Direct naar de inhoud
Nieuwe site! Tijdelijk €10 korting op je eerste jaar Premium met code NIEUWESITE β€” bekijk Premium.

Ruud Grootveld

17 gedichten Β· dichter sinds 2016

Ik ben in 1931 in Singapore geboren en heb mijn jeugd doorgebracht in het voormalige Nederlands IndiΓ«.
Gedurende de tweede wereldoorlog, de Japanse bezetting en het Jappenkamp meegemaakt.
Vlak na de capitulatie gevlucht voor het Indonesisch geweld en in Nederland in januari 1946 aangekomen.
Na de middelbare school heb ik in een Chemisch bedrijf gewerkt tot de pensionering.
Als hobby ben ik hierna voor mijzelf gedichten gaan schrijven en heb bemerkt dat je hiermee heel wat van je frustraties, verdriet en teleurstelling kan wegschrijven..

Filter Sorteer

De Syrische verpleegster

Mijn droom vervuld van koorts en vage pijn
stopte toen ik voelde dat iemand aan mijn bed was,
ik zocht rond en steeg omhoog naar wakker
dat ergens ver weg boven mij moest zijn,
toen ik mijn ogen opende zag ik iemand in een jas.

Toen pas zag ik twee vriendelijk ernstige ogen,
de pupillen door irissen donkerbruin omrand,
het geheel door donkere wimpers omzoomd
sierlijk doorgetrokken en iets gebogen,
oosterse schoonheid in een klein verband.

En uit het niets kwam een koele hand,
ze streek zacht over mijn koortsig gezicht,
sprak onze taal in een oosters variant,
zodat haar troost verzachtte als zoet fondant
zo deed ze al een jaar haar nachtelijke plicht.

Haar handelen was vaardig maar zacht,
ze draaide wat kraantjes open of dicht
verwisselde infusen en stelden pompjes bij
toen ging ze weer weg waarbij ze even naar me lacht,
verdween als een engel zacht ruisend uit het licht.

Bekijk

Dromend in de zon

Het zonlicht speelt over mijn gezicht
ik lig met mijn ogen gesloten,
het is nu weer een prachtige week
waarvan ik elke dag heb genoten.

De krant ligt nog gevouwen op de grond
ik lig heerlijk lui achterover in mijn stoel,
genietend van een zon die niet te warm is
krijg ik een uiterst behaaglijk gevoel.

Mijn gedachten, spelend als hondjes
worden nu samen een dikke kat,
die nu binnen tussen de planten zit,
slaperig naar mij kijkt tussen het blad.

Hij is tenslotte gapend gaan liggen
ik hoor hem nu duidelijk spinnen,
dan ineens, kijkt hij op en springt weg,
er komt een herinnering binnen.

Ik voel een hand die de mijne zoekt,
vingers die de mijne omsluiten,
ik kijk opzij en zie haar kijken,
ze glimlacht naar mij daar buiten.

Twee handen die elkaar grijpen
als in een levenslang verbond,
op armlengte elkaar beminnen
met een glimlach om de mond,

Ik voel het, dit kan niet waar zijn,
open mijn ogen en kijk waar ze zat,
mijn beker met koude koffie,
ik sta op, heb genoeg zon gehad.

En die kat en die hondjes?

Zijn hier nooit geweest,
ze komen af toe op bezoek
maar dan alleen in mijn geest.
------

Bekijk

Euthanasie
Ik wacht in spanning en ook wel in onzekerheid,
want morgen zal de laatste dag voor mij zijn.
Dan opent voor mij de deur naar de eeuwige tijd
en dan laat ik hier mijn ziekelijkheid en die eeuwige pijn.

Of mijn nieuwe wereld donker is of licht, is niet bekend
en dat is, arme ziel die ik ben, mij steeds lig af te vragen.
Aan het donkere van het leven ben ik wel gewend
maar kan ik het eeuwige licht wel verdragen.

Bekijk

De oude mens.

Een mensengroep die in aantal groeit
herkenbaar aan hun grijze haar,
bewegen zich langzaam en kijken vermoeid
met een blik die grijst door beginnende staar.

Wanneer ze praten klinkt de stem wat schor
als ze klagen over de artrose in heup of knie
en dan lopen ze weer verder achter de rollator
op weg naar apotheek of fysiotherapie.

Een mensengroep op het eind van het leven,
ze vragen zorg, al doen ze het niet graag,
het kost zoveel geld die je moet blijven geven,
van de overheid mag je dood, al is het vandaag.

