Open voor de wereld
Wij zijn geen eilanden
geen losse kusten in een stille zee,
maar lichamen die trillen op elkaars nabijheid,
stemmen die antwoorden zoeken in het geluid van de ander.
Wij worden gevormd
in de aanraking van de wereld,
in het zachte duwen en trekken van wat ons bereikt.
Wie zich afsluit,
verliest niet alleen de ander -
maar ook een deel van zichzelf.
Laat je raken
door het lichte dat langs je huid strijkt,
door het sprankelende dat onverwacht oplicht:
een blad in de wind,
een zin uit een lied,
de blik van iemand die even blijft hangen.
Want dansen ontstaat niet in afzondering,
en verliefdheid kent geen muren.
Genieten vraagt om overgave,
om het toelaten van wat buiten je ligt
en toch in je binnenkomt.
Jezelf zijn
is geen gesloten vorm,
maar een keuze in openheid:
door wie, door wat
laat jij je bewegen?
Hoe wijder de deur,
hoe rijker de ruimte.
Open dus je hart, je ziel -
laat binnen wat je voedt,
wat je optilt, wat je draagt.
En wees niet bang
om te sluiten wat niet voor jou bedoeld is.
Peter Paul J. Doodkorte
1051 gedichten Β· 18 dit jaar Β· 2 deze maand Β· dichter sinds 2015
Biografie β Peter Paul J. Doodkorte
Peter Paul J. Doodkorte is van oorsprong adviseur, verbinder en inspirator, vooral werkzaam in het sociaal domein en de jeugdzorg. Vanuit zijn bureau DOODKORTE advies & bemiddeling draagt hij bij aan maatschappelijke vernieuwing en het versterken van zorgstructuren in gemeenten en gezinnen. Eerder bekleedde hij publieke functies als wethouder en gemeenteraadslid in Capelle aan den IJssel.
Wat hem onderscheidt? Hij is een friskijker, dwarsdenker, kantelaar en verbinder. Met oprechte aandacht voor mensen, combineert hij empathie met daadkracht. Hij is energiek, invoelend Γ©n besluitvaardig. Mensen inspireren, uitdagen en tot ontwikkeling aanzetten hoort bij zijn kernkwaliteiten.
Naast zijn adviserende werk is hij een begenadigd schrijver β op zijn blog De Overkant deelt hij poΓ«tische mijmeringen die hij ver-dichtjes noemt, als een reflectie op alledaagse momenten en emoties. Zijn werk oogst herkenning en rust, soms op bijzondere momenten als bij afscheid of herinnering.
Peter Paul heeft ook diverse inzichten gedeeld in publicaties over jeugdhulp, sociaal domein en transformatieprocessen. Hij schreef praktijkgerichte handreikingen zoals Verrassend Passend en Gepast Beschikken, en heeft bijgedragen aan visie- en kompasdocumenten voor gemeenten en jeugdzorg. Zijn literaire werk omvat bundels zoals In woorden gevangen, Even stilstaan β lichtpuntjes en vreugdevuurtjes en De stilte fluistert.
In zowel zijn poΓ«zie als zijn beleidswerk zie je één rode draad: menselijkheid. Hij gelooft in kleine gebaren, empathie en het vermogen van taal om harten te raken β zowel in persoonlijke als maatschappelijke contexten. Zijn werk laat je niet alleen nadenken, maar ook voelen.
βIk werk niet voor systemen, ik werk voor mensen β en dat verandert alles.β
deoverkant.wordpress.com/ doodkorte.nl/
In het stof van de wind
Pa, de week dat jij verdween
werd de lucht ineens een droge zee van stof.
Het leek alsof de tijd zelf over Capelle waaide,
een grauwe storm die alle kleur uit de straten blies.
Ik liep door kamers vol stilgevallen spullen,
Jouw bril, jouw pen, jouw jas die nog een schaduw draagt.
De wereld ging gewoon door, maar in mijn borst
woelde een storm die geen weerbericht ooit voorspelde.
Mensen kwamen als kleine karavanen,
met woorden, handen en flarden van jouw lach.
Ze zeiden dat het leven verder moest gaan,
maar hun zinnen klonken alsof ze door zand spraken.
Ik dacht aan al die keren dat jouw stem
mij door mijn eigen stormen heen loodste.
Jij wees nooit de weg met grote gebaren,
je stond gewoon naast me, als een lantaarn in stof.
