IN DE STILTE WAS GEEN STILTE
In de stilte was geen stilte
Ik hoorde mijn oma's praten met elkaar
Tijdens Koninginnedag eind jaren zeventig
De zonwering was oranjekleurig
Iemand schreeuwde in mijn oren
Dat ik helemaal niet deugde
Dat ik onbetekenend was
Ik was het zelf
Een blauwe lucht boven een groen gazon
Waslijnen in de tuin van mijn tante
En het zacht ronkende geluid
Van een vliegtuigje in de lucht
Wielrenners zoevden voorbij
Ze vloekten en ze tierden
De remmen piepten vervaarlijk
Toen ze door de bochten sjeesden
Jezus weende in stilte
Ik droogde zijn vele tranen
Met mijn stoffen zakdoek
Die altijd in mijn broekzak zat
Ik was wat men noemt gebroken
En ik was liever niet geboren
Mijn vader was kwaad
Mijn moeder was van streek
De jaren knalden voorbij
Dit was de toekomst
Alles voelde als afgedaan
En niets was nog begonnen
Ik hoorde honden blaffen
Die van het erf af renden
Toen ik angstig voorbijfietste
En die naar mijn benen hapten
De kerk en het schoolplein
De braderie en het zwembad
Het park en de tuin
Het bos en de jeugd voorbij
In de stilte was geen stilte
En toen ineens toch wel
Plotseling en onverwachts
Werd het stil in mij
Vincent Oostrijck
660 gedichten · dichter sinds 2017
Dichten doe ik omdat ik uiting wil geven aan gedachten en gevoelens die in mij leven. Ik heb autisme en dit helpt om me op een creatieve manier te ontspannen en te ontprikkelen. Sommige dingen zijn autobiografisch. Geheel of gedeeltelijk. Veel gedichten zijn ook fictief. Maar door alle gedichten waart mijn geest rond.
Ik heb een Facebook pagina voor mijn gedichten, Prozadichter Rotterdam Alexander.
https://www.facebook.com/groups/343840549656831/
Bij interesse of vragen kunt u mailen naar
oostrijck@yahoo.com
facebook.com/groups/343840549656831/
NICK DRAKE
Hij was op zijn kamer
Hij las een boek in zijn bed
Een biografie over Nick Drake
Een Engelse muzikant van weleer
Die prachtige liedjes maakte
En veel te jong gestorven was
Zijn studentenkamer was klein
Net als zijn bed en zijn bureautje
Hij had een grote en lompe computer
Hij had boeken en cd's
Een kleine tv en een cd speler
De muren met posters bekleed
Er viel zonlicht door het raam
Hete stralen op zijn hoofd
Hij zou in bed blijven liggen
Zoeken leidt tot niets
Hij komt geen steek verder
Nick Drake nam de pillen
En hij ontsprong de dans
Een sprong in de eeuwigheid
Zijn tijd was voorbij
Of misschien wel juist begonnen
Hij droomt van een groene wereld
Ergens in Engeland, in de lente
De bomen en struiken staan in bloei
Hij zwerft tussen verweerde graven
En door oeroude bossen
Langs velden en over heuvels
Hier kon je leven en doodgaan
Hier kon je je neerleggen
Liefdevol verdwijnen
En rusten gaan
Nick Drake werd 26 jaar oud
Hij stierf in het jaar 1974
Twee maanden later werd hij geboren
Eveneens in 1974
En nu, zoveel jaren later
Was ook hij 26 jaar oud
Dit had betekenis voor hem
Alleen voor hem
En voor niemand anders
