Heilig Avondmaal
Bij brood en wijn staan wij stil,
gehoorzaam aan Gods heilige wil.
In dankbaarheid zijn wij bijeen,
want Christus laat ons nooit alleen.
Het brood dat wij hier samen breken,
laat van Zijn liefde tot ons spreken.
Zijn lichaam werd voor ons gegeven,
opdat wij eeuwig zouden leven.
De wijn die in de beker stroomt,
verkondigt wat Gods liefde toont.
Zijn kostbaar bloed, voor ons vergoten,
heeft eens de weg naar God ontsloten.
Zo vieren wij dit Heilig Feest,
gedragen door de Heilige Geest.
Wij delen hoop, geloof en kracht,
door Jezus' offer aangebracht.
Totdat Hij wederkomen zal,
gedenken wij Zijn liefdesmaal.
Met hart en stem zij God de eer,
ons Licht, ons Leven, onze Heer.
Hans Pape
11 gedichten · 10 dit jaar · 1 deze maand · dichter sinds 2024
Op weg naar de eeuwige heerlijkheid
Ik wandel met de Heere, Hij wijst mij elke dag,
Zijn liefde geeft mij kracht en vult mij met ontzag.
Door stormen en door zorgen blijft Hij steeds nabij,
Zijn trouw verlaat mij nooit, Zijn vrede maakt mij blij.
Wanneer de schaduw nadert en twijfel in mij leeft,
weet ik dat God mij leidt en nieuwe moed weer geeft.
Zijn Woord is als een lamp die helder voor mij schijnt,
zodat de weg van hoop nooit uit mijn leven verdwijnt.
Ik wandel in het licht dat Christus voor mij bracht,
Hij maakt mijn hart als een blinkende smaragd.
Zijn liefde is de bron die altijd overvloeit,
waaruit mijn ziel met vreugd en dankbaarheid steeds bloeit.
Eens kom ik bij de Heer, in Zijn volmaakte pracht,
daar straalt voor eeuwig, het onvergankelijk licht met kracht.
Dan zing ik tot Zijn eer, verlost van pijn en strijd,
en wandel ik met Hem in de eeuwige heerlijkheid.
Wandelen in het Licht
In stille harten klinkt Uw stem zo zacht,
gerechtigheid niet door onszelf verkregen,
maar door het geloof, door genade gebracht,
een weg van licht die leidt langs al Uw wegen.
Niet door de wet, noch door verdienste groot,
maar door het offer dat ons werd gegeven,
verdween de schuld, gebroken werd de dood,
en opgestaan is hoop voor heel ons leven.
O Heer, Uw waarheid houdt ons vast en vrij,
een recht dat rust in Christus’ heilig bloed,
geen angst meer, want Uw liefde staat ons bij,
en maakt wat zwak is door Uw kracht weer goed.
Laat ons dan wandelen in dat helder licht,
gerechtvaardigd door geloof alleen,
totdat wij zien, van aangezicht tot aangezicht,
Uw eeuwig rijk, Uw troon, Uw majesteit om ons heen.
Op vleugels gedragen
Op vleugels van genade stijg ik hoog omhoog,
gelijk een sterke arend, door Uw liefde droog,
U tilt mij uit de diepte, weg van angst en pijn,
en leert mij in vertrouwen dicht bij U te zijn.
Wanneer de stormen razen en de nacht mij dreigt,
ben ik niet meer bevreesd, want U bent die mij leidt,
Uw Woord is als een lichtstraal in de duisternis,
dat mij herinnert, Heer, hoe Uw trouw altijd is.
U geeft mij nieuwe krachten als mijn ziel bezwijkt,
zoals de arend stijgt wanneer de wind opstrijkt,
ik rust in Uw belofte, sterk en vrij gemaakt,
omdat Uw trouwe hand mij liefdevol bewaakt.
Dus vlieg ik op Uw adem, hoger dan voorheen,
gedragen door Uw vrede, nooit meer echt alleen,
tot dat ik U zal zien in Hemelse heerlijkheid,
waar ik voor eeuwig rust in Uw nabijheid.
Op vleugels gedragen
Op vleugels van genade stijg ik hoog omhoog,
gelijk een sterke arend, door Uw liefde droog,
U tilt mij uit de diepte, weg van angst en pijn,
en leert mij in vertrouwen dicht bij U te zijn.
Wanneer de stormen razen en de nacht mij dreigt,
ben ik niet meer bevreesd, want U bent die mij leidt,
Uw Woord is als een lichtstraal in de duisternis,
dat mij herinnert, Heer, hoe Uw trouw altijd is.
U geeft mij nieuwe krachten als mijn ziel bezwijkt,
zoals de arend stijgt wanneer de wind opstrijkt,
ik rust in Uw belofte, sterk en vrij gemaakt,
omdat Uw trouwe hand mij liefdevol bewaakt.
Dus vlieg ik op Uw adem, hoger dan voorheen,
gedragen door Uw vrede, nooit meer echt alleen,
tot dat ik U zal zien in Hemelse heerlijkheid,
waar ik voor eeuwig rust in Uw nabijheid.
Van Pasen naar Pinksteren
De steen is weg, het graf is leeg,
De dood verloor, het leven kreeg.
