Direct naar de inhoud

Advertentie

Dragonwarrior

Dichter sinds 2024 · 10 gedichten · 3 hartjes

Bericht

Meest geliefd

Weergave
in Emoties & gevoelens ·

Neem een stap terug

De woorden van de specialist blijven door mijn hoofd gaan.

Hij ziet mijn polsen. Hij ziet de pijn. Hij ziet wat er gebeurt als ik weer denk:

"Ik doe het wel even."
"Nog één ding."
"Dit lukt mij nog wel."

En iedere keer betaalt mijn lichaam de prijs voor een hart dat alles zelf wil dragen.

Niet omdat ik geen hulp nodig heb, maar omdat ik niet meer weet hoe ik hulp moet toelaten.

De specialist zegt dat ik meer hulp moet vragen. Meer moet loslaten. Meer uit handen moet geven.

En juist daar begint de strijd die niemand ziet.

Want hoe leg ik uit dat hulp vragen voor mij veel meer betekent dan alleen hulp vragen?

Ooit gaf ik mijn vertrouwen.

Niet een klein beetje.

Maar helemaal.

Aan mensen die mij veiligheid hadden moeten geven.

Maar achter mijn rug om werden beslissingen genomen. Alsof mijn stem er niet toe deed. Alsof mijn vertrouwen zomaar iets was dat gebroken mocht worden.

Sinds die dag is er iets in mij veranderd.

Sinds die dag fluistert mijn hoofd iedere keer opnieuw:

"Doe het zelf."
"Dan kan niemand je opnieuw pijn doen."
"Dan kan niemand je opnieuw laten vallen."

Dus blijf ik doorgaan.

Ook als mijn polsen schreeuwen dat het genoeg is.

Ook als mijn lichaam allang heeft opgegeven.

Want mijn angst is sterker dan mijn vertrouwen.

Door alles wat er is gebeurd zit ik nu weer bij de ggz.
Niet omdat ik dat wilde.

Maar omdat de gevolgen groter werden dan ik alleen kon dragen.

En dat doet pijn.

Want juist door hulp ben ik bang geworden voor hulp.

De specialist vraagt mij om meer hulp te vragen.

Maar eigenlijk vraagt hij iets waarvan bijna niemand beseft hoe zwaar het voor mij is.

Hij vraagt mij om mijn hart opnieuw open te zetten.

Terwijl juist dat hart heeft geleerd dat vertrouwen ook kapot kan gaan.

En als ik eerlijk ben...

Durf ik het gewoon niet meer.

Niet omdat ik geen hulp wil.

Maar omdat ik weet hoeveel pijn het doet als je iemand vertrouwt en dat vertrouwen wordt afgenomen.

Dus zeg ik steeds weer:

"Ik doe het zelf wel."

Niet omdat ik sterk ben.

Maar omdat mijn hart nog steeds bang is.

Bang om opnieuw te geloven.

Bang om opnieuw te vallen.

Bang om opnieuw gebroken te worden.

En misschien is dát wel de zwaarste wond die ik met mij meedraag.

Niet die in pijn in mijn polsen.

Maar die in pijn in mijn vertrouwen.

Toch probeer ik iedere dag opnieuw.

Niet omdat ik het al kan.

Maar omdat ik ergens, heel diep vanbinnen, nog steeds hoop...

Dat er ooit iemand komt die niet vraagt waarom ik zo moeilijk vertrouw.

Maar die rustig blijft.

Die niet wegloopt.

Die mij laat ervaren dat hulp ook veilig kan zijn.

Misschien...

Heel misschien.....

zal mijn hart dan ooit weer durven geloven.

0 Bekijk

Ik wil niet meer ziek zijn

Niet meer wakker worden
met de gedachte
dat ik vandaag weer thuis zit.

Ik wil niet meer leven
tussen afspraken en adviezen,
tussen “doe rustig aan”
en “je bent er nog lang niet.”

Ik weet dat ze het zeggen
omdat ze zich zorgen maken.
De specialist,
de fysiotherapeut,
ze willen dat ik herstel.

Maar soms voelt het
alsof iedereen vergeet
hoe graag ik zélf verder wil.