Hij draait zich nog eens om
Hij wentelt zich in pijn
Hij worstelt zich door alles heen
Hij schreeuwt dat dit moet stoppen
De verlossing bleef uit
Maar iets begon zich te roeren
Een machine sloeg langzaam aan
En kwam tergend langzaam op gang
Hij zou het jaren later merken
LIGGEN
Hij wilde wat gaan liggenÂ
Tot hij zich beter voelde
Hoelang het ook zou durenÂ
Het duurde langÂ
Het wilde niet lukkenÂ
Het voelde als een eeuwigheidÂ
Blijf maar liggen danÂ
Hij lag op het grasÂ
Van de grote universiteitÂ
De mensen liepenÂ
Langs en om hem heenÂ
Hij lag op bedÂ
Hij hoopte vurig en wanhopig
Dat het vanzelf weg zou gaanÂ
Het gebeurde niet
Hij wilde gaan liggenÂ
Op de plekken waar hij was
En waar je meestalÂ
Alleen kon zitten of staanÂ
Want hij was op
Hij kon het niet meer aan
Hij wilde verdwijnenÂ
Hij wilde verrijzenÂ
Hij wilde miraculeus genezenÂ
Of gewoon niet meer bestaanÂ
Hij bleef nog lang zo liggenÂ
Er gebeurde weinig goedsÂ
Totdat hij zelf in beweging kwam
Hij nam het heft in eigen handÂ
En zo werd hijÂ
Wie hij werkelijk was
En dat was datÂ
IK BLIJK KLIMAATNEUTRAAL TE ZIJNÂ
Ik blijk klimaatneutraal te zijn
En ik wist het zelf niet
Op een dag werd ik wakkerÂ
En besefte ik dat het zo was :
Ik heb geen kinderenÂ
Ik heb geen auto en geen rijbewijsÂ
Ik heb een vrij klein huis met eenvoudige blokverwarmingÂ
Ik heb geen airconditioningÂ
Bijna al onze kleding en spullen komen van de kringloopwinkelÂ
We eten niet overdreven veel vlees en soms ook vegetarischÂ
Ik kan me de laatste keer dat ik gevlogen heb serieus niet herinneren
Op een dag word je wakker
En besef je dat je klimaatneutraal bentÂ
En je hebt er niets voor hoeven doen
Je blijkt het uit jezelf al te zijn
Mijn ecologische voetafdrukÂ
Is nauwelijks zichtbaarÂ
Ik ben al snel weer vergetenÂ
Als ik er straks niet meer benÂ
Ik laat geen sporen achterÂ
Waren er maar meer mensen zoals ik...
Nou nee, dat ook weer nietÂ
Je moet ook aan je medemens denkenÂ
Aan hun persoonlijke leefklimaatÂ
Één van mij volstaatÂ
Ik blijk klimaatneutraal te zijn
Ik wist het niet eens
Ik schrok er zelf van
Ik ben dus toch van deze tijd !
Wie had dat ooit kunnen denken ?
DATINGSHOWDROOM
Ik droomde vannacht een fijne droomÂ
Ik droomde dat ik de deelnemer wasÂ
Van een datingprogramma op tv
Genaamd "take me out- mother knows best"
Een bestaand tv-programmaÂ
Arme en weerloze mannen wordenÂ
Voor een groep leeuwinnen gegooidÂ
De moeders van verwende dochtersÂ
De moeders bepalen vervolgensÂ
Of je met hun dochters mag daten
Of dat je moet opdonderenÂ
Omdat je niet goed genoeg bentÂ
Twintig moedersÂ
Twintig rode knoppenÂ
Klaar om je weg te drukkenÂ
Bij het minste of geringsteÂ
Als je t-shirt de foute kleur heeftÂ
Of je haar verkeerd is gekamdÂ
Ik kwam op
Alle blikken waren op mij gerichtÂ
Ik keek de vrouwen één voor één aan
Ik deed wat stoer en nonchalantÂ
Ik deed een lullig dansje
Want dat wordt er van je verwachtÂ
En toen begon ik aan mijn pitch :
........
