De buffetkast
Zie haar daar toch eens prachtig staan
Non-verbaal communiceert zij haar onontkoombare aantrekkingskracht
Als een bloedzuiger steeds dieper vastbijtend bij verzet
Niemand die haar onopgemerkt voorbij zal gaan
Zie haar daar toch eens prachtig staan
Slechts een dwaas die haar verhevenheid in twijfel trekt
Haar lichaamstaal indrukwekkend overtuigend
Beperkte bewegingsflexibiliteit in een vloeiend sierlijke beweging laten overgaan
Zie haar daar toch eens prachtig staan
Laden en deuren vielen enkel in 't slot
Dan nu toch eindelijk die acute ommezwaai
Al snel bleek haar binnenkant verschimmeld en verrot
Zie haar daar toch eens prachtig staan
Laden en deuren voor niemand meer dicht
Met niets dan gepaste schaamte
Ondergaat zij haar ware gezicht
Zie haar daar toch eens prachtig staan
Van de loden last eindelijk bevrijd
Het resterend meubilair reikt haar de hand
Voorgoed begraven ligt nu de strijd
Zie haar daar toch eens prachtig staan
Het resultaat van een fascinerende ontpopping
De ultieme beloning voor haar getoonde kwetsbaarheid
O zie haar daar toch eens prachtig staan
Anco Timmerman
19 gedichten Β· dichter sinds 2015
Schilderijtje lezen
Een simpel schilderij
Zo op het eerste gezicht
Doch wanneer men verder kijkt
Toch een ander inzicht biedt wellicht
Slechts gedragen door paard en ruiter
Toch is er niets dat er aan ontbeert
Fysiek vertoon ondergeschikt aan de boodschap
Die een onvoorziene overeenkomst illustreert
Evenals bij ons mensen
Het uiterlijk vertoon dat vaak maskeert
Tracht te verbergen, te verbloemen
Die iedere vorm van kwetsbaarheid vakkundig weg manoeuvreerd
Kruipend in zijn eigen werk
Een zelfportret op slinkse wijze toegepast
Als ruiter zijn paard middels teugels
Als schilder zijn portret middels kwast
Niets dan niets
In den beginne was er niets
Niets dan niets
Enkel, niets kon echter geenszins zijn
Daar niets, feitelijk in al haar letterlijkheid, niets betekent
Niets, een grenzeloos rekbaar begrip
Niets zo ondefinieerbaar als niets
Niet tastbaar, meetbaar, zichtbaar of hoorbaar
Niets van dat alles, slechts helemaal niets
Verstoken van elk mogelijke beeldvorming
Verklaart zij haar ongrijpbaarheid
Al sinds niets tot in oneindigheid vereeuwigd
Al sinds niets is zij slechts niets dan niets
Onvoltooid bevrijd 2.0
De geur van verderf
Was inherent aan de strijd
De geur van verderf
Ligt nu verborgen in de tijd
Een geur die er immer zal zijn
Onlosmakelijk met onze geschiedenis verweven
Ongevraagd steeds weer die beelden herbeleven
Diep genesteld in ons brein
Gecentreerd in het gebied der gedachten
Is zij ongenaakbaar en uiterst krachtig
Ondanks haar fysieke afwezigheid oppermachtig
Weerloos ondergaan we dit figuurlijk slachten
Reeds 70 jaar bevrijd van wat toen nog tastbaar was
Echter geenszins van de diep geslagen wonden
Het geheel nooit compleet af zullen ronden
Uiteindelijk toch thuisgekomen zonder kompas
Eeuwige roem aan hen die ons verlosten van haat en nijd
Maar tegen de zwaar aangekoekte resten valt niet op te zemen
De last der herinneringen valt niet weg te nemen
Op die ene dag werden wij onvoltooid bevrijd
Onvoltooid bevrijd
Hetgeen teweeggebracht en de evidentie van de eigenlijke onbezonnenheid ervan
Middels slechts het één enkele individu
Bejegend met een onnozele nederigheid
Een abrupte ontplooiing van chronische naΓ―viteit
Welbedreven in het lijdzaam volgen maakt zij zijn wegen vrij van obstakels
Het verkondigde woord blind en ongefilterd aangenomen in al haar zogenaamde geweldigheid
Onschuldigen met onrecht en leed besmeurd
De confronterende onomkeerbaarheid van zijn diep gewortelde nesteling
Een waas van zwart tekent de bladzijdes van weleer
In een oneindige achtervolging veroordeeld tot zijn eeuwige aanwezigheid
Doch een evenzo eeuwige dank voor de dag der genade
Die dag werd Nederland onvoltooid bevrijd
Een kwestie van tijd
Dagen druppelen voorbij
Ijsberen, almaar heen en weer
Verstoten door de maatschappij
Van links naar rechts, en nog maar een keer
Weken druppelen voorbij
De tijd als een blok aan het been
Waarom niet gewoon weer zij aan zij
De tijd is nu enkel maar gemeen
