Filine
Hoe liefdeloos is nu mijn leven,
als zelfs een aanraking niet kan,
en ik m'n kussen niet kan geven,
wat blijft er zo nog over dan?
Als ik m'n liefde niet mag schenken,
maar alleen via WhatsApp,
begin ik werkelijk te denken:
"is dit weer alles wat ik heb?".
Ik ben hier echt niet voor geboren.
Ik wil het werkelijk niet alleen.
MOET gewoon bij iemand horen!
Wil iemand's armen om me heen.
Ik wil telkens zoveel geven,
maar die kans krijg ik steeds niet.
Wil nu eindelijk eens een leven
zonder da-ge-lijks verdriet.
Wie vind me nou de moeite waard
en wil mij nog echt hebben?
Wie neemt mijn liefde onbezwaard
en laat het niet weg-ebben?
Want begrijp ik ben een diamant,
hetzij ruw en ongeslepen,
maar kan alles worden in jou hand.
Heb jij dat wel begrepen?
Frits Nieuwenburg
16 gedichten Β· dichter sinds 2017
Soms, als ik het allemaal even niet meer trek is de "pen" m'n beste vriend. Nou ja, uiteindelijk zijn jullie dat dan weer.
Frits Nieuwenburg, geboren 16-04-1962, te Leiden, wonende te Zaanstad.
Contact: "mrsoso@gmail.com"
Ongekend verlangen (sonnet)
Met gouden slagen vlieg jij in mijn hart,
te snel om zich door mij te laten vangen.
Ik kijk toe en zie gelaten doch met smart,
hoe jij telkens weer ontsnapt aan mijn verlangen.
Het lokaas van mijn liefde en mijn beminnen,
waar ik jou zo graag mee binnen had gehaald
en jou hart zo dolgraag mee had willen winnen,
heeft tot op heden, alleen nog maar gefaald.
Misschien zal ik jou liefde wel nooit kennen,
of jou verlangens kunnen voelen aan mijn lijf.
Een idee, waar ik nimmer aan zal wennen,
omdat ik dan maar liever eenzaam achterblijf.
Want het liefste zou ik nu naar jou toe rennen
en je weet dat ik dan echt voor altijd blijf.
Ik wil, ik wil, wat jij niet ziet
Ik wil in ogen kijken die me iets beloven.
Ik wil lippen kussen zacht zoals satijn.
Ik wil iemand die me telkens laat geloven,
dat ook morgen dit er allemaal zal zijn.
Ik wil een liefje die ik telkens mag beminnen.
Ik wil een maatje die er altijd voor me is.
Ik wil een schatje, die spreekt in mooie zinnen,
dat er een einde is gekomen, aan mijn gemis.
Maar waar vind je tegenwoordig nog zo'n lief,
die je meeneemt in haar wereld vol verlangen,
en die zich opspeelt als een ware hartendief,
en wiens hart je dan met liefde mag behangen.
Of ben ik wederom te dom, of te naΓ―ef,
om te denken dat ik ooit zo'n lief kan vangen.
Iemand om op te vreten
Lig in bed, het is donker,
voel me eenzaam en alleen.
Niemand die ik voelen kan.
Niemand's armen om me heen.
M'n hart brand van verlangen
en m'n keel zit bijna dicht.
't gevoel dat ik moet janken,
omdat niemand naast me ligt.
Hoelang moet ik nog wachten,
in verdriet en eenzaamheid?
Waar is nou toch dat liefje,
die zich in m'n armen vlijt?
Die een die ik beminnen mag
en de hemel in mag kussen.
Die een die mij de hele nacht,
haar vuurtjes trouw laat blussen.
Even helemaal van mij
Ik zit naast je op m'n knieΓ«n,
je ligt languit op de bank,
je ochtendjas geopend en,
zie je lijfje, zo mooi slank.
M'n lippen strelen vol verlangen
de contouren van je buik,
m'n ogen dicht, verlangend, voelend,
alleen jou die ik nu ruik.
Een ongekende passie
maakt zich meester van mijn lijf,
voel een tomeloos verlangen,
ik weet gewoon niet waar ik blijf.
Je lichaam schokt bij ieder kusje,
dat ik op je lijfje geef,
voel de hitte van je huid en,
merk aan m'n handen dat ik beef.
Hoe kon ik ooit vermoeden dat
iets zo goed voelen kon,
en dat ik daardoor zonder moeite
ook m'n gΓͺne overwon.
Je adem schokt chaotisch en ik voel,
het is nu tijd,
dat ik je meeneem in mijn wereld,
waar ik jou dan in bevrijd,
van jou ketens en je remmen,
ook al is het maar heel kort,
en jij even je kunt wanen,
dat dit nooooit meer anders wordt.
Jaloezie, het mooiste compliment?
Huwelijken zijn kapot gegaan
door simpele jaloezie.
Maar ook door het gebrek daaraan
zoals ik het nu zie.
Aan de ene kant is jaloezie
het mooiste compliment.