Ik wil niet meer wachten.
Ik wil niet meer stilzitten.
Ik wil niet steeds moeten uitleggen
dat ik zo graag mijn leven terug wil.

Ik wil mijn werkkleding aan.
Mijn sleutels pakken.
Naar mijn vrachtwagen lopen.
De deur openen
en achter het stuur kruipen.

Ik wil weer rijden.
Kilometers maken.
Werken.
Thuiskomen met dat voldane gevoel
dat ik iets heb gedaan.

Ik wil weer mezelf zijn.

Niet de zieke Rachel.
Niet degene die moet wachten.
Niet degene over wie anderen beslissen
wat wel en niet kan.

Gewoon Rachel.

Ik weet dat herstel tijd kost.
En misschien moet ik accepteren
dat mijn lichaam nog niet zover is
als mijn hoofd.

Maar dat betekent niet
dat mijn verlangen verkeerd is.

Want ik wil niet vluchten voor mijn herstel.
Ik wil er juist doorheen.

Stap voor stap.
Dag voor dag.
Tot ik op een ochtend wakker word
en niet meer hoef te denken:
“Vandaag zit ik weer thuis.”

Maar:

“Vandaag mag ik weer verder.”
En misschien duurt die dag
nog langer dan ik hoop.

Maar ik blijf ernaartoe werken.

Want ik wil niet alleen
van mijn klachten herstellen.

Ik wil mijn leven weer terug.

0 Bekijk

Wat zij braken, draag ik nog

Ik was nog maar vier
Toen stilte leerde schreeuwen
Een ziekenhuis dat mijn jeugd opslokte
Terwijl niemand zag
Dat ik daar ook stond.

Zes jaar,
En mijn lichaam werkte al anders, trager,
Alsof zelfs mijn eigen binnenkant
Niet mee wilde rennen
Met een wereld die nooit wachtte.

Zeven,
En iedereen verdween.
Niet omdat ik losliet
Maar omdat ik werd achter gelaten
In kamers zonder uitleg.

Acht jaar oud,
En blauwe zwaailichten op de stoep,
Ik wilde alleen een ijsje eten met mijn vader
Omdat ik jarig was,
Maar mijn moeder die mij gebruikte als bewijs.

Negen,
Een bed dat niet van mij was,
Muren die mijn naam niet kenden,
Ik leerde dat "even"
Soms eindeloos kan duren.

Tien,
Woorden die snijden zonder handen:
" Te dik", " niet goed genoeg",
En handen die wel slaan
Alsof ik iets was om te breken.

Ik sliep met schaamte,
Zonder bescherming, zonder warmte,
Alsof mijn fouten groter waren
Dan mijn leeftijd ooit kon dragen.

Elf, twaalf, dertien,
Verhuizen werd mijn achternaam,
Beloftes werden leugens
In een andere verpakking.

Viertien,
Pijn kreeg gezichten,
En mensen die moesten beschermen
Werden degene
Waar ik bang voor was.

Vijftien en een half,
Ik leerde mijn zus net kennen
En toen nam de dood haar mee,
Alsof zelfs liefde
Mij niet mocht blijven.

Zestien,
Regels die verschoven
Zodra ik erin geloofde,
Alsof hoop een fout was
Die bestraft moest worden.

Begeleider die mij elke keer sloeg
Alsof mijn fouten meer waren
Dan waar mijn hart naar verlangde.

Alles waar ik naar verlangde
Werd mij afgenomen.
Door pleeggezin
Door begeleiders
Door jeugdzorg.

Jeugdzorg die geen verantwoordig nam
Doordat ik zoveel werd geslagen
Alsof mijn fouten meer waren
Dan dat hun mij wilde helpen.

Zeventien en een half,
Eindelijk de rechtzaak gewonnen
Maar wat kapot is gemaakt
Heeft geen sleutel
Om zomaar weer open te gaan.

Twintig,
Ik liep weg van alles wat "thuis" heette
En vond mijzelf
Tussen mensen zonder plek,
Alsof dat eindelijk klopte.

