Direct naar de inhoud
Nieuwe site! Tijdelijk €10 korting op je eerste jaar Premium met code NIEUWESITE β€” bekijk Premium.

Eric Deprez

37 gedichten Β· dichter sinds 2021

Filter Sorteer

BESTAAN

Binnen in dit huis wonen naast mij heel kleine wezens
microscopisch hun monsterlijkheid
diep fluisterend hun gesprek

Alles onachtzaam
het lekkend kraantje geen waterval
de kat een gekrompen tijger
de hond een blaffende wolf

Buiten, voorbij de ruiten,
(mezelf ziend en achtend in de weerglans)
ligt warme sneeuw

Jou zie ik ’s nachts
(op papier getekend)
in opgespaard zonnelicht

Alleen het vuur leeft
(een pijl in de tijd)
en herleidt alles tot as, tot bijna niets

Dus hebben ook wij geleefd
tussen jaartallen
tussen seconden

Een gebakken kleitablet
onontraadseld

Bekijk

TERUG

Gewapend

Ik heb de knipsels ineengepast
gelijmd
Hij was weer heel
bijna gaaf
de liefdesbrief

Alles terug
vroeger
mooier
gepaster
liefdevoller

Herschikken
herdenken
terugplaatsen
schuiven
stapelen
in evenwicht
netjes

Tegen de tijd
de klok van twaalf naar elf
het water terug in de fles
in een gulp
in een opwaartse waterval
de entropie opzwemmend

De kleren in de kast
aan hangertjes
de zakdoek gestreken
vierkant
op het schapje
(raap je slip van de grond!)
of nog verder
de trui terug naar het schaap
de bikini over het hele lijf teruggegroeid

Hoe druk je die krijsende stem
terug in de keel?
Hoe de ademtocht teruggegeven aan de wind?
de hond aan de wolf?

Ik was als kind een belovend kladderaar op een wit blad
later een bewonderaar
Johannes Vermeer
het meisje terug op het palet
de parel in het flesje
Francis Bacon
de tubes weer vol
niet aangetrapt
geordend op de plank
het atelier alsof de poetsvrouw net is vertrokken
Nu alles gewist
niets meer aan de hand
de kleuren ROOD GEEL BLAUW

Alles veilig
geborgen
alsof niets is gebeurd

Een appel terug in het bloempje met het bijtje
OF
Doe Doe Doe mee!!
(beste lezer, doe dat ook eens mee met: een boek, een kussen, een fles, Picasso, een baksteen, jezelf…
ik laat wat ruimte, ik neem een break (koffiepauze?))
………………………………………………………………………………………………………………………………………………

TERUG TERUG TERUG
naar waar het begon
naar de amoebe
de eencellige
mijn ziel terug naar God

Beelden die verschijnen in het terugspoeltempo
achterwaarts lopend als kreeften
die beklijven:
Arga mijn hond op een mesthoop (mijn laatste gezel)
jouw (nog) niet behaarde pubis
een tepel ter zuiging
steeds sneller
niet bij te houden
mijn moeder onbegrijpelijk jouw opening zo smal
Dan
Waar? Waar? Wanneer?
Mijn vader met mijn moeder
zijn penis gesteven, ontrold, met de kleur van ingewand
Mijn moeder helemaal

ontwapend

Bekijk

Toeval

Vreemde wereld
waar het toeval heerst

Ik ontmoette jou
uit een verleden dat uit losse stenen was gebouwd
Je stond toevallig op de tram te wachten
die toevallig uit de rails was gerold
De lift die je toevallig kreeg
(niet Ted Bundy!)
Grote liefde
(ook toevallig)

Soms blijkt het kokend water uit een blauwe buis te stromen
of is de elektrische leiding verkeerd verbonden
Allerlei calamiteiten, toevallig

Ook de mensen
(lieden van grote orde)
zijn niet altijd op hun woord te nemen
(hun wijsvinger – niet afgehakt – bedient het pistool)
Niet altijd
gestoorde geesten die verkeerde dingen aaneenlassen
niet altijd monsters

Je omhelst
je drukt
niet alles lijmt
niet alles beklijft
achter de kus schuilt de spruw

Het toeval maakt de speler arm
de toeschouwer nooit rijk

Bekijk

Hopper

Zwarte ramen
inkijk geen uitkijk
de dag een witte nacht
de nacht een zwarte dag
De tijd heerst
tussen acht en negen
een klokslag die terugkeert
geen hartslag
(Klokken zwijgen niet
als harten, fataal)
Kleuren die de avond vullen
schatplichtig aan een verleden van licht
het doorzichtige van de dag
ingeruild voor het consistente van de avond
Alleen aan een tafeltje
een jongedame met hoedje
(weggevlucht van
toegevlucht naar)
de handen gesloten om
het kopje koffie warm
Er is geen uitkomst
vanavond niet
morgen misschien
wat zich aandient
Wie weet