" Hallo moedersÂ
Ik ben meneer De BruinÂ
Ik ben zesenveertig jaar oudÂ
En ik kom uit RotterdamÂ
Ik doe vrijwilligerswerkÂ
Ik heb geen betaalde baan
Ik heb een uitkeringÂ
En ik heb geen spaargeldÂ
Ik heb geen autoÂ
Ik heb geen rijbewijsÂ
Ik heb wel een oude fietsÂ
En ik hou van het openbaar vervoerÂ
Ik ben nooit op wintersport geweestÂ
Ik doe niet aan watersportÂ
Ik heb nog nooit golf gespeeld
En ik ben het ook allemaal niet van plan
Ik ben geen adrenalinejunkieÂ
Ik hou niet van snelle auto's
Ik hou niet van voetbal en vreemdgaanÂ
En ik heb niks met gamenÂ
Ik hou van droevige muziekÂ
Van mooie boeken en cd'sÂ
Ik hou niet van competitie
Of van liggen in de zon
Ik ben dertig kilo te zwaarÂ
Ik ben niet erg sportiefÂ
Ik gebruik antidepressivaÂ
Ik heb veel rust nodig
En tenslotteÂ
Maar niet onbelangrijkÂ
Ik ben een fucking autistÂ
En daarmee basta ! "
.......
Ik zei niets meerÂ
Het werd muisstil in de zaal
Iedereen hield zijn adem in
Totdat de presentator sprak :
" Tijd om te kiezen moeders !
Past deze meneer De BruinÂ
Wel of niet bij jullie dochtersÂ
Blijven jullie in het spel
Of stappen jullie eruit ?
Je kunt nu op de rode knop drukkenÂ
Are you in or are you out ?"
Een oorverdovend lawaai brak los
In de elektrisch geladen studioÂ
Toen alle moeders tegelijkertijdÂ
Als wanhopige en wilde wijven
Op de rode knop begonnen te rammenÂ
Met alle kracht die ze hadden
Alsof hun leven ervan afhing
En dat van hun dochtersÂ
Sommige knoppen werden zelfs
Finaal door de desks geslagenÂ
Twintig knoppen branddenÂ
De hele zaal lichtte rood op
Het leek wel een goedkoop bordeelÂ
Het was kermis in de hel
Er was unaniem beslotenÂ
Dat ik niet goed genoeg was
Ik moest het podium direct verlatenÂ
Onder begeleiding van bewakers
Werd ik via de achterdeurÂ
Het pand snel en efficiënt uitgezet
Ik was zo blij en opgeluchtÂ
Ik voelde mij triomfantelijkÂ
Soms wil je niet winnenÂ
Soms staat winnen gelijk aan verliezenÂ
Ik voelde mij een winnaarÂ
En toen werd ik wakkerÂ
In mijn warme bedÂ
Naast mijn lieve vrouwÂ
Het was al ochtendÂ
Ik rekte me geamuseerd uit
En ik stond opÂ
IDENTITEIT ??
Ik ben niet exceptioneelÂ
Ik ben nergens echt goed in
Ik heb geen bijzondere gave
En geen bijzonder talentÂ
Maar weet je
Dat geldt voor de meeste mensenÂ
Die ik ken en die ik heb ontmoetÂ
We zijn zelden zo bijzonderÂ
Als we zelf denkenÂ
Ik ben gewoon een boerenlulÂ
Net als jij
Ik ben niet neerslachtiger
Ik verberg het alleen minder goedÂ
Ik heb geen maskers meer
Om dagelijks op te zettenÂ
Ik lach als ik lachen wil
Liefst vaak en in overvloedÂ
En als ik niet meer lachen kan
Dan ben ik dood
En als ik verdrietig ben
Dan voel ik de tranen prikken
Ergens achter mijn ogen
Ik huil een klein beetjeÂ
Niet al te veel of lang
Ik blijf immers een simpele man
Die niet goed huilen kan
Her doorvoelen volstaatÂ
Ik ben niet goedÂ
Ik ben niet beter
Ik ben sociaalÂ
Wanneer het me luktÂ
En ik het opbrengen kan
Ik ben een einzelgänger
Zowel hard als zachtÂ
Dat ligt aan het uur of aan de dagÂ
Ik ben geïnteresseerdÂ
Ik ben onverschilligÂ
Dat hangt van mijn energie af
Ik heb geen geduld meer
Voor mensen die altijd klagenÂ
Voor wie het nooit goed genoeg is
