ik lieg enkel waarheden.
het is vreemd dat
iemand met me wil praten
zo lang was er niemand
die me vroeg hoe ik was
waarom ik zo stil was
of nooit iets aardigs zei
het is vreemd dat
ik het niet prettig vind
maar ze altijd doorgaan
alsof ze me willen testen
laat me met rust
ik lieg enkel waarheden
het is vreemd dat
ik geen woord uitbreng
een soort (plezier) angst voel
misschien eens iets zal zeggen
of fluisteren liever
als ik weer alleen ben
Zomaar-Iemand
196 gedichten Β· dichter sinds 2014
Hallo allemaal,
Ik heb jarenlang gedichtjes geschreven en op 1001gedichten gezet, welke later zijn overgenomen op deze site. Ik heb ze ook gebundeld in mijn dichtbundel De Herrie in mijn Hoofd.
Nu schrijf ik geen poΓ«zie meer, maar nog wel proza. Ik houd namelijk een blog bij over mijn klinische opname voor een persoonlijkheidsstoornis op de site www.crossingtheborderline.nl.
En verder wens ik jullie allemaal natuurlijk veel leesplezier hier! :)
boekenbestellen.nl/boek/de-herrie-in-mijn-hoofd/16035 crossingtheborderline.jouwweb.nl/
te dichtbij.
ze reikt haar hand
en ik verstijf in het moment
begrijp het niet
haar onmetelijke aandacht
(ik wil het zo graag)
ik verdien het niet
ze praat maar door
maar ik hoor het allang niet meer
staar verdoofd naar die hand
te dichtbij, te dichtbij, te dichtbij
niemand is ooit dichtbij genoeg
(raak me aan)
verstrikte kluwen woorden
ik verdrink
word overspoeld door herinneringen
kan nog steeds niet zwemmen
emoties razen door mijn hoofd
verdoven me, verstikken me
nemen elke gedachte over
ik kan niet ademhalen
door verstrikte kluwen woorden en uithalen
die ik altijd moeizaam inslikte
en ik kan alleen maar denken
niet weer, dit hoort voorbij te zijn
ik ben een enorme aansteller
maar de wanhoop grijpt me opnieuw
slaat zijn klauwen weer uit
omklemt mijn keel en hijgt in mijn nek
ik kan niet schreeuwen, niet vechten
alleen maar chaos en pijn en nee nee nee
en besef dat dit volslagen onzin is
denk de paniek kleiner
voed hem met mijn woede
en verlies me in zijn greep
tot het opeens verdwijnt
en ik snap het niet
heb er geen controle over
ooit bestaan heeft
ik schreeuw
dat ze me moet laten
maar ze hoort me niet
ik weet niet of ik nog sta
en of ik huil of niet
of deze wereld ooit bestaan heeft
ik hoor haar ontwapenende woorden
en denk alleen maar alsjeblieft
en nee en alsjeblieft en ja
voel zachte handen me weren
dichtbij, beangstigend dichtbij
en ik ben te machteloos
ik wil vergeten
dat ik dit niet zou moeten willen
want ik wil het veel te graag
ik lieg enkel waarheden
het is vreemd dat
iemand met me wil praten
zo lang was er niemand
die me vroeg hoe ik was
waarom ik zo stil was
of nooit iets aardigs zei
het is vreemd dat
ik het niet prettig vind
maar ze altijd doorgaan
alsof ze me willen testen
laat me met rust
ik lieg enkel waarheden
het is vreemd dat
ik geen woord uitbreng
een soort plezier angst voel
misschien eens iets zal zeggen
of fluisteren liever
als ik weer alleen ben
de komende eeuwigheid
ik staar naar de muur
vier naar links, tien omhoog
ken de getallen uit mijn hoofd
ze schreeuwen tegen me
ik doe alsof ik het niet hoor
ze hebben gelijk
ik duw de wereld weg
sluit hem op
we zitten samen opgesloten
ik voel iets tegen mijn zij
ik besluit de komende eeuwigheid
geen woord nog klank te geven
te dichtbij
ze reikt haar hand
en ik verstijf in het moment
begrijp het niet
haar onmetelijke aandacht
ik wil het zo graag
ik verdien het niet
ze praat maar door
maar ik hoor het allang niet meer
staar verdoofd naar die hand
te dichtbij, te dichtbij, te dichtbij
niemand is ooit dichtbij genoeg
raak me aan
maak me schuw
maak me bang
zo fragiel nog
ik voel de kracht
onbekend, ongekend
de pijn in mijn ogen
ik voel ze
nee, ik voel ze niet
ik denk ze, ik droom ze
dromen die verhalen
over een moment
dat niemand hoeft te weten
maak me schuw
maak me bang
ik ben onbevreesder
nuances in scherpte
na beelden van voorbije tijd
in onvervalste dromen
van werkelijkheid doordrongen
bekruipt me weer dat gevoel
die ijzige rilling van toen
was ik wel goed genoeg
onverwachte herinneringen
als klap in mijn gezicht
vergrijsde onschuld
pijnlijke dieptes deden me beven
met nuances in scherpte
creΓ«rend door trots
ik was vergeten
wat niemand mocht kennen
voor later
mijn tweede schaduw
een lief, klein neusje
stram huppeltje
veel te lange nagels
weet ik nog
deed je nog
zing ik onder de douche
je intense blik
stille gesprekken
mijn tweede schaduw
je kent me
bent me
kon me
je oprechte lach
gevulde ogen
ik zie mezelf er niet in
ik wis je
wist je
zal je altijd weten
mijn wereld door jouw ogen zien
ik vraag me af wat je ziet
als je die blik in je ogen hebt
quasicontrasterende emoties tot gevolg
of ik voor jou nog steeds die ene ben
ik dat ooit geweest was
of jij dat zomaar invulde
je maakt van stenen los zand
ziet hoe ik tevergeefs opbouw
maar niet wat door mijn vingers glipt
ik wil dat je zo blijft kijken
me niet langer aankijkt
maar dwars door me heen
en zelfs als je niet ziet
dat ik dreig op te geven
blijf dan alsjeblieft bij me
en mocht ik mijn wereld eens door jouw ogen zien
zou ik je dan eindelijk verstaan
of nog steeds niet begrijpen naar wie ik kijk
sporen grafiet
een blad in de wind
oorspronkelijk teder wit
wordt zorgvuldig geborgen
waarop het leven krult
letters tot woorden rijgt
soms iets te hard streept
tot over sommigen altijd te vroeg
de gum ongezien strijkt
en hij beetje bij beetje uitwist
met vastberaden halen
laat hij willekeurig letters
en flarden van zinnen over
tot enkel de indrukken
van de verdwenen sporen grafiet
verraden dat er ooit leven geweest is