Eenentwintig,
Liefde vond me,
Maar sloeg mij elke dag weer neer,
Alsof mijn hart alleen maar bestond
Om opnieuw getest te worden.

Drieëntwintig,
Ik wilde verdwijnen,
Maar zelfs toen
Moest ik blijven
Voor mijn eigen veiligheid.

En toen de waarheid kwam,
Dat alles gebouwd was op leugens,
Voelde de grond onder mij
Als iets wat nooit echt van mij was geweest.

Maar ergens
Tussen puin en pijn,
Leerde ik praten,
Leerde ik staan,
Leerde ik, dat ik meer ben
Dan wat mij is aangedaan.

Zesentwintig,
Ik reed vooruit, letterlijk,
Kilometers, weg van alles,
Wat mij klein probeerde te houden.

Drieëndertig,
Mijn broer die overleed
Heeft mij geleerd
Ondanks zijn verstandelijke beperking
Dat er mensen bestaan
Die nog wel te vertrouwen zijn.

Zesendertig,
En toch....
Elke instantie, elke belofte,
Fluistert hetzelfde einde:
"Wij weten het beter"
Terwijl ze niet eens luisteren.

Ik gaf nog één kans
Echt waar.
Omdat een deel van mij
Nog steeds wilde geloven
Dat ergens iemand zou blijven.

Maar ook hier
Breekt vertrouwen weer
Niet met lawaai,
Maar met stilte
En het negeren van mijn stem.

En dus sta ik hier
Niet heel,
Niet ongebroken,
Maar nog steeds staand.

Want wat zij kapot maakten
Heb ik gedragen.
Wat zij niet zagen
Ben ik geworden.

En ergens, diep van binnen,
Ondanks alles
Ben ik er nog

0 Bekijk
in Angst ·

Waar ben ik dan?

Ik zit hier,
En ik voel mij ongemakkelijk in mijn eigen lijf,
Ik weet niet wat ik met mijn handen moet,
Ik weet niet wanneer ik nog kan praten,
Ik weet niet of iemand het merkt,
Als ik iets zou zeggen.

Alles in mij twijfelt nog vóór ik begin,
Is dit interessant genoeg?
Is dit dom?
Is dit teveel?
Of juist helemaal niets?

Ik hoor gesprekken lopen,
Alsof ze vanzelf weten waar ze heen moeten,
Ik stap er niet in.
Ik mis het moment.
Of ik durf het gewoon niet.
Tegen de tijd dat ik het probeer.

Het is een verjaardag, of gewoon gezellig samen komen,
Mensen lachen en ik lach mee.
Omdat dat is wat je doet.
Ik vind het fijn als zij het fijn hebben.
Maar ondertussen voel ik me,
Alsof ik er helemaal niet ben.

Ik ben hier,
Maar niet echt onderdeel van het gesprek,
Ik besta op de achtergrond,
Als iemand die kijkt,
Maar niet wordt gezien.

Ik wil niet storen,
Ik wil niet degene zijn, die het gesprek laat vallen,
Ik wil niet praten en daarna spijt hebben,
Dat ik iets heb laten zien van mezelf.
Dus hou ik me in, steeds weer.

Want dit is het kutte:
Ik heb wel iets te zeggen.
Ik heb gedachten.
Ik ben niet leeg.
Ik ben alleen bang.
Dat niemand blijft luisteren als ik eenmaal begin.

En dan vraag ik me af,
Waar ik eigenlijk ben gebleven?
Wanneer ik mezelf kwijt ben geraakt?
Tussen al dat wachten en zwijgen.

Misschien ben ik hier en niet verstopt,
Niet verdwenen.
Maar vastgehouden door angst en voorzichtigheid.
Wachtend tot iemand lang genoeg blijft.

En misschien is dit gedicht,
Het bewijs dat ik er altijd al was.

0 Bekijk
in Angst ·

Controle

Controle is alles wat ik heb,
Als ik zelf niet eens kan kiezen,
Wie ben ik dan nog wel?
Waarom luister je niet?

Ik kan dit echt niet opgeven,
Want niemand die mij echt begrijpt,
Als deze controle weg is,
Dan ben ik niks meer waard.