Maanden druppelen voorbij
Wat eens was, dat was zo mooi
Nu machteloos achteraan in de rij
Als een beer in een veel te kleine kooi
Een jaar reeds voorbij
Veelal donker, met weinig licht
Dat ene moment, daardoor keerde het tij
Haar wandaden voor onbepaalde tijd ontwricht
En de tijd, de tijd gaat maar voorbij
En voorbij zal zij blijven gaan
Als vriend of vijand, daarin is ze vrij
Zo is het, en zal het immer zijn voortaan
persifleerder vs gepersifleerde
Overdrijving inherent aan persifleren
De lange tenen overboord
Grenzen overschrijden, maar toch akkoord
Een tijdelijke vrijbrief tot stigmatiseren
Typerende kenmerken lokaliseren
Door een figuurlijke knipoog van de ernst ontlast
Samen met zelfspot een graag geziene gast
Risicoloos gevaarlijk kunnen opereren
Ontleden en uitvergroot reconstrueren
Gedoogd, maar smerig over die weerloze rug
Enkel in staat tot incasseren, kaatst nimmer terug
Van dat tijdelijk grijze gebied optimaal profiteren
Tekortkomingen genadeloos maximaliseren
Veroordeeld tot een eenzijdig gevecht
Moeiteloos door richting pleit beslecht
De K.O middels standje centrifugeren
Terugkerend segment
Een immer terugkerend segment
Niets liever dan simpelweg participeren
Voor de voeten gelopen door structureel prakkiseren
In remmingen en blokkades een ongenode assistent
Onvermijdelijk en frustrerend frequent
Als zwembadwater, trachtend te renderen zonder chloor
Volhardend in die zoektocht ondanks een opzichtig dood spoor
Wordt iedere dag weer een mogelijke uitweg verkent
De vicieuze cirkel pijnlijk pertinent
Een obstakel grensverleggend qua integreren
Met de rug tegen de muur moeten accepteren
Dat je bij niemand hetzelfde bent
Verborgen potentie
Zo groot als ik ben, toch voel ik me klein
Weerloos, zo lek als een vergiet
Onderga ik het welzijn van mijn werkgebied
Zo groot als ik ben, zo groot zou ik willen zijn
Zo groot als ik ben, is niet zoals men mij ziet
Een grootsheid die veelal schittert door absentie
Verstoken van zeggenschap over de af te stellen frequentie
Zo groot als ik ben, zo groot voel ik me niet
Vertrouwen in je dromen
De dag begint
Een bries ontwaakt de bomen
Is dit dan die dag
Waar ik niets van kan dan dromen?
Dan zie ik mijzelf
Fluitend in de morgen
Mijn wegen bewandelend
Vrij van leed en van zorgen
Maar dan 's avonds in mijn bed
Voel ik me weer naΓ―ef
Beheerst laat ik me gaan
Er weerklinkt een zacht gerief
En toch, ik weet het zeker
Blijf bij hoog en laag beweren
Dat ik blijf geloven in de dag
Waarop ik mijn dromen mag incasseren
Een positieve noot
Een helder klinkend geluid
Nooit het licht op rood
Altijd vol vertrouwen vooruit
Een positieve noot
De roze bril van stal
De ideale echtgenoot
Die niets dan stralen zal
Een positieve noot
Hoe dan ook een tien
Zonder slag of stoot
Door het leven bovendien
Een positieve noot
Die mijn leven binnen trad
O positieve noot
Jou raak ik nooit zat
Ik vond het al goed dat ik er was
Meedoen altijd belangrijker dan winnen
Benoem dingen zoals ze zijn, blijf realistisch
Soms even klagen, daarna weer optimistisch
Omarm het leven in een poging het te beminnen
Koester de dingen die als vanzelf gaan
Niets is vanzelfsprekend
Al word daar in het onderbewuste vaak wel op gerekend
Relativeer, wees niet snel ontdaan
Een clichΓ©, maar o zo waar
Dat je geluk uit de kleinste dingen kunt halen
Maar in de praktijk het juist die kleine dingen zijn waar we snel over
mopperen of van balen
Domweg toegeven aan die eerste impuls, daarin schuilt het gevaar
Mens eigen dat er vaak eerst iets moet gebeuren
Een ieder zich hiervan terdege bewust
Spijtig dat iets eerst moet branden alvorens het kan worden geblust
Voordat we met die totale ommezwaai gaan lopen leuren
Kuierend langs de zo vaak genomen route, de laatste keer wel misschien
En toch het koppie niet naar beneden
Ondanks alles dankbaar, ondanks alles best tevreden
Hoe lang het nog duren mag, dat zullen we wel zien
Even terug nog, terug naar de geur van het groene gras
Eenzaam doch gelukkig, zo heb ik mijn leven ervaren
Gelukkig kon ik al zijn door simpelweg naar buiten te staren
Nee echt, ik vond het al goed dat ik er was