En die je geestelijk leegzuigenÂ
Mijn nieuwe motto :
"Sommige mensen zijn als wolken
Als ze verdwijnenÂ
Is het plotseling een mooie dag"
Ik heb compassie voor mezelfÂ
Ik heb een hekel aan mezelfÂ
Het is soms wat schakelenÂ
Maar zolang je het systeem doorhebtÂ
Ga je niet verlorenÂ
Het is behendig laverenÂ
Tussen balans en onbalans
Elke dag die niet slecht isÂ
Is een goede dagÂ
En waard om te levenÂ
Ik ben niet exceptioneelÂ
Ik ben nergens echt goed in
Ik heb geen bijzondere gave
Ik heb geen bijzonder talentÂ
En daar heb ik vrede mee
DE VLOEKÂ
Berry werd het slachtoffer van een occulte vloek
Uitgesproken door een boze vrouwÂ
Die hem niet zo aardig vond
Omdat hij haar geen liefde kon gevenÂ
Ze zei :
"Ik hoop dat er iets in je kruiptÂ
Een boze geest of een demon
Die je langzaam maar zeker
Helemaal opvreet van binnenuitÂ
Ik hoop dat je intens zult lijden"
Berry was daar niet zo blij mee
Dat kwam redelijk onverwacht
Hij vond het niet erg sympathiek
Maar hij begreep het welÂ
In de loop der jarenÂ
Ging de vloek zich openbaren
Zijn uiterlijk veranderde zichtbaarÂ
Hij was een vervloekte manÂ
Berry was hopeloos verloren :
Zijn haar werd steeds dunner
Hij werd zo kaal als een biljartbal
Zijn buik werd steeds boller
Hij werd een dikke manÂ
Zijn ogen werden slechterÂ
Hij had een leesbril nodig
Zijn gehoor ging achteruitÂ
Hij snurkte en werd half impotentÂ
Waar hij vroeger rende
Slofte hij nu moeizaam door het park
Waar hij vroeger speeldeÂ
Zat hij nu te rusten en viel in slaap
Hij werd een hopeloos geval
Hij kreeg rimpels in zijn gezicht
Zijn huid werd slap en ging hangen
Zijn rug trok langzaam krom
En zijn botten deden pijn
En toen hij tachtig werd
Stierf hij als gevolg van deze vloekÂ
Kwaadaardig over hem uitgesprokenÂ
Door een rancuneuze vrouwÂ
De ouderdom is een vloek
Het is een veelvraatÂ
Die je met huid en haar opsloktÂ
En je daarna weer uitspuugt
Op een eeuwig veld van bottenÂ
Dat we het kerkhof noemenÂ
Zo gaat datÂ
En zo zal het blijven gaan
We zijn allemaal vervloektÂ
Het loopt slecht met je af
ELKE WEGÂ
Elke weg voelt veel te langÂ
Als je haast hebtÂ
Als je ongeduldig bentÂ
En naar huis wilt gaan
Als je ergens wordt verwacht
En je bent al veel te laatÂ
Dan voelt een korte straat
Als een lange weg te gaanÂ
Als je de boot dreigt te missenÂ
Of gewoon heel erg moet plassen
Dan voelt elke weg of pad
Als een eindeloze afstandÂ
DE HEL
De hel is een plaatsÂ
Ergens in het grote hiernamaalsÂ
Waar je voortdurend en constantÂ
De aandrang voelt om te poepenÂ
Maar er is geen toilet te bekennenÂ
De aandrang is overweldigendÂ
Je zoekt en je zoektÂ
Je vindt nergens een plekjeÂ
Om je behoefte te kunnen doenÂ
Om jezelf te mogen ontlastenÂ
Je kunt je broek niet laten zakkenÂ
Om jezelf ter plekke te bevrijdenÂ
Je broek zit aan je vastgeklonkenÂ
Als een Siamese tweelingbroerÂ
Je laat het lopenÂ
Een gedeelte glijdtÂ
Via je broekspijpen naar beneden
En bezoedelt zo je pad
Het meeste zit in je onderbroekÂ
Het blijft aan je kleven en plakkenÂ
Je stinkt een uur in de windÂ
Je krijgt jeuk en huiduitslagÂ
Je voelt je ziek en ellendig
Je wou dat je echt dood was
Het poepen gaat door
