Bitter koud
Buiten ziet ’t groen smetteloos wit,
Binnen brandt ’n vlammend vuur.
In huis is ’t warm en behaaglijk,
Wijl binnen in mijn warme lijf ik ril.
Mijn bevroren hart voelt niet meer
Wat eer mij zo warm verhitte.
Nu overheerst de bittre kou,
Na ’t geluk in de lente en de zomer,
Kwam in d’herfst de rouw.
Binnen brandt ’n vlammend vuur.
In huis is ’t warm en behaaglijk,
Wijl binnen in mijn warme lijf ik ril.
Mijn bevroren hart voelt niet meer
Wat eer mij zo warm verhitte.
Nu overheerst de bittre kou,
Na ’t geluk in de lente en de zomer,
Kwam in d’herfst de rouw.
Mooi gedicht? Klik op het hartje — je like komt meteen bij je likes te staan.