David die Goliath doodt
reik naar de hemel
al lijkt die te hoog
als het aardse je kwelt
droom paradijzen
met adams en eva’s waar
geen limiet is gesteld
word jij de kaïn
die in ontmoeten
abel heeft geveld
of liever de david
die goliath doodt
in klein tegen groot
neem jij voor even
uit samson de kracht
van het haar in zijn leven
kies maar je rol
uit het bijbels tafereel
er is nooit een hemel te veel
Christelijke gedichten – pagina 208
Stilte lijkt de spijs
liep de heuvel af
naar een dorpje
in het dal
een kerk
en wat huizen
de toren in verval
geen mens te zien
onder het groene
loof van de platanen
een deur staat aan
ik zie het leven gaan
en treed naar binnen
zet me neer als gast
ik werd verwacht
de maaltijd gaat beginnen
stilte lijkt de spijs
naast brood en vis
gebroken door gefluister
de gastheer kijkt me bij
het afscheid aan het aura
rond zijn hoofd is me niet ontgaan
God scheidde hemel en aarde
waar eeuwig
tijdloos was
materie energie
en eindeloze snelheid had
scheidde god hemel en aarde
baarde in een
paradijselijke sfeer
de evolutieleer met
erfzonde en de doop in
lidmaatschap als absolutie
de prijs van deze
struggle for live
zal altijd hemel blijven
de mens wil verder dan het
drie dimensionaal gaan kijken
De dood voorbij
ik kan maar niet geloven
dat ik boven ben
ik struikelde de drempel
jou en ook de dood voorbij
omkijkend zie ik mezelf
wat wit en stil
niemand heeft gezien
dat het niet ademen wil
vertel ik van mijn drank
het geld de vrouwen
zijn glimlach in alwetendheid
erkent mijn falen en mijn strijd
hij strekt zijn handen uit
en helpt mij binnenkomen
de kleuren nieuw ik hoor muziek
en in de verte zie ik al mijn dromen
Torens in de minarettenzee
waar lans en speer
zich kruisten
in religieuze sfeer
het wit en rood
de ongelovigen
bevochten op hun tochten
staan nu de heiligen
in kerken naast moskee
torens in de minarettenzee
enclaves uit de oude tijd
begrensd door ongebreideldheid
van actief overheersen
oude wortels komen bloot
in pijn van lang geleden
sterven wij de tolerantiedood
Ik vrees geen kwaad
Want U bent bij mij
En wijkt niet van mijn zij
U die mij nooit verlaat.
Waarom zou ik vrezen
Als U mij leidt door ’t leven
Mij vrede en rust wil geven
Uw naam zij geprezen.
Mijn Herder is de Heer
Hij zal mij veilig leiden
En nimmer van mij scheiden
Hij ziet in liefde op mij terneer.
Dank voor Uw oprechte trouw
Wil mij de juiste wegen wijzen
Geef dat ik U altijd mag prijzen
Mijn Heer en rots waarop ik bouw.
Deze tijd
Soms kan men zich afvragen
Wat is de zin van het leven
Dat door God is gegeven
Als je veel lasten moet dragen.
Wat kan het leven moeilijk zijn
Door ernstige ziekte en tegenslag
Zodat je niet veel meer vermag
Wegens ongemak, verdriet en pijn.
Ondanks alle leed dat er bestaat
Kan men zinvol in het leven staan
En in alle vertrouwen verdergaan
Wanneer men zich op God verlaat.
De zin van het leven geeft de Heer
Hij heeft ons een toekomst bereid
Een volmaakt leven in eeuwigheid
Zorg en leed bestaan dan niet meer.