Direct naar de inhoud
Nieuwe site! Tijdelijk โ‚ฌ10 korting op je eerste jaar Premium met code NIEUWESITE โ€” bekijk Premium.

DichteresMetHoop

245 gedichten ยท dichter sinds 2015

Lynn is een jonge dichteres uit het kempische Turnhout. Als puber schreef ze vaak gedichten, maar pas rond 2012 hervindt ze zich in de poรซzie. Ze begint terug te schrijven, verdiept zich in allerlei dichters en schrijvers en wordt ontdekt door niemand minder dan Tom Driesen, ex-stadsdichter van Turnhout. Dankzij hem kan ze zich dichter van het Collectief Dichterbij noemen en publiceerde ze haar debuutbundel 'Nachtvlinder' bij CoDi's hobbyuitgeverij De Onderste Plank. De bundel bleek een succes, dank aan familie en vrienden, en een tweede druk volgde. Sinds kort kan je het bundeltje ook lenen in de bibliotheek van Turnhout (Turnhouts goud, onderste plank).
Sinds haar debuutoptreden op 4 april 2015 beklimt ze regelmatig verschillende podia in Belgiรซ en Nederland, zoals De Sprekende Ezels Turnhout, Dakdichters Turnhout, Poรซziebus halte Turnhout, Pepperplus Eindhoven, Balonnenvrees Antwerpen, 1m2-podium Breda, etc.
Ook is Lynn sinds eind 2016 is redactielid bij het Nederlandse literaire magazine Po-e-zine.

Haar bundel 'Nachtvlinder' is volledig uitverkocht, gelukkig kan je de bundel ook hier online bekijken.

spiritus-amicis.blogspot.be/  

Filter Sorteer

Blikvanger

Ik vang je blik in je spiegelbeeld,
maar weet niet hoeveel je ziet.
Ons bestaan dat elkaar even raakt,
als een venndiagram waarin wij
wiskundige verschillen zijn die
in de tijd samenkomen.

We spelen een dobbelspel,
het hoogste aantal ogen
is net genoeg voor een verdwijntruc.
Als de trein dan stopt
trekt onze verzameling uit elkaar,
als cellen die zich splitsen.

Ik zie je nog net knikken als ik
je blik opnieuw vang door het raam,
en je uit mijn gezichtsveld flitst.

Bekijk

Ik ben

een vlinder waarvan de
de vleugels nog in de
papieren pop kleven

een herfstblad dat
nog niet doorheeft dat
het moet vallen

een autobestuurder die
een stopbord als iets
permanents bekijkt

Bekijk

Blanco

Terwijl jij vervaagt tot iets dat amper
op het puntje van de tong ligt,
vervaagt er iets binnenin mij.
Ik kan er moeilijk de vinger opleggen,
maar ik weet dat jij geschreven wordt,
lijn per lijn.
Terwijl je zelf het schrijven
bent verleerd.

Naar jou kijken is als
een te sterke bril op je neus,
de scherpte gaat er af en
je staat er zelf van te kijken.
Woorden zijn slechts klanken,
knikken en knikkende knieรซn.
Hoongelach maar dan van jezelf,
wie ben je eigenlijk nog?
Je schouders gaan omhoog,
je mondhoeken naar beneden en
triest zit je te lachen.

Naar jou kijken is als
door een verrekijker loeren,
objects in the mirror are further
than they appear, voorzichtig rijden dus.
Had je maar een spiekbriefje
met alle antwoorden op,
voor ons. Maar,
je bent het schrijven al lang verleerd.

Bekijk

Het grote gelijk

We zien je daar wel staan,
op een krakkemikkige, houten
toren met drie steunpilaren
heen en weer zwalkend in de
ijle lucht. Als in een schaakspel
raas je vooruit, je wijkt niet en
zeker niet van standpunt.
Stampvoetend als een klein kind
verplicht je tot luisteren.

