Honger
'k Zal je vertellen liefste kind,
als jij je brood weg gooit,
waarom opa dat zo erg vindt.
Er was een hongerwinter ooit.
Opa at toen zijn buikje vol,
nu wel zestig jaar geleden,
met suikerbiet en tulpenbol.
Dat is eigenlijk de reden.
Natuurlijk kan jij niet weten,
dat je zo heel onvermoed,
door je brood niet op te eten,
opa's oorlogstrauma voedt.
Andries de Meij
25 gedichten ยท 2 dit jaar ยท dichter sinds 2023
Dromenland
Ben je oh zo ontroostbaar.
Is de dag een loden last.
Is er niets dat blij verrast,
ook geen woord of een gebaar
Is de weide grijs van kleur.
Is ook de zon er niet.
Ligt slechts droefheid in 't verschiet.
Heeft de mooiste bloem geen geur.
De oplossing ligt zo voor de hand.
Zeg nu gelijk geen nee.
Maar ga aanstonds met mij mee.
Ga met mij mee naar dromenland.
Ouwe zak
Je bent een man met rare nukken.
Je bent een waardeloze prul.
Als ik het in een cijfer uit moet drukken:
Je bent een hele grote nul!
Je bent een niksnut van de eerste orde.
Een oelewapper zogezegd.
Je bent een ouwe zak geworden.
Het leven met jou is een gevecht.
Je bent een hopeloos geval.
Praten met jou heeft echt geen zin.
Als ik iets zeg, dan weet je het al.
Ik ga er niet meer tegenin.
Nou, dit is het dan wel zo'n beetje.
Je kijkt maar, wat je verder doet.
Ik verlaat je, ga het huis uit, weet je.
De grote vrijheid tegemoet.
Angst
Slinks rep ik mij naar binnen.
Angst verlamt mij nu welhaast.
Nauwelijks ben ik nog bij zinnen.
Alsof een storm door hoofd en lichaam raast.
Waarom toch die angst op mijn gezicht.
Waarom moest ik zo overhaast naar binnen.
Ja, nu eindigt plotsklaps mijn gedicht.
Want de reden, die moet ik nog verzinnen.
Donkere wolk
Een donkere wolk in 't hoofd ontneemt mij het zicht.
Maar je weet, hoe het met wolken gaat.
Ze drijven over vroeg of laat
en maken plaats voor heel veel licht.
Stakker
Ach, ach, jij arme jij.
't Is nauwelijks te verdragen,
zoals jij steeds weer zit te klagen.
Vraag toch ook een keer naar mij.
Want wat ik allemaal mankeer
is voor jou niet te bevatten.
Ik heb last van zeven wratten
en op mijn bil daar zit een zweer.
Nog maar te zwijgen over mijn ogen.
Ik heb een leesbril sterkte twee.
En wat te denken van die tepelsnee.
Een overblijfsel van het kinderen zogen.
Natuurlijk heb jij maar รฉรฉn been.
Een door je reuma ben je niet zo fit.
Maar zodra je in je rolstoel zit,
Duw ik je toch overal heen.
Vis
Daar ik wat omegaatjes mis,
bestel ik een hele vette vis,
waarna ik achterdochtig kijk,
of het vermeende vissenlijk
inderdaad wel overleden is.
verder niets
Een standvastig brein,
een gezond lijf,
een goed glas wijn,
een snelle fiets,
een lekker wijf
en verder niets !
Tegenwind
Jij, tussen buik en windscherm in,
kijkt soms omhoog
naar mijn bezwete onderkin.
Terwijl je absoluut niet snapt,
dat opa zich verloren trapt.
Tegen de wind m'n kind.
Die verrekte tegenwind.
paraplu
Dat ik jouw kettingroken steeds gedoogde,
jou met mijn milde koffie laafde
en ik mij aan jouw lijf verslaafde,
was, omdat ik een leven met jou beoogde.
Nu ben je weg; ik hoor je niet.
Je hebt heel vroeg mijn bed verlaten.
Ik sliep, had dus niet in de gaten,
dat je met stille trom het pand verliet
Ach, 't is mij nu wel om het even.
Maar wat ik echt niet kon bevroeden,
is, dat je mijn paraplu, een hele goede,
nooit aan mij hebt terug gegeven.
Duif
De duif gezeten in 't groen struweel,
hij koert en koert en koert.
Het koeren wordt hem nooit te veel,
maar het is de sperwer, die op hem loert.
Hij is het die op ons duifje duikt.
Zij raken in een ongelijke strijd verwikkeld,
waarna onder gesmoord koergeluid
de sperwer de duif heeft opgesmikkeld
Het is zoals het is.
Wat zich vormde in het verleden,
manifesteert zich in het heden.
Bron van vreugde of van droefenis