Nu sta ik zelf in die oude stoffige wind,
en ik voel hoe jouw stilte achter mij meeloopt.
Elke stap die ik aarzelend naar voren zet
wordt lichter omdat jij, onzichtbaar, mee beweegt.
Pa, soms lijkt het of ik jou opnieuw ontmoet
in de korrelige lucht boven een lege straat,
in een zonnestraal die zich door alles heen bijt,
in het knarsen van mijn eigen stem als ik jouw naam zeg.
De wereld zegt βzo lang, het was goed om je te kennenβ,
en ik fluister zacht: βzo lang, het was goed om jouw zoon te zijn.β
Deze stoffige oude stof vult mijn huis en mijn hoofd,
maar in elke korrel zit een stukje van jouw licht.
Als de storm ooit gaat liggen en de lucht weer helder is,
zal ik verder lopen, niet omdat ik jou vergeet,
maar omdat jij mij geleerd hebt in weer en wind
mijn eigen weg te vinden, met jouw handen in mijn rug.
Voor alle vaders die dragen
Er zijn mannen
die vader werden
op de dag dat een kind hun vinger vond
en die sindsdien de wereld anders dragen:
voorzichtiger soms,
dapperder vaak,
met een jas vol kruimels, zorgen, trots
en een hart dat nooit meer alleen van henzelf is.
Er zijn mannen
die geen bloedband nodig hadden
om toch te blijven,
om schoenen te strikken,
fietsen vast te houden,
tranen op te vangen
en in een halfdonkere nacht te zeggen:
ik ben hier, ga maar slapen.
Alsof liefde pas echt liefde wordt
wanneer zij niet vraagt
of iemand βeigenβ is.
Er zijn vaders
die groeien in stilte,
in pleegkamers, aan keukentafels,
tussen logeerweekenden, schoolrapporten
en het zoeken naar de juiste toon
tussen ruimte geven en dichtbij blijven.
Mannen die leren
dat zorgen soms vooral betekent:
niet oplossen,
maar naast iemand gaan zitten
tot het weer lichter wordt.
Er zijn grootvaders
die opnieuw leren kijken
door ogen vol verwondering,
die hun zachtheid met de jaren niet verloren
maar juist verfijnden
tot iets dat op rust lijkt,
op tijd,
op een hand op een schouder
die zegt:
het komt goed, jongen, meisje, mens.
Er zijn mannen
die nooit βpapaβ werden genoemd,
maar wel deuren openhielden
waarachter een ander kon schuilen.
Die luisterden zonder haast,
grenzen stelden zonder hard te worden,
en met hun aanwezigheid bewezen
dat vaderschap niet altijd in een naam woont,
maar vaak in een gebaar:
de arm om je heen,
de raad op het juiste moment,
de moed om te blijven
als blijven het moeilijkst is.
Er zijn mannen
die vader wilden zijn
maar dat verlangen ergens moesten neerleggen,
zachtjes misschien,
of met een breuk in hun stem.
Ook hun liefde telt,
ook hun lege handen weten
hoe groot zorg kan zijn
voor iemand die er nog niet was
of nooit kwam.
Soms is vaderschap ook
de ruimte in je hart
die altijd open bleef.
En er zijn mannen
die zelf nooit leerden
hoe je vader moet zijn,
maar het toch werden β
struikelend, zoekend, met vallen en opstaan,
met excuses waar nodig,
met liefde die niet perfect was
maar wel echt.
Want ook dat is vaderschap:
niet feilloos zijn,
maar telkens opnieuw kiezen
om er te zijn.
Voor al die mannen vandaag:
voor wie dragen, beschermen, aanmoedigen,
voor wie troosten, loslaten, opvangen,
voor wie niet voorop lopen
maar wel altijd in de buurt zijn
als het nodig is.
Voor wie een thuis zijn,
een richting,
een veilige stem in een onrustige wereld.
Vandaag vieren we niet alleen vaders,
maar alles wat vaderlijk is:
de hand die optilt,
de blik die begrijpt,
de stilte die niet leeg is
maar vol vertrouwen.
Dus aan ieder
die op welke manier dan ook
een ander hielp of helpt groeien,
een ander veiligheid gaf of geeft,
een ander leerde en leert
dat liefde ook standvastig kan zijn:
Fijne Vaderdag.
Weet
dat wat je gaf of geeft -
in woorden, in daden, in trouw, in tijd -
misschien niet altijd groots leek of lijkt
maar voor iemand
een wereld van verschil was of is!