De godganse dag en nachtÂ
Tot in de eeuwigheidÂ
En wie tref je hier zoal aan
Met zwarte ziel en bruine broek
Met het schaamrood op de kaken
Zich wentelend in poep en wanhoop
In een niet aflatende rivier van stront :
De politicus, de gewetenloze zakenmanÂ
De bankier, de vastgoedhandelaarÂ
De advocaat, de makelaarÂ
Alle miljardairs
De meeste miljonairsÂ
En meer van dat soort aards gespuis
De hel is geen pretje
Het leven duurt maar evenÂ
De dood gaat door en door
Bezint eer ge begintÂ
Amen
HERMAN VAN SCHIMMELEN
Ik had vroeger een vriend
Herman van Schimmelen
We studeerden samen
In Rotterdam en in Duitsland
Herman was rechtlijnig
Rechts en neoliberaal
Recht door zee, bot en keihard
Een fenomenaal hoog IQ
En een lage sociale intelligentie
We waren op een groot feest
Gothics, new wavers en punkers
Iedereen in het zwart gekleed
Alsof we op auditie waren in de hel
Maar niet onze Herman
Hij droeg een blauwe blouse
Witte strepen en korte mouwen
Een nette pantalon en witte sportsokken
Hij leek zo van kantoor te komen
Alleen de aktentas ontbrak nog
De freaks en de discipelen van de dood
Raakten er danig van in de war
Van deze boekhouder in kostuum
Je zou kunnen zeggen
Dat Herman hier de ware rebel was
In het café naast de universiteit
Gingen we regelmatig schaken
Ik heb nooit kunnen winnen
Herman was te intelligent
Hij kon zich langer concentreren
Hij bestelde Duitse ijscoupes
Met taaie gummibeertjes als topping
Hij was de eerste en de enige
Die dit ijsje ooit had besteld
En die het daarna bleef bestellen
Herman at wat hij wilde eten
Herman was tevreden
Hij wist dat hij intelligent was
En wij waren in feite vrij dom
Hij wilde hogerop komen
Hij wilde rijk en machtig worden
Hij zou het ver schoppen
Hij kwam uit een gezin
Dat zichzelf redelijk elitair vond
Wij waren slechts paupers
Herman was echter wel opgegroeid
In een sociale huurflat in Delft
Zijn moeder woonde daar nog steeds
Herman verzamelde informatie
Over Duitse Luftwaffe officieren
Dat was zijn grote hobby
Hij spendeerde menig uurtje
In bibliotheken en boekenwinkels
Op zoek naar nieuwe gegevens
Hij was een boek aan het schrijven
Over een bepaalde SS-officier
Maar de familie van de man
Weigerde eraan mee te werken
En hoewel Herman volgens mij
Zelf geen authentieke neonazi was
Deed het heel wat wenkbrauwen fronsen
Met name toen hij op gesprek kwam
Voor een stage bij een autofabrikant
Herman vertelde over zijn hobby
En hij werd direct de deur gewezen
Hij werd als een potentieel risico gezien
Ik gaf Herman van Schimmelen
De bijnaam Hermann von Schimmeln
We waren op vakantie in de jungle
We gingen boomtopslingeren
Via kabels van platform naar platform
Hij ging veel te snel en vergat te remmen
Hij dreigde tegen de boom te knallen
Ik besloot zijn val te breken
Door hem gedeeltelijk op te vangen
Ik deed mijn arm pijn
Herman zat daar niet mee
Het was immers mijn eigen schuld
Had ik hem maar niet moeten helpen
Empathie was niet zijn sterkste kant
We zaten op een zeilboot
Ergens op de tropische wateren
De kapitein had pillen uitgedeeld
Toen we aan boord gingen
Tegen de misselijkheid
Iedereen had zo'n pil genomen
Behalve onze Herman
