Neem een stap terug
De woorden van de specialist blijven door mijn hoofd gaan.
Hij ziet mijn polsen. Hij ziet de pijn. Hij ziet wat er gebeurt als ik weer denk:
"Ik doe het wel even."
"Nog één ding."
"Dit lukt mij nog wel."
En iedere keer betaalt mijn lichaam de prijs voor een hart dat alles zelf wil dragen.
Niet omdat ik geen hulp nodig heb, maar omdat ik niet meer weet hoe ik hulp moet toelaten.
De specialist zegt dat ik meer hulp moet vragen. Meer moet loslaten. Meer uit handen moet geven.
En juist daar begint de strijd die niemand ziet.
Want hoe leg ik uit dat hulp vragen voor mij veel meer betekent dan alleen hulp vragen?
Ooit gaf ik mijn vertrouwen.
Niet een klein beetje.
Maar helemaal.
Aan mensen die mij veiligheid hadden moeten geven.
Maar achter mijn rug om werden beslissingen genomen. Alsof mijn stem er niet toe deed. Alsof mijn vertrouwen zomaar iets was dat gebroken mocht worden.
Sinds die dag is er iets in mij veranderd.
Sinds die dag fluistert mijn hoofd iedere keer opnieuw:
"Doe het zelf."
"Dan kan niemand je opnieuw pijn doen."
"Dan kan niemand je opnieuw laten vallen."
Dus blijf ik doorgaan.
Ook als mijn polsen schreeuwen dat het genoeg is.
Ook als mijn lichaam allang heeft opgegeven.
Want mijn angst is sterker dan mijn vertrouwen.
Door alles wat er is gebeurd zit ik nu weer bij de ggz.
Niet omdat ik dat wilde.
Maar omdat de gevolgen groter werden dan ik alleen kon dragen.
En dat doet pijn.
Want juist door hulp ben ik bang geworden voor hulp.
De specialist vraagt mij om meer hulp te vragen.
Maar eigenlijk vraagt hij iets waarvan bijna niemand beseft hoe zwaar het voor mij is.
Hij vraagt mij om mijn hart opnieuw open te zetten.
Terwijl juist dat hart heeft geleerd dat vertrouwen ook kapot kan gaan.
En als ik eerlijk ben...
Durf ik het gewoon niet meer.
Niet omdat ik geen hulp wil.
Maar omdat ik weet hoeveel pijn het doet als je iemand vertrouwt en dat vertrouwen wordt afgenomen.
Dus zeg ik steeds weer:
"Ik doe het zelf wel."
Niet omdat ik sterk ben.
Maar omdat mijn hart nog steeds bang is.
Bang om opnieuw te geloven.
Bang om opnieuw te vallen.
Bang om opnieuw gebroken te worden.
En misschien is dát wel de zwaarste wond die ik met mij meedraag.
Niet die in pijn in mijn polsen.
Maar die in pijn in mijn vertrouwen.
Toch probeer ik iedere dag opnieuw.
Niet omdat ik het al kan.
Maar omdat ik ergens, heel diep vanbinnen, nog steeds hoop...
Dat er ooit iemand komt die niet vraagt waarom ik zo moeilijk vertrouw.
Maar die rustig blijft.
Die niet wegloopt.
Die mij laat ervaren dat hulp ook veilig kan zijn.
Misschien...
Heel misschien.....
zal mijn hart dan ooit weer durven geloven.