Dus we luisteren, onze oren
zijn volledig ter uwer beschikking,
maar bij wie-dan-ook
denk maar niet dat we niet denken!
Elk woord wordt gekauwd, herkauwd,
ingeslikt of uitgespuwd.
De grond ligt bezaaid met rochels die
voor jou meer betekenen dan voor ons,
maar blijf vooral doorgaan.

Want hoe langer je bazelt,
hoe meer luisteraars hun oren sluiten.
We kijken naar je op, maar pas op,
hoogmoed komt voor de val.
En daar heb je het al!
Het publiek moppert, een dappere
schraapt zijn keel, stilte.
De schraper begint een tegenargument,
jouw mond valt open.

De spanning is te snijden,
er wordt op reactie gewacht,
maar je kauwt zo op je woorden dat
je er bijna in stikt. Je slikt.
Je opent toch maar je mond en
het wordt een kaatsspel,
een potje tafeltennis
met als inzet het grote gelijk,
een knieval van de tegenpartij.

We kijken toe hoe jullie
onschuldig gekibbel uitgroeit
tot een gruwelijk vervelend
welles-nietesspelletje.
Als een stel kleuters die
hun zin niet krijgen,
als honden die
de baas willen blijven,
beginnen jullie te bijten.

Omstaanders beginnen bij te vallen,
het wordt heftiger, harder, vettiger,
tot iemand begint te schelden.
De persoonlijke aanval als
laatste hoop, want de schokfactor
zorgt voor een betere discussie, toch?
Zij die niet participeren worden onrustig,
ze fluisteren, mompelen tegen elkaar
dat de rest onbeschoft is en vooral

ongelijk heeft. De meningen doen er
al lang niet meer toe, want niemand
weet nog waar ie het over heeft.
Iedereen waant zich koning terwijl
de anderen hun vazallen zijn,
boeren die niets beter weten dan
graaien in stront en ja knikken,
wat sommigen met plezier doen.
Ja, meester. U heeft gelijk, meester.

Maar niemand merkt de schaduw
die langs de derde pilaar omhoog
klimt. De rebel, de waarheidszoeker,
de vigilante die er genoeg van heeft.
Hij of zij die nee knikt en liever niet
het hoofd in de grond steekt. Hij
of zij die bezint eer die begint en
de waarde van een ander niet
verlaagt. De dichter, de dromer,

de perfectionist. En we zien hem
of haar plots staan, op een
toren in de ijle lucht. Hij of zij
kalmeert het publiek en ze luisteren.
Ze denken en bedenken zich,
want wie zegt dat hun mening beter
is dan die van een tegenstander.
De dichter, de dromer, hij of
zij wordt wakker.

Bekijk

Alice

Je trekt aan me.
Je roept dat het te laat is.
Ik moet je volgen,
door bloemenvelden en
bomen in en we vallen.
Je blijft trekken.
We vallen, trippen, dieper
ondergronds, buitenwerelds.
We vallen en landen en je blijft
trekken.
Is het dan zo laat op de dag
dat het effectief te laat is?
Ik blijf maar volgen terwijl
jij blijft trekken.
Tot ik vergeet en toch weet
dat ik ergens
te laat voor ben.

Bekijk

Ik heb het verleden verbrand.
In de assen las ik oude waarheden
en een realiteit die al lang
onwerkelijk is.
De rook nestelde in mijn haar
en ik vergat wie er toen sprak,
de verhalen die vandaag
nutteloos geworden zijn.
Ik zag de vlammen groeien.
Een vergeelde bladzijde werd verteerd
en wat ik te lang vasthield
schroeide uit mijn hand.

Ik heb het verleden verbrand.
Kijk nu in de assen waar niets nog
iets is, waar een deel van mezelf
stierf. Het is goed zo, het is
beter zo.

Bekijk

Bloedroos

Hoe zij een roos was.
Hoe ik vergat dat zij een roos was.
En haar een hand gaf,
en me prikte aan haar doorns.
En hoe mijn vinger bloedde,
en ik helemaal warm werd
van het rode bloed dat versmolt
met de rode roos .
Hoe ik opnieuw vergat
dat ze een roos was.
Hoe ik bloed proefde
nadat ik haar zoende.