De drempel
Op school ben je echt een karakter,
de leraar zweert, je bent een sieraad.
Maar bij de voordeur breek de meter,
alles stoort en de sfeer wordt kwaad.
Die paardenbloem was wild geplukt
beveiligd tussen de tassen en de stress.
Nu mist er één blaadje en je bent gespannen,
dit is verschrikkelijk , niks minder dan dat.
Je kijkt niet zomaar naar de verf,
βJe moet kijken met je hart, mam.β
Terwijl je om half zes een meesterstuk bouwt,
Als de avond zachtjes valt.
Dan sluit ik zacht de badkamerdeur,
de koele tegels op mijn wang.
Een vluchteling van geur en kleur,
een moeder, hondsmoe en bang.
Omdat jouw sprankel soms verdwijnt
in donkere vragen voor de nacht.
Waar de buitenwereld stralend schijnt,
Stormt het binnen met grote kracht.
Onzichtbaar maar onlosmakelijk
Er zit een draad
die niemand ziet
maar die geen mens kan breken.
Geen maatregel,
geen afstand,
geen zorgvuldig geformuleerd besluit.
Je kunt een kind verplaatsen,
een bed verschuiven,
een leven opnieuw inrichten -
maar niet
waar het vandaan komt.
Niet de zachte echo
van een stem die nooit verstomt,
niet de schaduw van een ouder
die meeloopt in het hart.
Soms verschijnt die verbinding
in vormen die we niet begrijpen:
in gedrag dat schuurt,
in keuzes die pijn doen,
in een stille poging om te zeggen:
zie mij,
ik hoor ergens bij.
En wij,
wij noemen het probleem,
terwijl het vaak een antwoord is.
Een antwoord op gemis,
op liefde die geen plek kreeg,
op een naam die niet uitgesproken mocht worden.
Want een kind blijft van zijn ouders.
Altijd.
Tenzij -
wij de moed hebben
om niet alleen te beschermen,
maar ook te verbinden.
Om niet alleen weg te halen,
maar dichterbij te brengen
wat er nooit echt weg was.
Misschien is dat de beweging.
Niet naar nul alleen -
maar naar zien.
Naar luisteren
tot onder het gedrag.
Naar erkennen
dat wat blijft,
niet het probleem is -
maar het begin.
tuinlied
Tussen borders in groen en gouden glans,
waar hortensia's wiegen in een voorjaarsdans,
daar ligt een tuin in volle pracht,
die al het wintergrijs vergeten doet
Langs paden zwart als fluweelzacht tapijt,
waar elke plant zijn eigen verhaal schrijft,
klimt het groen omhoog, omlaag, opzij,
een symfonie van bladeren, wild en vrij.
Het gazon ligt glad als smaragd gestreken,
omzoomd door bloemen in allerlei kleuren,
geel licht dat danst op blad en bloem,
alsof de zon zelf kiest voor deze pracht.
Daar staat de pergola met druivenrank,
een houten kroon, gegroeid langs elke plank,
waaronder stil rieten stoelen wachten,
op wie even rusten en genieten wil.
En kijk, daar prijkt de allium paars en trots,
tussen varens, struiken en hosta's,
een tuintafel draagt de bloemen in een pot,
terwijl de avond valt, zo zacht en plots.
Dit is geen tuin, dit is een lied,
waarin elk plantje zijn stem verheft en biedt,
aan de tuinier die hier scheppen mag,
een paradijs dat groeit met elke dag.
Vier wat was, omarm wat komt
Vandaag kijk je terug,
in tinten of zwart en wit,
naar alles wat geweest is,
alles wat nog in je zit.
De dagen vol verhalen,
van lachen en van pijn,
ze hebben je gevormd
tot wie je nu mag zijn.
Dus treur niet om wat was,
laat het verleden vrij,
want niets blijft ooit hetzelfde
en dat hoeft ook niet, het is voorbij.
Wat blijft, zijn de herinneringen,
zacht verweven in de tijd,
als sporen van het leven
dat jou steeds verder leidt.
Er waren wegen, mensen,
momenten groot en klein,
sommige vol belofte,
andere moesten anders zijn.
Maar elke stap, hoe wankel soms,
bracht jou hierheen, naar vandaag,
een plek van nieuwe kansen,
een nog ongeschreven toekomst.
Vier daarom stil de dagen
die achter je liggen
ze fluisteren wie je bent,
ze vormen wie jij bent.