Hij werd immers nooit zeeziek
En hij moest niets hebben van medicatie
Een paar uur later zat iedereen gezellig
Gegrilde vis te eten op het dek
Behalve onze Herman dan
Hij lag kotsend in het water
Aan de zijkant van de boot
Zijn gezicht groen en grauw
Hij was nog nooit zo ziek geweest
Ik vroeg hem toen nog nonchalant
Of ik zijn vis mocht hebben
Nu hij geen trek leek te hebben
Hij gromde wat onverstaanbaars
Ik at de vis met smaak op
Op reis had Herman de leiding
Ik verdwaalde overal
Ik kon geen straat onthouden
Ik was een kip zonder kop
Herman daarentegen
Had een feilloos richtingsgevoel
Ik liep gewoon met hem mee
Ik vetrouwde op hem
En we kwamen altijd weer
Daar waar we moesten zijn
Op hem kon je rekenen
Herman was betrouwbaar
Herman hield van Michael Jackson
Als intelligente gozer hield hij
Van opvallend oppervlakkige muziek
Op een studentenfeest in Duitsland
Deed hij op veler verzoek de Moonwalk
Hij greep in zijn kruis en slaakte een kreet
Hij stootte de grote glazen kom
Vol met goedkope paprika chips
Onbedoeld keihard van de tafel
De kom knalde uit elkaar
Dit was legendarisch
Op een ander feest
Vroeg Herman aan een vrouw
In het Engels, omdat ze geen Duits sprak
Of ze ook zo van pinda's hield
De consternatie was groot
De dame dacht dat onze Herman
Het over "penis" had in plaats van "peanuts"
Een misverstand zonder gevolgen
Dit waren de jaren negentig
Dit was een andere tijd
We zagen veel door de vingers
We lachten erom
Herman had Britse huisgenoten
Ze hadden een hekel aan hem
En hij aan hen
Zij zopen en ze namen het ervan
Herman was rigide
Gestructureerd en inflexibel
Dat botste nogal
Toen Herman zijn natte was ging halen
Beneden in de kelders
Waar de wasmachines stonden
Waren al zijn onderbroeken gestolen
Herman zat zonder onderbroeken
Hij was des duivels
Er was geen bewijs
Maar iedereen wist wie de daders waren
Hij wilde ze aanvliegen
Ik wist hem te kalmeren
Herman moest nieuwe slips kopen
Herman stuurde kerstkaarten
En hij hield van iedereen bij
Wie hem wel of niet een kaart stuurde
En als je hem geen kaart stuurde
Werd je voorgoed van zijn lijst geschrapt
En dan kon je fluiten naar je kaart
Zo was het ook met vriendschappen
Hij hield precies bij
Hoe vaak je hem had opgezocht
En hoe vaak hij jou
En als de balans dan te veel doorsloeg
Naar de kant van Herman
En jij dus te weinig was geweest
Dan nam hij een resoluut besluit
En zo gebeurde het ook bij mij
Herman sloot ons boek
De vriendschap was voorbij
Amen
CONFESSIES
Voor iemand die niet populair is
Ben ik opvallend geliefd
Voor iemand die zo wordt gewaardeerd
Word ik behoorlijk genegeerd
Voor iemand die zo invoelend is
Ben ik opvallend onverschillig
Voor iemand met weinig zelfvertrouwen
Ben ik behoorlijk zeker van mijn zaak
Je kunt op mij bouwen
Maar reken niet op mij
Ik ben weliswaar tot veel bereid
Maar ik ga het toch niet doen
Voor een stedelijke zonderling
Ben ik behoorlijk sociaal
Mijn humor is jouw humor niet
Mijn muziek is jouw muziek niet
Ik mis zelden iemand
En voor jou
Maak ik geen uitzondering
Trek het je niet persoonlijk aan
Ik stel niets voor
Maar dat is prima
Dat is voltrekt normaal
Ik zit daar niet mee