Alles wat mij in leven houd,
Is deze controle,
Maar wat als ik het zou verliezen?
Dan wil ik er ook niet meer zijn.

Niemand zal mij ooit begrijpen,
Dat juist om door te gaan,
Met de dingen die ik zo leuk vind,
Mij, juist die moed geeft.

Ik kan die controle niet loslaten,
Anders was ik er niet meer,
Hoe moet ik dan nog verder leven?
Als echt alles weg valt?

0 Bekijk
in Emoties & gevoelens ·

Waar ik sta

Sommige dagen
begint de strijd al voordat ik opsta.
Mijn hoofd is luid,
mijn lichaam zwaar,
en mijn gedachten/ polsen protesteren
alsof ze vragen: hoe lang nog?

Ik vecht tegen gedachten
die ouder zijn dan vandaag.
Stemmen uit vroeger
die mij kleiner maakten dan ik was,
die zeiden dat ik niet genoeg was,
niet mocht bestaan zoals ik ben.

Ik heb geleerd te overleven
door altijd verder te gaan,
zelfs wanneer stilstaan pijn deed,
zelfs wanneer niemand keek.
Die kracht redde me toen—
maar nu leer ik
dat ik niet altijd hoef te vechten.

Mijn lichaam draagt het bewijs.
Mijn littekens/ zelfbeschading zijn mijn verleden.
Pijn die geen woorden kent,
die opduikt wanneer ik rust probeer te nemen,
alsof loslaten gevaarlijk is.
Alsof veiligheid nog steeds verdiend moet worden.

Ik kijk naar mezelf
zonder de stemmen van toen.
Zie geen breuk,
maar iemand die gevormd is
door alles wat hij overleefde.

Ik heb een plek gevonden
waar mijn naam geen last is,
waar ik niet hoef te bewijzen
dat ik besta.
Een thuis.
In mensen.
In werk.
In mezelf.

De strijd is er nog.
Maar hij bepaalt niet meer
wie ik ben.
Ik ben hier.

Ik hoef niets meer te bewijzen.
Mijn bestaan is geen toeval,
mijn plek geen vergissing.
Ik mag er ook zijn.

0 Bekijk

Als je niet hoort

Ik kom naar je toe,
Ik spreek met mijn hele zelf,
Wat ik denk, wat ik bedoel.
Ik leg het voor je neer als steen,
In de hoop dat jij het oppakt.

Maar jij kijkt weg,
Praat eroverheen,
Alsof mijn woorden lucht zijn,
Alsof ze niets wegen?

Ik probeer te zeggen wie ik ben,
Maar alles wat ik uitspreek verdwijnt in jou ruis,
Geen oog dat echt kijkt,
Geen oor dat echt luistert.

Hoe kan jij ooit horen wat ik bedoel?
Als je alleen je eigen stem hoort?

Ik vecht om mezelf te laten klinken,
Maar steeds harder,
En steeds alles tegelijk,
Want alles wat ik zeg, komt niet aan.

En langzaam leer ik dat woorden
Alleen niet genoeg zijn,
Als er niemand is die werkelijk luistert.

En ik schreeuw,
Met alles wat ik ben,
Maar het raakt je niet.
Mijn woorden stuiteren tegen jou muren,
Vallen in de leegte die jij creëert.

Ik besta hier nog steeds,
Ik vecht om gehoord te worden,
Maar jij kijkt weg,
Laat mijn stem verdampen,
En laat mij achter in een stilte die snijdt.

0 Bekijk
in Eenzaamheid ·

Zie je mij werkelijk?

Alles voelt zo uitzichtloos,
Hoe ga ik deze storm overwinnen?
Wanneer zijn mijn gedachtes stil?
Niemand die mij ziet.

Achter deze vrolijke glimlach,
Schuilt iemand die elke avond huilt,
Die niet goed meer weet,
Hoe ze hieruit moet komen.

Mensen die over mij praten,
Alsof ik er niet meer mag zijn,
Maar ze doen alsof in mijn gezicht,
Als je mij niet mag, wees dan eerlijk.

Mijn wilskracht om door te gaan,
Raakt steeds meer uitgeput,
En dat mijn hoofd steeds meer zegt:
Ik wil dit niet meer!

