Direct naar de inhoud
Nieuwe site! Tijdelijk โ‚ฌ10 korting op je eerste jaar Premium met code NIEUWESITE โ€” bekijk Premium.

Paul Duyvesteyn

1409 gedichten ยท 84 dit jaar ยท 3 deze maand ยท dichter sinds 2017

Filter Sorteer

Zandreiziger

Een wind volgezogen met zand
jaagt over de kale vlakte
en sleept nog meer stof met zich mee

Bij de oceaan
wentelt hij rond,
vastbesloten zijn lading te bewaren
Dan steekt hij over naar een ver land
en strooit, bijna uitgelaten, zijn inhoud
over auto's en huizen,
tot hij tot rust komt tegen een hoge
berg

De berg vangt de reiziger op,
blij dat hij eindelijk stilvalt
Maar de wind luistert gespannen
naar een trilling diep in de lucht

Bekijk

Sluimerbloem

Voor het eerst zag de waterranonkel zichzelf
in de heldere, blauwglanzende hemel
Een vreemde tussen haar medebloemen,
nog onbewust van de zachte kracht
waarmee zij nieuw leven wekt

De schaduw van haar lange, dunne stelen
lag als een strak draadwerk over het oppervlak

Bij een rimpeling in het nat
vergrijsde kort haar felle witheid
Een rilling trok door bloem en steel,
heel even raakte het vocht haar aan

Ze sloot haar bloem niet
tegen de naderende, milde duisternis
De volgende ochtend wilde ze weer fris en wit deinen,
maar zware druppels drukten haar omlaag in een diepe slaap

De eerste lichtstralen bereikten haar niet,
ze bleef gevangen in een gekrompen witheid

Bekijk

Sluitsteen

De sluitsteen
in een Etruskische boog
droeg druk van alle zijden
tot hij week
en de boog bezweek

Opstuivend steen en stof
vormen een vergeten kerkhof
Wat ooit zo groots was
ligt nu overwoekerd
door stug struikgewas,
waar slangen verborgen
zonnen

Bekijk

Dorst

Omdat de regen is uitgeput
heeft het zand
de weg gezocht
naar een andere vlakte

Aan de mond van een oceaan
om te drinken van zout
en op te zwellen

Maar het water
trok zich terug
weg van al het zand
dat voortdurend zijn adem dronk

Ver weg
voorbij de steenhopen
ligt nog zand
dat geen weet heeft van water,
nooit regen heeft omarmd
of van wereldzeeรซn
heeft gehoord

Bekijk

Tussenland

Ik klem me aan de brugleuning vast,
koud ijzer bijt zich in mijn handen
Zonder houvast
haal ik de overkant niet,
blijf ik hangen
in dit tussenland

Tussen houten, vermolmde palen
en kieren zo wijd
als deuren
die weigeren te sluiten,
onder een zeilen dak
vol gaten
waar zon en regen
hun eigen horizon kiezen

Onder mijn voeten
schuift schuimend water
soms onzichtbaar
dan weer wit fonkelend,
alsof de grens
van mijn bestaan
verschuift

Bekijk

Oud krukje

Achter een raam met een fijne haarscheur
en opgedroogde modderspatten
een kamer vol azaleaโ€™s in vervaagde kleuren

Daartussen, bijna onzichtbaar,
het ruwhouten krukje
waarop ik vroeger zat
met opgetrokken knieรซn
als de stoelen bezet waren

Diep in het huis hangt nog de geur
van groene zeep en petroleum
In het strijklicht dwarrelt stof neer
tussen de bloemen
en het ontbloemde linnen tafelkleed,
waardoor alleen schaduwen van de poten
vervloeien met die van de azalea's

Bekijk

Toekomstberg

Zijn branden de gespreksbrug af
en warmen hun schoenen aan oplaaiend vuur
Hun vuurhouten handtassen zijn gevuld met gedroogde roodappels,
voor morgen

Op de dag dat de ochtenddis hen samenbrengt
op een lange goudgeschilderde bank,
drinken zij limoenthee uit leren kommen,
zonder handvat

Daarna wisselen zij van kleding, nemen zij afscheid
Dan beklimt ieder
zijn eigen toekomstberg om op de top te rusten,
dicht bij het uitspansel
dat zij ooit van verre zagen

Bekijk

Dauwdis

Zij steken de brug van woorden in brand,
warmen hun schoenen aan het opspringend vuur
In hun vuurhouten tas ritselt een voorraad
gedroogde roodappels,
genoeg voor een dag hoop

Morgen delen zij de dauwdis
op een goudgelakte plank,
waar een splinter uitsteekt,
en de damp van limoenthee uit leren kommen
hun wangen zacht verwarmt

Daarna verwisselen zij hun kleding,
nemen afscheid zonder laatste blik
Ieder beklimt zijn eigen toekomstberg,
waar de wind zich van de aarde losrukt
en het uitspansel
tegen hun gezichten drukt

Bekijk

Wat altijd blijft

Ik ken de weg naar het azuur van de lucht
en zoek de rust in haar schaduwloosheid,
niet de drukte van overdrijvende wolken

Mijn droom is vol tegenstrijdigheden,
maar zodra ik ontwaak
strijkt een glimp van een nieuwe dag over mijn hoofd
Ik bezwijk niet voor het purper van de morgen,
maar wel voor het wapengekletter en het eeuwige schreeuwen

De overwinning vergaat, het lijden blijft

In vervallen huizen zoek ik
naar wat er niet meer is
en geef me over aan de haperingen van de tijd

Bekijk

Steen op steen

Suikerriet golft als crรจmekleurig papier,
de tint van oud geld,
waartussen bruine lichamen buigen,
snijwonden langs rug en been

Geen water in de put,
maar overzees bloed
dat dieper zakt dan licht kan dragen,
langs een wand van gebarsten leisteen,
uitgehakt door kromgeslagen ruggen
van mijnwerkers,
afgekocht met onbelegd oud brood

Om steen op steen te heffen
voor de glorie van Penrhyn Castle

Bekijk

Dag van het water

Slechts op deze dag
mogen de lamlendigen
water scheppen uit de rivier

Alle andere dagen ligt de rivier
droog
en vechten schaduwen van baljuws
op de kasteeltoren
over de rivierbodem

Dan trekken de lamlendigen verder
naar het modderige meer,
voorbij de omgewaaide kastanjes,
daar staan ze tot hun knieรซn in het water
en wachten
tot het verdampt

De baljuws achtervolgen hen
op manke paarden,
maar die springen niet
over de omgewaaide bomen
dus wachten zij
tot het water
de lamlendigen verlaat

Bekijk

Omgekeerde tijd

Toen ik groot was
klom ik tegen de gevels
van mijn huis in wording

Ik wandelde over bospaden
met in de berm
overhangende distels

Eens stak ik een brug over
in de schaduw
van de leuning

Toen ik klein was
tuurde ik tussen de spijlen
naar de bloemetjes op het zeil

Elke zaterdagavond
zat ik met blote billen
op het granieten aanrecht,
mijn voeten in een teiltje lauw water

Door de week
fietste ik op mijn verfafgebladderde fietsje
met slappe handremmen

Bekijk