En kijk met lichte ogen
naar wat nog komen mag,
naar nieuwe dromen, nieuwe hoop,
de nog onbekende dagen
Want wat nog voor je ligt,
draagt kansen met zich mee,
als leeuweriken stijgend,
vrij en onbevreesd, omhoog.
De toekomst roept je zachtjes,
vol belofte en vol licht
een nieuw begin, een open pad,
een stralend vergezicht.
Dus hef het glas op gisteren,
maar leef vooral voor nu,
en omarm wat morgen brengt
het wacht al op jou, stil en trouw.
Van harte
Tussen vieren en wegkijken
Op 5 mei hangen de vlaggen uit.
We vieren dat we vrij zijn.
We lopen buiten, spreken hardop,
kiezen ons eigen leven.
Maar hoe vaak staan we stil
bij wat dat echt betekent?
Vrijheid is niet vanzelf gekomen.
En ze blijft niet vanzelf evenmin.
Er zijn mensen voor gegaan.
Die risico namen, die verloren,
zodat wij nu kunnen leven
zonder angst om wie we zijn of wat we zeggen.
Tegelijk is er iets ongemakkelijks.
Want terwijl wij vieren,
zijn er plekken waar vrijheid ontbreekt.
Waar mensen zwijgen omdat ze moeten.
Waar keuzes geen keuzes zijn.
Dat is niet ver weg.
En het is ook niet nieuw.
Maar we lijken eraan te wennen.
Vrijheid is geen bezit.
Het is iets wat je moet blijven doen.
In hoe je kijkt naar anderen.
In wat je accepteert, en wat niet.
Het vraagt dat we niet wegkijken.
Niet hier, en niet daar.
Dat we beseffen: het kan ook anders lopen.
Dus vier de vrijheid.
Maar neem haar niet als vanzelfsprekend.
En besef: zolang niet iedereen vrij is,
blijft er werk te doen.
Twee minuten, en meer
Op vier mei wordt het stil.
De wereld houdt even haar adem in,
alsof ze zich herinnert
dat leven breekbaar is.
Twee minuten.
Voor namen die we kennen,
en voor de ontelbaren zonder naam,
die vielen in het donker van geweld.
Maar luister -
achter die stilte klinkt meer.
Niet alleen het verleden spreekt,
maar ook het heden dat niet zwijgt.
Van straten in Gaza tot velden in OekraΓ―ne,
van steden in Libanon tot schaduwen in Iran -
overal waar de grond nog trilt van angst,
liggen verhalen die nooit zijn afgemaakt.
Mensen, zoals wij.
Met handen die wilden bouwen,
met ogen die morgen zochten,
met stemmen die nog iets wilden zeggen.
Kruip even in hun laatste seconden.
De adem die stokt.
De gedachte aan thuis.
Een naam die nog gefluisterd wordt
maar niemand meer bereikt.
Voel het.
Al is het maar een ogenblik.
Misschien is twee minuten
dan te kort.
Misschien moeten we elke dag
even buigen voor wat verloren ging.
Niet uit schuld,
maar uit menselijkheid.
Twee minuten per dag
waarin we niet wegkijken,
waarin we niet wennen
aan wat nooit gewoon mag worden.
Zodat herinnering geen ritueel blijft,
maar een richting wordt.
En stilte geen einde is,
maar een begin.
Van zorgvuldiger leven,
van zachter spreken,
van het weigeren te vergeten.
Voor hen die geen tijd meer kregen.
Voor ons die nog kunnen kiezen.
Vier keer tien en zeven keer een,
ja β het leven telt gewoon door.
Sommige jaren zijn licht,
andere zwaar,
maar jij bent er gelukkig nog,
met het hoofd omhoog en het hart vol.
Je hebt drie wonderen grootgebracht,
ieder met een eigen manier van zijn.
Noa met haar richtinggevoel en warmte,
Joshua met kracht en een eigen wereld,
Boaz met energie van voetbal dromend
Ze zijn jouw trots,
en dat straalt van ze af.
Het afgelopen jaar was niet zacht.
De borstkanker kwam terug,
alsof het leven even vergat
hoeveel jij al had gedragen.
Maar jij ging weer de strijd aan,
met humor, met moed,
en met de kracht die jou eigen is.
Je bleef moeder, collega, zus en mens,
met volle dagen en momenten van niks.
Patrick bleef naast je staan,
niet als schaduw, maar als maat.
