De kronieken van de wezeltjes deel 1
Er waren eens 5 wezeltjes: papa, mama, de oudste broer, het middelste zusje en het jonge broertje.
Vader was dol op zijn kroost en verwende mama wezel weleens zomaar met een parelsnoertje.
Ze verbleven in een magisch bos, in het holletje van een verdwaalde muis, de eerdere bewoner.
De wezels waren zoals ieder ander, niets geks, niets vreemds en op het oog niets ongewoner.
Toch was er iets opmerkelijks aan de hand in dit gezin....
Daarvoor moeten we terug naar het allerbegin.
Papa en mama wezel waren na hun eerste ontmoeting smoorverliefd.
Dat ze niet veel later trouwde, was in het magische bos zo doorgebriefd.
Al snel was er een eerste kindje geboren, een gezonde zoon, net als zijn vader.
De jongen zat vol energie, groeide en groeide en werd steeds groter en zwaarder.
Papa wezel was veel op pad voor voeding, kleding en was op zoek naar een groter huis.
Mama wezel gaf aandacht, tijd en liefde, maar was wel veel alleen thuis.
Hun zoon at enkel zeldzame eieren, waardoor vader langer moest zoeken en langer wegbleef.
Mama wezel was blij met haar zoon, maar haar gevoel van eenzaamheid steeg.
Dit verliep zoals het ging en werd het nieuwe patroon van het gezin.
Maar bij mama wezel groeide er onvrede vanuit haar hart, van binnen in.
Er werd gefluisterd dat er een vrijgezelle wezel rondliep in het bos, op zoek naar gezelschap.
Hij loensde een beetje, was niet de snelste of de slimste en eigenlijk ook helemaal niet knap.
Mama wezel had over hem gehoord en ontmoette hem; ze raakten op elkaar gesteld.
Ze hield zelfs stiekem een kalender bij, waarop ze dagen dat papa wezel op pad is aftelt.
Papa wezel had niets in de gaten en was trots op zijn vrouw, zijn zoon en zichzelf.
Hij moest wel heel hard werken, maar verder ging zijn leven toch eigenlijk vanzelf.
Papa en mama wezel wilde samen nog een kindje, zeiden ze tegen elkaar.
Papa wezel was druk in de weer en maakte samen met mama wezel de babykamer klaar.
Na vijf weken was ze dan geboren; het was een dochter, hun kleine meisje.
Wat leken ze toch blij en samen zo gelukkig in hun misschien iets kleine paleisje.
Wel gek, het meisje zag er een beetje anders uit dan haar broer; ze loensde een beetje.
Ze was niet erg snel en niet zo slim, maar dat maakte papa wezel niet uit, want zij was zijn trofeetje.
Mama wezel was niet ongelukkig met papa wezel, maar ze wilde meer.
Ze snakte naar haar loensende wezel en sprak stiekem af, keer op keer.
Als vanzelf verstrijkt de tijd en werden de kinderen steeds groter en ouder.
Haar hart voor papa wezel en de kinderen is liefdevol, maar werd steeds een beetje kouder.
Papa wezel heeft de beste speurneus van het bos en haalt zijn delicatessen van ver.
Wat is het toch een hele man zo; zijn chique blouse past perfect bij zijn nette colbert.
Papa wezel lijkt zijn geluk niet op te kunnen, want mama wezel bevalt van een jongen.
Wat is hij schattig, lief en klein, ook al loensen zijn oogjes wat en is hij wat gedrongen.
Het maakt mama en papa wezel niet uit, want ze zijn gelukkig en compleet.
En het geheimpje is iets wat alleen mama wezel weet.
De kinderen worden groter en groter en gaan naar de speciale wezelschool.
De oudste is zeer getalenteerd, kan daadwerkelijk alles en speelt zelfs viool.
Het meisje doet wat haar gevraagd wordt, maar begrijpt niets van school.
De andere wezels pesten haar en noemen haar zelfs 'mongool',
De jongste behaalt zijn diploma, al is het met de hakken over de sloot.
Maar hij gaat door met opgeheven hoofd en houdt zich groot.
—
L.J.