Bekijk

De Germanen van het Noorden

Ze kunnen nog niet schrijven
maar ze spreken wel al een soort Amsterdams,
al klinkt het ook wat Duitsachtig. Of Engels? Ook een beetje West-Vlaams?
Ze zijn niet tevreden. Helemaal niet.
Ze hebben het koud. Ze zijn in zonlicht misdeeld, zeker in de winter.
Ze hebben witte, suikervrije gebitten, met tanden multifunctioneel.
Ze teren niet op rottigheid,
maar op vers vlees
verscheuren
kraken
kauwen
de dikste eet het meest
ook de lever
van het rendier met de gebroken poot
(gemakkelijk te vangen)
Ze hebben koude voeten
maar daartegen (nog geen televisie) vertellen ze verhalen
en wie op zijn bakkes kreeg
en wie zal krijgen!
Je moet veel zuipen om het zo hoog in je hoofd te krijgen
ze tikken Brunhilde op haar bips
en lachen baldadig
(een draagt de helm van een Romein: geruild voor een mammoettand)
ze zwaaien met hun vuisten
(zoals supporters van FC Utrecht)
ze zullen ervan lusten de anderen!
Die Germanen van het Noorden toch!

Bekijk

Kleurrijk tafereel
Bont geschilderd de wereld
Of alleen mijn oog?

Bekijk

King Lear

Ik wandel met mijn dochter
(binnen handbereik)

Ze is al oud
ze heeft zelf al kinderen
(of zou er kunnen hebben)

Ik zeg: niet alles hoeft met macht
te worden beslist

Ze heeft zo’n glimlach
dwars over haar gezicht

Ze zegt: wat zeg jij nu, pa!

Bekijk

Oostende revisited

Langs de vloedlijn
die schoonspoelde
(als een geredde vergenoegde tewerkgestelde Syrische vluchtelinge met
emmer en dweil)
keerde ik terug naar de stad van mijn jeugd

Langs de betonnen rooilijn
verknoeid door inhalige betonmagnaten en immobiliΓ«nmakelaars
langs feesten van lelijkheid
langs het college – eens prestigieus – duur, toen mijn arme ouders er hun
jonge zoon inschreven
(als de halm die zijn levenskracht offert aan de korrel)
langs kleinemiddenstanderszaken, die made-in-China spullen verkochten

Op een pleintje van kabaal en aftandse beat
(men vierde dat Marvin Gaye hier zijn Sexual Healing had geschreven)
zeulde ik verder
onder visgeur, voorbij pocherige yachten, onder meeuwen, de ratten van de zee
tot de kathedraal – een kitscherige replica van de Dom van Keulen -
waar ik stilhield bij een warmewulkenkraampje
en vanuit mijn geopende hoofd mijn kathedraal liet rijzen van licht en ruimte:

James Joyce had hier in 1926 anderhalve maand vertoefd

Als een wankele dronken Leopold Bloom struinde ik mijn lelijke stad uit
met mijn voeten te klein
mijn benen te kort
in de gouden voetstappen van een reus

Bekijk

Bedankt

Een nier doneer ik
Tevens mijn gebroken hart
Brokken hoef je niet

Bekijk

Naakt

De boom uitgekleed
Hij verloor zijn laatste blad
Schaamte is hem vreemd

Bekijk

Lichtervelde

een oud stationnetje in korte kille decemberdagen
met één loket
open voormiddag van 7 tot 12
op zaterdag van 8 tot 11

wachtzaal
een gesleten tegelvloer
een buitendeur die maar half meer sluit
weinig wachtenden
(niet metafysisch wanhopig)

twee dames met een haarkleuring en nepbont (wolf en nerts)
samen onderweg
(ze kennen mekaar al 38 jaar)

een jongeman met een iPad
die gedurig naar de grond kijkt
zijn nikes

een dikke man
met een jongere Filipijnse
de warme armoe ontvlucht voor de rijkere kou
(ze draagt een muts met een bol)

een ongetrouwde juf van godsdienst
die kadootjes gaat kopen in de grote stad
voor neefjes en nichtjes
(ze mist vanavond haar laatste trein)

vorig jaar in de hoek een kerstboom met lampjes
(nu weggespaard)

treinen produceren vertraging

ook de Filipijnse wordt obees

Bekijk

Klop

De klop op de deur
hij stelde zich kort voor
hij was vriendelijk
zakelijk
routine
De kankerman
Ze had al zolang gewacht
zonder te weten
hoewel
weten zonder te wachten
Zij had nog zoveel tijd
zoveel lange warme ochtenden onder de dekens
zoveel eindeloze avonden die verkleurden
van donker naar zwart
Ze had niemand iets gezegd
haar man was lang weg
haar kinderen
haar hondje op haar schoot
Ze had haar pak gemaakt
haar hondje ondergebracht
Daar lag nu haar bundeltje
aan de stok die de zwerver over de schouder draagt
Wat armoezooi

Bekijk