En Arjen - jouw broer,
die met je meeloopt sinds het eerste uur
kwam nog dichterbij,
Vandaag vragen we niets van je.
Vandaag mag je ontvangen:
rust, liefde, een knuffel,
en het simpele besef
dat je gezien wordt.
Dat je inspireert,
door te zijn wie je bent.
Gefeliciteerd, lieve Jacqueline.
Op gezondheid,
op lichtere dagen,
en op de vrouw die jij bent.
Ik was weer even psychotisch
(en dat was helemaal okΓ©)
Ik slik al jaren pillen
die mijn hoofd wat stiller maken,
een beetje dempen,
zodat de wereld niet zo hard binnenkomt.
Heel langzaam draaide ik de knop terug,
van 2 naar 1,
van 1 naar een halve milligram.
Op een winterdag dacht ik: nu durf ik verder.
Bij 0,4 merkte ik het meteen.
Woorden begonnen me aan te kijken,
zinnen kregen dubbele bodems,
gesprekken werden raadsels
die ik moest oplossen.
Stemmen waren er niet echt,
maar toch een beetje wel.
Soms lief en geruststellend,
soms vreemd en verontrustend.
Ik wist: nu wordt het wankel in mijn hoofd.
Ik vertelde het aan mijn man,
aan vrienden, zelfs aan een leerling.
βIk ben instabiel,β zei ik gewoon.
Niet als bekentenis,
maar als feit.
Zoals je ook zegt dat je verkouden bent.
Ik verhoogde de medicatie weer,
eerst naar 1, toen terug naar 2.
De metafysica β grote vragen,
grote betekenissen β
bleef nog even aan de deur kloppen.
Films werden spiegels,
talen werden werelden.
Ik leefde in twee werkelijkheden tegelijk.
Ik voelde een soort collectief onderbewustzijn,
alsof gedachten niet alleen van mij waren
maar van ons allemaal.
Niet alles was onzin,
maar wel veel te groot
om in mijn eentje te dragen.
Dus leunde ik op anderen.
Op hun jij tegen mij,
op hun blik die normaal bleef
als ik het even niet was.
Zij hielden de werkelijkheid vast
als ik haar bijna kwijt was.
Ik gokte erop
dat ik de juiste woorden zou vinden,
en dat als ik die niet vond,
anderen me zouden helpen zoeken.
En dat deden ze.
Nu word ik weer stabieler.
Het is bizar hoe een minuscuul verschil
een verschil in milligram
zoβn enorme golf in mijn binnenwereld kan zijn.
Ja, psychotisch worden hakt erin.
Het schudt alles door elkaar.
Maar het bracht me ook iets:
inzichten, zachtheid,
een nieuw vertrouwen.
Vertrouwen dat ik mag leunen
op mensen om me heen.
Vertrouwen dat medicatie
geen zwakte is,
maar een rand van het zwembad
waar je even aan vastpakt
als je kopje onder dreigt te gaan.
En weten:
ook als mijn denken vreemde bochten maakt,
ben ik nog steeds ik.
Ik ben meer dan mijn psychose,
meer dan mijn pillen,
meer dan mijn twijfels.
Ik was weer even psychotisch,
en dat was
met hulp, met woorden, met liefde
helemaal okΓ©.
Bully
Je blaft in mijn hoofd,
zonder huur, zonder schaamte,
zet je laarzen op mijn gedachten.
Je gilt harder dan gezond verstand,
overschreeuwt elk fluistertje hoop,
tot er alleen nog echo is.
Je noemt je zorgzaam,
maar je redt me kapot,
redt me de afgrond in,
in naam van veiligheid.
Je bent geen demon,
je bent een bange hond
opgefokt reptielenbrein
met te veel microfoon.
Je kraakt, commandeert,
moet-dit, moet-dat,
tot mijn rug een uitroepteken is
en slapen een verloren kunst.
Maar luister goed, bully:
vanaf nu mag je lullen,
maar niet meer sturen.
Ik ruil je noodtoestand in
voor een rustig geel knipperlicht.
Ik tel tot tien,
zet je op de passagiersstoel,
handen weg van het stuur,
riem om, bek dicht.
Ik kies lange termijn,
trage adem, zachte blik,
het kleine woord βgenoegβ
dat jouw hele rijk laat wankelen.
Blaf maar, bully.
Ik hoor je,
maar ik gehoorzaam niet meer.