de kleine leeuw
een kleine keel met groot gebrulverbaasde zelfs de kleine leeuw
zijn tanden blonken
en met de borst vooruit
plantte hij zijn poten
tussen het groeiende onkruid
oog in oog
met de zaaier van distels
hield hij het zwaard in zijn mond
zijn blik liet hij niet zakken
want hij wist
wie achter hem stond
het gebrul deed het gras dansen
de struiken wiebelden ontdaan
en met treden als donderende golven
kwam de grote leeuw
voor hem staan
woordwaarts — dichters.nl/christelijk/14880733-de-kleine-leeuw/