Verzekeringsbanken die schade gaan lopen
de pensioenen verlagen maar bonussen laten staan,
verpleeghuizen niet nodig, de zorg maar zelf kopen
zorgverleners die haastig komen en weer gaan.

Misschien dat ze eens nog zelf mogen beslissen
dat het genoeg is geweest met het aardse bestaan,
dat na hun dood geen mens hun meer zal missen
eenzaam sterven op de stoel voelt zo onwaardig aan.

Bekijk

De glimlach,
de laatste lichte rimpeling
bij hen die nog nagenieten,
nadat de uitgelaten lach is verstomd
en de storm in de zee van vrolijkheid
is bedaard en uitgeraasd.

De glimlach,
van een trotse moeder,
die haar liefdevolle blik verlicht,
als ze naar haar kind kijkt
dat haar nog elke dag
weer verrast en verbaasd.

De glimlach,
ons sociaal gezicht,
een vrijbrief tot intermenselijk contact,
een loper die veel deuren opent,
getuigt van onze vriendelijkheid
en betrouwbaarheid doet verwachten.

De glimlach,
voor velen toch ook een masker,
waar veel achter verdwijnt
van wat wij niet willen tonen,
onze boosheid maar ook ons verdriet,
onze teleurstellingen en onze gedachten.

Bekijk

Tijd slijt en leert

Tijd verslijt en leert.

Tijd verslijt en leert je dragen,
leert je steeds beter begrijpen,
hoe het spel van leven en van de mensen is
en zie ik het slinken van mijn vragen.

Begrijp ik nu beter het spel dat wordt gespeeld,
nu ik steeds beter de regels weet
al wordt ik af en toe nog wel verrast
maar schrik ik niet meer, van het ware beeld.

Eerst nog jong en zo onbevangen,
in een wereld nog zo mooi en spannend,
zag ik pas laat in het leven met hoeveel schijn,
een spel wordt gespeeld vanuit eigen belangen.

De maskerade, het feest van uiterlijke schijn,
die mooie schijn, die het onware verhuld,
vertrouwen wekt, een ankerpunt,
maar vaak slechts drijfzand blijkt te zijn.

Bekijk

11 september.

Hard geluid
doet naar buiten kijken.
Ongeloof, verbijstering,
verstard van schrik, blijft kijken.

Dan komt het binnen,
de schok en oorverdovend lawaai,
vliegtuigdelen, glasscherven en puin
verpletterd, verbrijzeld overal lijken.

kerosine, verstikkend in dampen
dan de hitte en begin van brand,
paniek, mensen gillen,
overal rook en overal vuur.

Rennen voor het leven,
overal mensen, besmeurd met bloed,
bloed op de vloer
en in spatten op de muur.

wringen zich door gangen
de trap af naar beneden,
lichamen vallen door trapgat
hun dood tegemoet.

Die dag eindigde met diepe rouw
voor duizenden doden
verpletterd door tonnen puin
verzengd door de intense gloed

Bekijk

De helpende hand.

Ik stond voor barak 24, hier moest ik dus wonen,
wie weet voor hoe lang.
Aarzelde even, las nogmaals het nummer
en zette de koffer naast mij op de grond.

Die duisternis daarbinnen,
die stilte, vijandig haast,
dat vooral was wat mij toen tegenstond.

Vanmorgen nog, afscheid van moeder genomen,
een lange reis, heel warm, met veel stops.
Zonet aangekomen, kreeg ik dit nummer,
het was al laat in de middag, al ver na vijven.

Ik pakte de koffer en liep naar de deur
stond even blind in het duister en rook de mufheid
van ademlucht en honderden warme lijven.

Toen mijn ogen zich hadden hersteld,
zag ik mensen en gezichten, vier rijen breed.
Rijen die zich voortzetten tot ver achterin,
enkelen die mij even nieuwsgierig bekeken.

Het was etenstijd, men was hongerig,
verwachtten elk moment de etensploeg,
niemand die mij hielp, mij aan wilde spreken.

Ik voelde het, ik was hier op de verkeerde tijd,
en ook was ik niet welkom, het was overvol.
Liep langzaam het looppad door, keek links en rechts
vond geen plek, niemand was bereid om op te schuiven.

Tot slot stond ik weer bij de deur, dacht na,
wist toen niet meer hoe ik verder moest gaan.
En toen, oh wonder, zag ik iemand naar mij wuiven !

Een oudere man die mij wenkte, snel ging ik er heen,
met buurman maakte hij mijn plekje, wat was ik blij,
een rieten matje had hij ook, ik bedankte hem uitvoerig,
vroeg de reden van zijn hulp de volgende morgen.