Bekijk

Horen, zien, zwijgen

Ik heb littekens
van eigen hand,
ik toon ze u.
Want de waarheid
moet gekend, het
verleden gebeurd.
Wat je ziet zegt
niks meer, de schade
al lang geleden.

Het waren namen,
gezichten, gedrochten,
gewichten aan mijn enkels.
Dag in, dag uit,
soms nu nog.
Ademhappen, slikken,
bijna stikken in
woorden die later pas,
wanneer ik alleen.

Wanneer het ene
wordt gevoeld,
het andere niet meer.
Horen, zien en vooral zwijgen.
Doodgezwegen,
onzichtbaar gebleven.
Me voir comme je
vous vois. Je ne suis
plus moi.

Caressez-moi,
streel me, steel me,
haal me weg en laat
me onzichtbaar blijven
tot zij opmerkzaam zijn,
maar dat hoeft niemand
te weten, gelukkig
kan het niemand
wat schelen.

Er is een verschil
tussen iets zien
en het weten, en toch
ben ik labiel,
onnozel en debiel
en het kan eigenlijk
niemand wat schelen,
want wat niet weet
niet deert.

Maar blikken spreken
boekdelen en ik kijk
naar mijn eigen hand-
geschreven pagina's.
Verhalen op stukjes vel,
รฉรฉn lijn, wat bloed,
maar wat niet weet
zal worden
doodgezwegen.

En wat niet wordt
begrepen gehekeld,
in vakjes gestopt en
kapotgelabeled.
Alsof vanbuiten blokken
van geรฏsoleerde symptomen
iemand instant op de
kantlijn zet.
Wat abnormaal, marginaal.

Er is geen uitleg,
uitvlucht nodig.
Ce qui รฉtait en
dat moet maar
genoeg zijn. Mijn
verleden is te lezen,
sommige pagina's zelfs
in braille, maar het blijft
een vraag, voor mij een weet.

Ik heb littekens
van eigen hand,
oude wonden,
ik toon ze u.
Voor de laatste keer
werkelijk opengereten,
het hoeft niet langer
doodgezwegen,
voor het eerst gelezen.

Bekijk

Vaarwel

Tussen lucht
en aarde
ergens de zee,
daartussen
ergens,
jij.

Wuif je
ons uit?

Bekijk

Traan

Zie in mijn ooghoek
de spiegeling van
hoe ik meer word
wat ik was.

Ik ben jouw schim
verteerd door scheurtjes,
loop verloren in
jouw gedachten.

Als in de uitdrukking:
Het bos door de bomen
niet meer zien,
ik ben blind.

Ik word meer
de spiegeling die ik
in jouw ooghoek zie,
want ik was.

Bekijk

Rambling

Ik wil een bloem zijn.
Vriendjes zijn met grassprietjes en
naar de lucht kijken,
naar de zon groeien.
Vertrappeld worden door
een mens met hoop en dromen en wensen en
ik wil een bloem zijn.

Wij zijn niets meer
dan wat stofdeeltjes die
rondvliegen in een living
van een onbewoonbaar
verklaard huis.

Zie je dan niet dat ik verstopt ben,
dat ik niet te vinden ben,
dat ik een zwart gat ben,
dat jou opzuigt,
dat jou meeneemt,
dat jou kapot maakt,
spaghetti sliertjes.

Wij zijn niet meer dan wat letters. Onuitgesproken gedachten van een alarmachtig wezen dat veel te groot is voor ons om te weten dat het bestaat.

We zijn slechts een
verzameling woorden.
Ik vertel een verhaal,
maar je vormt niet het
beeld dat ik vertel.
Ik vraag je,
ben ik zo
moeilijk te vinden?

Bekijk

Waanzin

Het licht dat kleren
doorzichtig maakt.
De letters die lippen
onbesproken laten.
Het slissen, het stotteren
Het alsmaar slikken.
De angst waardoor
drempels blijven groeien.
De pen die dichters
tot goden maakt.
Het spelen, het staken.
Het alsmaar staren.
De blikken die toch
echt mensen zien.

Bekijk