Compliment
Een compliment kost de gever niets,
Is gratis en voor niks,
Voor de ontvanger is ’t onbetaalbaar,
Diens kostbare bezit.
Mijn eerste gedichtje schreef ik voor mijn eerste liefde Anja:
Ik denk,
Een meisje,
Ik wenk,
Ik bewijs je,
Mijn liefde voor jou.
Mijn tweede voor mijn grote liefde Marian met wie ik ben getrouwd:
Marianneke,
Mijn vlammeke,
Mijn hart- en hemeldief,
Kan d’r een ander,
Neen, geen ander,
Zijn zo lief.
Voor haar schreef nog voor we trouwden nog enkele liefdesgedichtjes. Daarna heel lang niets, pas na haar overlijden schreef ik gedichtjes over mijn rouw. Toen ik mijn tweede liefde kreeg, schreef ik voor haar gedichtjes over onze liefde en na haar overlijden ben ik doorgegaan met het schrijven van gedichtjes over uiteenlopende onderwerpen.
Een compliment kost de gever niets,
Is gratis en voor niks,
Voor de ontvanger is ’t onbetaalbaar,
Diens kostbare bezit.
Een kus kost niets,
Gekust worden uit liefde
Is onbetaalbaar,
Een zeer kostbaar iets.
De bloem verwelkt in mijn hand,
Het blad krult van pijn,
Haar tranen wellen één voor één,
Het afscheid doet pijn.
De boom laat haar blaadren gaan,
Dwarrelen omlaag,
Verkleuren van groen in geel en bruin,
Het is herfst vandaag.
Sint Franciscus achthonderd jaar dood,
Stierf te jong een nare dood,
In dierendag leeft hij nog altijd voort,
Maar wordt zelden gehoord.
Over mijn lief praat nauwlijks iemand,
Ook haar naam is dood,
In mij leeft zij nog voort,
In mijn gedichtjes ik haar verwoord.
Zijn verlangen is zeer groot,
Verdriet is groter dan groot,
Helse storm inwendig woedt,
Tranen vloeien in overvloed.
In de beken van zijn verdriet
Zie je de storm niet,
Tranen kunnen van vreugde zijn,
En onzichtbre zielpijn.
Maar nimmer meer,
Komt wat hij zo zeer verlangt,
Bleef achter in weleer.
Mijn gewoonten zijn zo gewoon,
Die niet meer als mijn gewoonten zie,
Maar als normaal deel van mijzelf,
Als zodanig niet meer kan herkennen.
Ik heb dus geen idee welke het zijn,
Het niet meer weten daarvan,
Hoewel eigenlijk gewoon, doet pijn,
Daar snap ik, snif, niks van.
I asked her hopefully,
Please a last kiss before I die,
While Death is near,
And I will forever be away.
She ignored my last request,
So I dropped tears
Of deep sadness and sorrow,
I’ll not rest in peace.
Staand op het lege strand,
Beluisterend d’zacht fluisterende
branding, verstond hij,
Verhalen van verre landen,
Hij niet kon duiden,
Hem nochtans verlokten
Door onuitgesproken woorden,
Naar verre oorden.
Blootsvoets liep hij
Door de branding naar d’eindloze zee.
Verlokkend deinend,
Voerde de zee hem mee
Naar een groene wereld beneê,
Hij niet weerkeerde.
De zwart geblakerde stammen
Weerspiegelden het verdriet
Dat zijn hart verscheurde door
Wat hem zonder kleur achterliet.
De verschroeide aarde hij stond,
Zijn voeten en zijn lijf verbrandde,
Bood geen zicht op 'n toekomst,
Waarin hij nu alleen leven moest.
Maar achter hem ligt het verleden
Vol geluk en levensmoed,
Die herinneringen zijn een reden,
Waarop ’t verder leven kan staan,
Hem het voedsel geven
Om ’t leven voort te kunnen gaan.
Hij had honger als een paard,
Vond dat wel een moord waard
En schoot het konijntje dood,
Waar de kogel trof, werd ’t rood.
Toen kwam een vegetariër voorbij,
Die had met ’t konijntje medelij,
Pakte ’t geweer en met één schot
Schoot hij de hongerlijer dood.
De koddebeier deed zijn plicht,
Heeft de dader opgesloten
Was niet voor z’n argument gezwicht.
Dit gedicht verhaalt helaas niet,
Over ’t lot van de vegetariër
De koddebeier vertelde het niet.
Ik voelde iets kriebelen,
Een gevoel ik lang heb gemist,
Mij doet terugvoeren naar tijden
Van een verre verleden zijn.
Dat gevoel roept verlangens op
Waarvan ik bijna
Was vergeten hoe verrassend
Lekker die waren,
Laat bloed weer voelen stromen,
Doet mijn huid
Weer net zo prikkelend tintelen als
In die tijd van weleer.
L'amour de ma jeunesse
J'y voudrais revenir,
Ça je n'oublierai jamais
Cette temps perdu de mon être
J’ai presque oublié,
Je souviens comme c'était hier
Ik wandel in de regen,
Het regent hard,
De regen deert me niet.
Rondom me waart de geur van
Wat je alleen kunt ruiken na regen,
Gevallen op een warme straat,
Anders ruikt dan op warme aarde.
De geur die mij ’t meest bekoort,
Is de geur van jou,
Staand onder een hete douche.