Aan de andere kant benauwend,
't beperkt in wie je bent.
't staat ook voor verlangen
naar dat andere persoon.
't staat ook voor bezitterigheid,
dat maakt het zo 'gewoon'.
Maar hoe je het ook bekijkt
of kantelt of keert.
Er is iemand met je bezig
en dat is toch niet verkeerd.
Mijn herinnering aan jou
Eens was jij m'n liefste.
Ik hield zoveel van jou,
dat ik soms zelfs 't gevoel had,
dat ik 'overlopen' zou.
Weet je lieve snuffie,
voor dat gevoel van toen,
zou ik alle pijn vergeten
en 't zo weer over doen.
Kun je je nog herinneren,
op dat bankje, in de wind.
Hoe gelukkig we samen waren.
We voelden ons zΓ³ bemind.
Soms komt dat wel eens boven
en voel een doffe pijn,
omdat ik zo goed weet
dat ik niet van jou kan zijn.
Je hebt me iets gegeven toen,
iets kostbaarders dan goud.
Iets wat ik nooit meer zal vergeten,
al word ik nog zo oud.
Niemand neemt dat van mij af,
met wie ik ooit ook trouw.
Dat is van MIJ, MIJN eigendom,
MIJN herinnering, aan jou.
2e ontmoeting
Je zit naast me op het bankje
en de wind speelt met je haar.
Wil je strelen, wil je kussen,
maar ik blijf een twijfelaar.
Ik kijk je aan en voel je blik
tot in het diepste van mijn hart.
Verdrink volledig in je ogen,
iets wat me mateloos verward.
Je raakt me aan en kust me teder,
en voel de warmte van een vrouw.
Fluisterend, als in een droom
vertel ik dat ik van je hou.
Als ik ooit de kans zou krijgen
en 'n moment mocht overdoen,
was het deze op het bankje,
met die lange tedere zoen.
1e ontmoeting
Kale bomen, gele strepen,
tedere kussen, heel verward.
Bossen zonder vogels,
alles was die dag apart.
Eindeloos lang lopend,
zoekend naar een bank.
Pums die klikken op 't asfalt
en de goden die ik dank.
Sereniteit en stilte
en het verlangen dat ik voel,
staat in zo'n intens contrast
met 't dagelijks strijdgewoel.
Blauwe ogen, liefde,
een enkele aanraking misschien.
Al die schoonheid om me heen
en alleen jou, die ik wil zien.
Blauwe auto, bospad,
moet afscheid nemen van een dag.
Maar moet me troosten met het feit
dat ik dit beleven mag.
Een laatste blik, een traan,
verterende intensiteit.
Een pijn, nog heviger verlangen,
een kloterig afscheid.
A12, borden, uren rijden,
ik ga weer naar m'n huis.
Naar de leegte en liefdeloosheid
want ik heb niet eens een 'thuis'.
Ben leeg en moedeloos
en vertwijfelt ook misschien.
Want ik heb geen enkele zekerheid
of ik je ooit nog weer mag zien.
Minuten worden uren,
de tijd schrijdt niet meer voort.
In jou armen is de tijdstilstand,
die me zo intens bekoort.
De eeuwigheid gevangen,
in 'n moment van tederheid.
'n moment sereen en kwetsbaar,
overstelpt met innigheid.
Een waargeworden droom ben jij.
Een eeuwig durend lief.
Een mij toegereikte liefde,
waarmee ik eenzaamheid doorklief.
Ik hou van je.
Vuurtje van verlangen
Het vuurtje van verlangen
wakkert dagelijks weer aan.
Ik sluit daarbij mijn ogen
en zie je voor me staan.
Ik kus je lippen, o zo teder
en hou je stevig vast.
En van mijn schouders valt terstond
een heftig zware last.
Verdwaal in m'n gedachten
en waan me dicht bij jou.
En realiseer me o zo goed
hoeveel ik van je hou.
Je bent mijn vlucht, mijn kracht
en alles wat ik wil.
Je schept orde in gedachten
en maakt alles minder kil.
Een leven zonder jou
is als een dichtwerk zonder ziel.
Je kunt 't nog zo hardop lezen
maar de inhoud blijft 'nihil'.
Waar ben je
Twee eenzame zielen,
zwerven dwalend over 't strand.
Verlangend naar niet eenzaam zijn,
maar voor altijd hand in hand.
Verlangend naar de liefde
en zo veel meer misschien.
Twee die zoveel willen geven,
maar elkaar niet kunnen zien.
Als die stranden nou gelijk zijn
en je zou me daar zien staan,
zou JIJ stoppen? ...en me kussen?,
of me gewoon maar laten gaan?.
Want dat is mijn dilemma,
ik WEET dat je er bent,
maar kan jou gewoon niet vinden,
want je maakt je niet bekend.
Kijk die stranden zijn verschillend,
maar de verlangens zijn dat niet.
Waarom roep je me niet gewoon,
want ik zoek JOU, zoals je ziet.