tussen
hemel en aarde, tussen
durf en angst, tussen
mescaline en ontwaken

Scènes uit mijn leven
lichten op alsof ik van tijd
naar tijd, plek naar plek vlieg
en ben wie ik daar was

ontspannen
één met mezelf
onder een wolk
van later weten

Bekijk

Toekomstdroom

Buiten in de tuin pluk ik de dag,
Zet de bloempjes buiten,
Scheer d’schaapjes aan d’hemel,
Word ook graag verwend.

’t Luisterend oor hoort de stilte,
Die het lawaai verstomt,
Spoorslags kwam aangedenderd.

In mijn armen slaapt ’n engel,
Verblijdt met dromen,
Die nog nooit eer zijn verteld.

Ik zing het lied van morgen,
Gister is lang voorbij,
Morgen, dan kus ik de bruid.

Bekijk

Droom en werkelijkheid

Zijn vader was al ’n halve eeuw dood,
Leefde voort in zijn dromen,
Zijn vader werd nooit ouder,
Was veel jonger hij nu reeds was.

In dromen is dat heel gewoon,
Daar heerst zijn sprookjeswereld,
Waar hij alles dromen kan,
Zijn vader vindt dat ook gewoon.

In zijn dromen is zijn vader weer present,
Als ware het werklijkheid,
Is hun relatie als hij vroeger was gewend.

Twee werkelijkheden naast elkaar,
Maakt het onmogelijke,
In zijn dromen voor even waar.

Bekijk

Dromen van geluk

Diep in je dromen
Verzonken in gedachten
Soms vragend soms zoekend
Soms naar een antwoord smachten

Waar zit ik met mijn hoofd
Soms veel te veel te denken
Maar ligt het antwoord hier
Of wil ik de waarheid het geluk schenken

Zoekend naar een antwoord
Naar wat geluk kan zijn
Niet denkend aan de dingen
Niet denken aan de pijn

Wat , wat is geluk
Hoe zie ik het in mijn hoofd
Raak ik door al die gedachten niet teveel verdoofd

Waar vind ik mijn geluk
Wat doe ik toch zo graag
Wie wil ik graag zijn
Is mijn begrip niet te traag

Soms vragend soms denkend
De waarheid proberen te achterhalen
Maar spijtig genoeg
Lijkt mijn gedachte af te dwalen

een antwoord op mijn vraag
Is hier niet gebleven
Daarom wil ik van jullie
Nu afscheid nemen.

Bekijk

Droomvrouw

Mijn droom droom ik elke nacht,
Ik blijf die droom dromen,
Mijn dromen zijn nooit onverwacht,
Kan mijn dromen dromen.

Steeds komt mijn droomvrouw,
Zij verwent mij elke nacht,
Met hetgeen ik zo zeer van hou,
Daarom zo naar smacht.

Maar al drie nachten kwam ze niet,
Ik heb elke nacht gewacht,
Ik vrees dat zij mij voorgoed verliet.

Ik slaap nu droomloos,
Zonder hoop op wederkomst,
Nachten nu troosteloos.

Bekijk

Dromen

In dromen ben ik lichter dan lucht.
Regels vervagen en grenzen lossen op.
Alles kan, niets moet.
Misschien is dat waarom ik ze bewaar.

Bekijk

Een gedicht over dromen kan twee kanten op, en deze verzameling omarmt ze allebei. Aan de ene kant staan de nachtdromen: verzen over zweven en vallen, over overledenen die even terugkomen in je slaap, over de vraag wat je onderbewuste je wil vertellen. Aan de andere kant de toekomstdromen: het huisje ooit, de reis van je leven, de mens die je nog wilt worden.

Tussen slapen en verlangen

Wie vooral het fantastische zoekt, de werelden die alleen in een hoofd bestaan, vindt verwante verzen bij fantasie en fictie. Dromen die eigenlijk stille wensen zijn, grenzen aan de gedichten over hoop; dromen over wie je wilt zijn, raken aan persoonlijke groei. Zo blijkt één thema een kruispunt van verlangens.

Dichters zijn dagdromers met discipline: zij schrijven op wat anderen laten vervliegen. Ruim driehonderd van die opgeschreven dromen liggen hier voor je klaar, en er komen er wekelijks bij. Welke droom, geslapen of gewenst, laat jou niet los? Vertrouw hem aan papier toe en plaats hem voor je hem weer kwijt bent.