Meisje van Weleer
Mijn vrouw, meisje van weleerEens was de tijd onze bondgenoot
Nu kijkt de dood op ons neer
Ik had je lief, met iedere ademstoot
Weet je nog hoe we de nacht kaapten
Stilte werd aan stukken gescheurd
Het waren de muren die zich vergaapten
Menige bedlakens hebben we toen besmeurd
Onze lichamen laten het nu afweten
Hun laatste reis komt in zicht
We hebben het altijd al geweten
Het einde draagt een mantel met kap
Dat beschouwt hij als zijn plicht
Twee vliegen in één klap
Gary Oeyen — dichters.nl/dood-en-sterven/14876814-meisje-van-weleer/