Jij bent er altijd
Je bent nog jong.
Misschien hoor je te dromen,
te dwalen,
te lachen zonder zorgen.
Toch kies jij,
elke dag opnieuw,
voor een ander.
Met een luisterend oor,
een helpende hand,
een warm hart
en een liefde
die nooit om applaus vraagt.
Je draagt
wat voor velen onzichtbaar blijft:
zorg,
verantwoordelijkheid,
en hoop.
Niet omdat het moet,
maar omdat iemand
op jou vertrouwt.
Jij bent geen held
uit een verhaal.
Jij bent een gewone,
buitengewone mens.
Een lichtpunt
in dagen die donker kunnen zijn.
Blijf ook goed zorgen
voor jezelf.
Want wie zoveel liefde geeft,
verdient het
om zelf ook
liefde te ontvangen.
Voor alle (jonge) mantelzorgers:
Dank je wel.
Omdat jij er bent.
Bewondering
Soms kijk je naar iemand en denk je: wat knap, wat mooi, wat een kracht. Deze gedichten over bewondering zeggen dat hardop: trots op jou, respect voor wie je bent, ontzag voor wat iemand doorstaat of presteert.
Bloempje
Er is een bloem die wat anders bloeit.
Ze is een klein beetje scheef gegroeid.
Niet onaangenaam maar wat vreemd.
De bloem lijkt iets wat ontheemd.
Ik herken de vorm, de kleur en het gevoel
Als ze niet zeker is van haar doel.
Ondanks dat de bloem niet alleen staat
Lijkt het alsof het niet helemaal goed gaat.
De bloem herinnert mij aan iedereen die er niet bij past.
En toch is het de aanblik en het gevoel wat mij verrast.
Ik zie iets unieks, iets moois, een sterke kracht.
Het maakt me teder, het maakt me zacht.
De witte en roze blaadjes die stiekem schitteren
Door de aanblik met het zonlicht, lijkt het te glitteren.
Al is ze niet recht of groot en verre van perfect.
Dit is zoals ze is en dit beeld is correct.
— L.J.
Aller ideaal
Zij had een hartje van goud,
Vol liefde voor iedereen
Altijd wel ’n goed woord,
Of op z’n minst ’n gulle lach.
Mannen zoemden rondom haar
Als vliegen om ’n pot stroop,
Ze gaf elk van hen gelijke munt,
Geen nam ze mee naar ’t altaar.
Totdat die ene haar pad kruiste,
Hij was noch knap noch rijk,
Gewoon een jongen van stavast.
Zij viel voor hem als ’n blok,
Zij ras hem mee naar ’t altaar trok,
Nu samen ’n kinderschaar.
James Bond
Ik wilde altijd al James Bond wezen,
Charmant, geliefd, bedreven
In de liefde én de beste zijn
Op welk gebied dan ook.
Helaas voor deze schlemiel,
Bleek dit te hoog gegrepen.
De enige troost die mij rest, is
Dat ik niemand,
Maar dan ook niemand ken,
Die maar een fractie
Op James Bond leek.
Faam
Zijn faam was
Wijd en zijd verbreid,
Men sprak over hem
Vol bewondering,
Soms gemengd
Met lichte afgunst,
Dat men goed verborg,
Want roddel en achterklap,
Ligt heel dicht bij verwondering,
Over teveel bewondering.
E. P. W.
Een prachtig web
hangt tussen boom en graf,
architectuur
die licht en donker weerspiegelt.
Pioenrozen
Ze zijn om te zóenen, die veelvuldig te bewonderen
Pioenen In stralend wit, zoals ik me snel al koos
Soms geeft het hen in prachtig rood of een dieppaarse
tint
Te vaak liep ik er zomaar aan voorbij Maar momenteel
staan zij in vol ornaat in mijn kamer... Wie had dat ooit
gedacht? Op een zonnige plek op tafel en wel een stuk
of acht, bekijk ik hen langdurig in hun meer dan volle
pracht.
— Dakoyria
Mijn held, papa
Jij zit in het water waar ik zwem,
in alle plekken die ik ken.
Jij bent aanwezig in bijna al mijn herinneringen,
al die plaatsen waar we ooit heen gingen.
Jij beschermde mij, hoorde mij en zag mij.
Door jou was onze familie een hechte 'wij'.
Dankzij jou heb ik weelde, luxe en comfort gekend.
God, wat heb jij ons toch goed verwend!
Jij vervult ons hart met warmte,dromen en hoop.
Vaderlijke liefde is waar jij ons mee overgoot.
Jij zit in de stenen, de bladeren, het gras.