Hij vertelde, hij had een kleinzoon, wist niet waar hij was,
hoopte wanneer het ook voor hem moeilijk zou worden,
iemand hem ook zou helpen en voor hem zou zorgen.

Nog jaren later dacht ik af en toe nog aan deze man,
mijn tijdelijke vader voor maar enkele maanden,
iemand die kwam en hielp en zomaar weer ging.

En dan denk ik, was dat nu toeval of is er toch iets,
dat ingrijpt als alles je tegenzit, te sterk voor je is
die mij iemand stuurde, die tijdelijk mijn vader verving.

( In Nederlands IndiΓ« 1943, was 12 jaar, aankomst in mannenkamp.)

Bekijk

De oude schoenendoos.

Daarboven in de kast staat die doos,
soms open ik hem weer even,
als gedachten wat veel naar het verleden gaan.
De doos met herinneringen
twee rode schoentjes en een beertje,
meer had ze niet in haar korte bestaan.

Haar gezondheid was zo broos,
ze verliet ons weer, ze bleef maar even
vier jaren heeft ze net niet volgemaakt.
Haar hele leven doorgebracht
bij moeder in een Jappenkamp
de vrijheid nauwelijks aangeraakt.

Ik kijk altijd naar de zooltjes
weggesleten, haar blote voetjes,
hoe wonderlijk scherp ze daar nog staan.
Dan komt die emotie weer
en voel ik hoe dicht ze nog bij mij staat
al zeventig jaar bij mij vandaan.

Bekijk

Intiem wonder.

Hun kinderwens die al zolang bestond,
zij was nu klaar hem te ontvangen.
Zijn blik die zocht en de hare vond
hij zag haar intiem verlangen.

Het leek net, toen ze samen vrijden
alsof de tijd stil stond, al was het even.
Dit grootste wonder aller tijden,
de schepping van nieuw leven.

Levendragende chromosomen
in liefde samengebracht.
Zullen snel tot deling komen
gedreven door nieuwe levenskracht.

Diep in de warme moederschoot
groeit een nieuw uniek mensenkind.
Dat pas negen maanden groot,
een zelfstandig en nieuw leven begint.

Tot aan het verre einde der tijden,
na rampen, branden en zware stormen.
Zal toch nieuw leven zich verspreiden,
in steeds weer nieuwe levensvormen

Door grote verscheidenheid sterk,
overleeft de Natuur waar ook op aarde.
Zo toont ze ons haar levenswerk,
ontzagwekkend en onschatbaar van waarde.

Bekijk

Vervlogen ziel

Steeds als je mij ziet
is het voor jou weer zo lang geleden,
en die verrassing en die blijheid
treffen mij het meest.

Want in jouw kleine geheugen
past nog alleen het heden,
ik weet als ik straks weer weg ben,
dat ik niet ben geweest.

Maar als je op een dag
heel jouw verleden bent vergeten,
zodat je jouw familie en
jouw vrienden niet meer kent.

Als je niet meer weet
dat je kinderen hebt en hoe ze heten,
en als je mij nog maar ziet
als een of andere vent

Dan blijf ik toch wel komen
en laat jou niet in de steek,
want ik zal je niet vergeten
maar blijf naar jou verlangen.

Ik kom zo vaak ik kan,
al is het misschien eens in de week,
dan ga ik bij jou zitten en
streel zachtjes over jouw wangen.

En af en toe strijk ik ook
nog even over jouw grijze haar.
want ik hoop dat heel diep in jou
toch nog iets voortleeft.

De laatste vonk van een emotie
die voelt door dit gebaar,
dat naast jou iemand zit
die nog heel veel om jou geeft.

---------------

Bekijk

Aleppo.

Ik zag dat jochie,
net gered uit het puin,
zwart van het stof,
het bloed droop uit zijn haar.
Een jochie van maar vijf jaar,
hij kreeg bloed aan zijn hand
en keek er even naar.

Onder tonnen puin, in die holte
die het toeval hem bood,
ontliep hij de dood
en mocht blijven leven.
Van schrik had hij gehuild,
zijn ogen met tranen en stof
zwart gewreven.

Het kind keek rond,
nog verdoofd van het gebeuren,
keek even naar mij
het was maar kort.
Maar ik zag daar, wat een mens
een ander aandoet
als hij krankzinnig wordt.

Een beschadigd mensje
nog aan het begin van een leven,
slachtoffertje van het conflict
van gewelddadige machten.
Uitgevochten over
het hoofd van zovelen,
diepe wonden toebrachten.

Bekijk