Een nieuwe dag, een helder licht,
De Heer is opgestaan in kracht en zicht.
Hij roept ons zacht: “Wees niet bevreesd,
Ik ben het leven, Ik ben de Geest.”
Verwonderd staan zij, stil en klein,
Hoe groot Gods liefde toch kan zijn.
Hij spreekt van hoop, van nieuwe tijd,
Van kracht die harten openrijt.
“Blijf hier bijeen, verwacht mijn Geest,
Die komt en jullie nooit meer vreest.”
Veertig dagen, woord en brood,
Hij leeft, sterker nog dan de dood.
Hun ogen zien, hun hart gelooft,
Dat God zijn volk voorgoed belooft.
Dan klinkt een storm, een heilig vuur,
De Geest daalt neer in dat uur.
In vele talen klinkt één stem,
Gods liefde stroomt door ieder mens.
Van Pasen tot Pinksterfeest,
Leidt God ons door zijn heilige Geest.
Van dood naar leven, donker naar licht,
Leven wij vrij in Christus’ zicht.
Een prachtige diamant
In het diepst van mijn bestaan,
schijnt een licht dat nooit zal vergaan.
Gods liefde, puur en wonderbaar,
maakt mij kostbaar, jaar na jaar.
Temidden van stormen en van pijn,
blijft Zijn aanwezigheid mijn schijn.
Zoals een diamant, helder en fijn,
maakt Hij mijn hart voor eeuwig Zijn.
Elke facetten van mijn leven,
zijn door Zijn hand zorgvuldig gegeven.
Zelfs in donker, onzekerheid,
blinkt Zijn genade in mijn tijd.
Dus draag ik hoop, vol vertrouwen,
door Zijn liefde zal ik nooit bedrouwen.
Een diamant, gevormd door Zijn hand,
voor eeuwig veilig in Zijn heilig land.
Dankgedicht bij openbare belijdenis
In dankbaarheid staan wij hier saam,
Geroepen, ieder bij zijn naam,
Door God, die trouw is, groot en goed,
Die ons vernieuwt door Jezus’ bloed.
Vandaag belijdt jij vrij en blij,
Dat Christus Heer is, ook voor mij,
Een keuze diep, uit hart en ziel,
Waar liefde in Gods licht onthield.
De weg is soms door strijd omgeven,
Maar God blijft altijd kracht geven,
Zijn Geest die leidt, vertroost en leert,
En wie Hem volgt, wordt steeds bekeerd.
Zo bidden wij: blijf dicht nabij,
O Heer, ga steeds met hen en mij,
Tot eens, in ’t eeuwig Vaderhuis,
Wij U aanbidden, voor ééuwig veilig Thuis.
Pasen
Christus gestorven, het kruis werd zwaar,
Zijn liefde droeg ons, jaar na jaar.
In stilte daalde Hij in de dood,
Voor onze schuld, voor onze nood.
Maar zie, de steen is weggerold,
Het graf is leeg, het licht ontrold.
De dood verslagen, het leven wint,
Een nieuw begin voor ieder kind.
Hij leeft! De Heer is opgestaan,
Heeft zonde en dood teniet gedaan.
Wie in Hem gelooft, is niet langer alleen,
Maar wandelt in Zijn licht voortaan heen.
Door Hem ontvangen wij nieuw bestaan,
Het eeuwig leven mogen wij aan.
Geen nacht zo diep, geen weg te ver,
Want Christus leeft — onze Morgenster.
Stille week
In de stilte van de week, zo zwaar en diep,
waar liefde weent en hoop haast niet meer riep,
gaan wij de weg die U bent voorgegaan,
naar Golgotha, de hemel raakte de aarde aan.
De palmtakken zijn gevallen, stil geworden,
het Hosanna verstomd in schaduw worden.
De weg wordt donker, het hart wordt klein,
maar in Uw lijden wil God nabij ons zijn.
U droeg het kruis, zo zwaar, zo alleen,
verlaten door mensen, bespot, zonder steen
om op te rusten — en toch bleef U gaan,
uit liefde voor ons, tot het einde toe staan.
De spijkers sloegen, de hemel zweeg,
de aarde beefde, het licht verdween.
Maar in die duisternis klonk Uw stem:
“Het is volbracht” — Gods liefde overwon toen de pijn.
O Lam van God, geslacht en gegeven,
U bracht door sterven het ware leven.
In stille week buigen wij ons neer,
bij ’t kruis op Golgotha — en danken U, Heer.
Want achter het lijden gloort reeds het licht,
de morgen van Pasen breekt door het gezicht.
Waar dood leek te winnen, daar overwon Uw
liefde sterker dan alles, eeuwig en trouw.
De weg naar het Vaderhuis
Gód roept jou om over het smalle pad te gaan.
Zodat jij éénmaal aan de Hemelpoort mag staan.
Dan zul je daar voor ééuwig zijn gegrond.
In de Ark van het nieuwe Verbond!
Want als Gód de deur sluit ben je reddeloos verloren.
Als Gód de deur sluit van de ark in deze tijd.
Dan kun je roepen, maar Hij zal jou niet meer horen.
Dan blijf jij achter in die grote aardse strijd!