Ik vind dat jij ook niets voorstelt
Ik vind dat niemand iets voorstelt
We zijn allemaal even onbelangrijk
Er schuilt troost in die gedachte
Ik ben gelukkig
Omdat ik niet ongelukkig ben
Mijn dag is goed
Omdat het geen slechte dag is
Ik leg de lat niet hoog
Ik leg de lat niet laag
Ik leg de lat überhaupt niet
Ambities zijn vergif
Ik hecht geen belang aan zaken
Waar jij belang aan hecht
Je kijkt naar mij en je weet het
Ik ben koud en warm tegelijkertijd
Ik wil leven
Ik wil dingen ondernemen
Ik wil veel dingen nooit doen
Omdat ze verschrikkelijk zijn
De pijn verzachten
Het sterven bewaren
Het boek uitlezen
De film afkijken
En de plaat in zijn geheel luisteren
En dan doodgaan
Geruisloos verdergaan
Of gewoon stoppen te bestaan
Maar genoeg geluld over mij
Nu is het tijd voor jouw verhaal
Vertel me wie je bent
En waarom jij er ook niet toe doet
DE VAL
Er was de hete Spaanse zon
Er was een jagend peloton
Hij was in bloedvorm
Het ging voorspoedig
En toen ineens de sensatie
Van gierende remmen
Van angstig geschreeuw
En een hels kabaal
Van kletterend metaal
Daar ging hij
Er was geen tijd
En dat was dat
Een sprong in de ruimte
Hij lag op zijn rug
In een greppel
Onder de Spaanse zon
Hij begreep er niets van
Onder zijn benen
Voelde hij het warme zand
Hij voelde dat zijn lijf
Op rotsachtige grond lag
Zijn hoofd en schouders
Lagen deels in struikgewas
Toen ontwaarde hij stemmen
Hij was kennelijk niet alleen
Anderen lagen hier ook
Hij hoorde ze jammeren
Hij hoorde ze vloeken en huilen
De geluiden dreven naar de achtergrond
Hij voelde een scherpe pijn opzetten
Ergens in zijn lichaam stokte het
Hij wist niet waar het pijn deed
Hij was vervreemd van zijn lichaam
Hij voelde dat hij naar adem snakte
Hij hield het niet meer uit
En hij verdween
Toen was hij weer terug
Geen idee waar hij was geweest
Of hoe lang hij hier al lag
En wat hij nou moest doen
Hij besloot maar om af te wachten
Er liepen nu mensen om hem heen
Iemand boog zich naar beneden
Er werd iets aan hem gevraagd
Hij kon het niet verstaan
Maar omdat hij toch wat wilde zeggen
Zei hij maar "JA"
Hij lag op zijn rug
Hij keek omhoog
De Spaanse hemel was diepblauw
Je kon erin verdwalen
Je kon erin wonen als je wilde
Hij wist niet wat hij wilde
Hij begon een oud lied te prevelen
Zo spontaan en onverwachts
Dat hij er zelf om moest lachen
Het ging van :
"Maar een vrijgezel die gaat pas slapen
Als hij alle sterren heeft gezien
Als hij van zijn vrijheid heeft genoten
Als hij zegt : het was fijn, bedankt, tot ziens"
De mannen kwamen hem halen
Ze legden hem op een brancard
Ze droegen hem in de ambulance
Hij voelde eigenlijk geen pijn meer
Hij gaf zelfs geen kik
Ze vroegen hem hoe hij heette
En wat zijn beroep was
Maar hij was het even vergeten
Hij begon hard te lachen
Toen werd hij ineens erg bang
Tranen rolden over zijn wangen
Hij keek naar de ambulancebroeder
De man had een vriendelijk gezicht
Hij zou een engelbewaarder kunnen zijn
Een afgezant van God zelf
De man knikte naar hem
Hij zei dat het goed zou komen
Dat hij niet bang hoefde te zijn
En hij geloofde hem
Hij voelde zich verdrietig
En tevens opgelucht
Het zou wel goedkomen met hem