Een ware held die je voor mij was!
Bedankt lieve Pap, voor alles wat je mij gaf,
voor alles wat je in het leven zag.
— L.J.
Op straat
Ik kwam haar tegen op straat,
Ze kwam mij deinend tegemoet,
Dat deinen verhitte mijn bloed,
Is iets, dat mij wel meer vergaat.
Er waren velen dit overkwam,
Deze mannen draaiden hun hoofd
Haar toe, van ’t verstand beroofd,
Toen was het hek van de dam.
Ze wilden allen meer van haar,
Dromden om haar heen,
Stonden allen voor haar klaar,
Er ontbrak er echt geen één,
Ze waren allen daar,
Wijl harten niet van steen.
Klankenspiegel
De kaalhoofdige pianist
op wiens hoofd het klavier weerspiegeld wordt,
laat noten zweven,
die witzwarte toetsen strelen
In zijn spel, een levensdans,
worden echo's muziek uit het verleden,
is de pianist een jeugdherinnering,
bladmuziek, een verleden in noten gevat
Zo oud als de weg naar Rome
Zij zijn inmiddels zo oud als de weg naar Rome:
Paas bloembolletjes waarover ik me weer mag
verheugen Geschonken door een lieve vriendin
die wil déugen!
En jahoor, knopjes zie ik al tussen groen blad
Nog even geduld voordat ik daar profijt van had...
De lengende dagen: opnieuw weer zaken die mij
de winter uitdragen.
— Dakoyria
Een zich ontplooiende helgele Narcis
In vliegende vaart passeerde de regiotaxi een
bevroren grasperk En wat ik júist nog zag:
een zich voorzichtig ontplooiende Narcis die
als enige felgeel afstak...
Een verrassing eerste klas! Een wel heel vroege
lentebode in februari van het te verwachten
voorjaar Onverwacht en in een niet voor
misverstand vatbare felle kleur alvast daar!
— Dakoyria
SONNET DE LA COMTESSE
Zweven in plaats van rijden,
niet in een auto, maar une voiture.
Er is niks mooiers om te besturen,
tijd om daar een ode aan te wijden.
Ze was haar tijd zó ver vooruit
in vormgeving en techniek,
dat ze nu modern is én klassiek.
Zo kwam ik tot het besluit
om alleen nog maar te reizen,
als in een klassiek science fictionboek;
krachtig, comfortabel, met souplesse,
in de voiture die niets hoeft te bewijzen.
La Boca del Sapo, Der Haifisch, De Snoek,
maar bovenal La Grande Déesse.
— SJ©RS
Ode aan femina corpus
O vrouwenlichaam, weldaad voor ’t oog,
Haar rondingen en sierlijkheid leidend
Naar een fantasievol betoog,
Elk mannenoog in euforie verblijdend.
De vrouwenhuid, zachter dan fluweel,
Huidstrelend in de nacht,
Met ogen flonkrend als ’t schoonst juweel,
Gelijk vuur dat mannenhart tot branden bracht.
Elke corpuslijn teken van pracht, die
Haar geeft enorme macht,
En ontbeert rivaliteit noch evenknie.
O vrouwenlichaam, vol van mystieke kracht,
Een vormgegeven symfonie,
Van ongelooflijk schone sensuele pracht.
[ Hij bewondert mijn ]
Hij bewondert mijn
schoenen, onwetend hoe mooi --
juist mijn voeten zijn.
— Zyw Zywa
Bewondering uitspreken is lastiger dan het lijkt. Recht in iemands gezicht klinkt het al snel groot of ongemakkelijk; op papier krijgt het precies de juiste maat. Daarom zoeken veel bezoekers hier een gedicht om aan iemand te geven: aan een moeder die alles draaiende houdt, een vriend die een zware periode doorkwam, een collega die stilletjes het verschil maakt.
Trots op jou, in dichtvorm
De bewonderde persoon verschilt, de warmte blijft. Veel verzen hier raken aan de kracht van vrouwen die overeind blijven waar anderen omvallen, andere dichters beschrijven bijzondere personen uit hun eigen leven. Gaat je ontzag uit naar een artiest of sporter, kijk dan ook bij de gedichten over idolen; is het eerder de band die je koestert, dan liggen de vriendschapsgedichten voor de hand.
Zelfgeschreven bewondering heeft een eerlijkheid die geen wenskaart evenaart: de dichter meende het, over iemand die echt bestaat. Loopt er in jouw leven iemand rond die zo’n gedicht verdient? Schrijf het op en publiceer het. Misschien lees je het ooit samen terug.