Elke dag die pijn aan mijn polsen,
Alsof ik niet meer ben wie ik was,
En dat ik nog zoveel wil bereiken,
Maar mijn dromen vervagen.

Niemand weet hoe ik mij echt voel,
Niemand weet dat ik elke avond huil,
Iedereen heeft wel wat te vertellen,
Maar ze vergeten hoe ik mij voel?

Mijn pijn, herinnert mij eraan,
Dat ik niet meer ben wie ik was,
Maar dat ik mij moet overgeven,
Aan een leven wat ik niet wil.

Zien jullie mij daadwerkelijk?
Weten jullie hoe ik mij echt voel?
Kennen jullie mij echt?
Weten jullie wie ik echt ben?

Ik krijg de gedachtes niet stil,
Want ze roepen en schreeuwen steeds harder,
Ik probeer ze tot zwijgen te brengen,
Maar het raakt mij uitgeput.

0 Bekijk

Waar ik thuis kwam

Soms denk ik terug aan de 1e keer dat ik de motor startte,
De kou op mijn wangen voelde,
De weg nog donkerder,
Maar vol beloften.

Ik hoorde het zachte trillen van de vrachtwagen en dacht: dit is mijn leven.
Sterk, vrij, echt.
Daar tussen pallets en parkeerplaatsen,
Vond ik rust in die beweging.

Bij Bentvelzen/ lidl vond ik meer dan werk,
Ik vond eindelijk een thuis.
Mensen die naam kenden,
Die lachten als ik binnen reed,
Die zagen wie ik was,
Niet ziek, niet beperkt, maar gewoon ik.
Ik hoorde ergens bij. Eindelijk.

Maar mijn lichaam wilt niet meer,
Wat mijn hart nog wel wilt,
De pijn trekt door mijn armen,
Als herinnering dat ik niet kan loslaten.

En dat doet pijn,
Niet alleen in mijn polsen,
Maar in wie ik ben,
Ik wil niet stoppen.

Ik wil de weg nog voelen,
De gesprekken met de klanten,
De geur van het werk,
Van nut, van trots.

Maar mijn lichaam fluistert steeds,
Harder dat ik niet meer kan,
En ik kan alleen maar luisteren,
Met tranen die ik probeer te verbergen.

Ze zeggen steeds: vraag hulp, verander, dit sloopt je polsen,
Maar ze weten niet hoeveel ik hier van mezelf heb achter gelaten,
Ik laat niet zomaar alles los,
Ik laat een deel van mij los.

Acceptatie klinkt als vrede,
Maar het voelt als afscheid van een leven wat ik lief heb,
Toch weet ik, dat ik niet alleen verlies,
Ik heb iets gehad waar ik zolang naar verlangde,
Een plek waar ik mijzelf mocht zijn.
Ik voelde mij eindelijk echt thuis.

En als er een dag komt dat ik de sleutel neer moet leggen,
Dan is dat niet omdat ik dat niet wil,
Maar omdat mijn lichaam ertoe dwingt.

Mijn hart zal altijd nog 1 rit willen,
Nog 1 klant willen groeten,
Nog 1 dag gewoon ik willen zijn.

Maar ik moet leren buigen,
Waar ik niet meer kan dragen,
En dat breekt me.
Maar in dat breken zit ook iets zachts,
Iets dat lijkt op liefde en passie.

Ik mag huilen, moe zijn, leeg voelen,
Maar ik mag ook hopen,
Want in dit stille verdriet,
Komt het ooit weer goed, hoop ik?

0 Bekijk
in Afscheidsgedichten ·

A true friend

Slowly i realise,
That a true friend,
Won't come back,
Because you were my everything.

Even when times were tuff,
You were the only one,
Who truly saw me,
When nobody did.

Even these days,
When you are not here anymore,
And im watching the films/ pictures,
You are still helping me.

Brother, you were my true friend,
Because you didn't Hurt me,
Because you are still helping me,
And i will always miss you.

No mather what i did,
You still wanted a lot of kisses,
You gave me the trust,
That i can trust people.

0 Bekijk