Gedenkteken
De zerk rust schuin in het grondrijk,een groen snoer hult de naam in geheim,
behave het jaar negentienvijfenveertig
Het zandpad er langs
bezaaid met herfstig blad
Tegen de steen een glazen vaasje met zes rozen,
vers water, gisteren bijgevuld
De wind schuurt rozenblaadjes als een stoffer langs het gedenkteken,
en onthult traag de inscriptie
Zij fluistert de letters luidop,
alsof de dode haar kan horen
De gevallen bloemblaadjes verzamelt ze zorgvuldig,
draagt ze liefdevol mee naar huis,
en schikt ze in een schaal met citroenwater
Paul Duyvesteyn — dichters.nl/dood-en-sterven/14871862-gedenkteken/