Zonder onderscheid
Gisteren lachte hij nog,
Vandaag isβt lachen hem vergaan,
Duistre wolken overal,
En dat alles komt door haar.
Alle lief en leed
Voorbij, voorgoed verleden tijd.
Liefde kent βn hoge prijs,
Die eens moet worden betaald,
Hades kent geen genΓ’,
Elke oversteek
Wordt door hem verhaald.
Afscheidsgedichten β pagina 2
Een Gewone Ochtend
Deze ochtend wordt anders
De slaap gedag zeggen
Hete koffie in een mok
Een blik door het raam
Deze ochtend verloopt anders
Ik hou mijn pyjama aan
Kunstgebit in het potje
Ik zie de zon opkomen
Deze ochtend lijkt anders
De yoghurt is over datum β ook dat nog
De kat wil naar binnen β het luikje blokkeert
Blauwe lucht tot aan de horizon
Deze ochtend is anders
Dat touw is nog goed
Het komt van een boot
Een vogel in de tuin
Deze ochtend is de laatste
Die kraai jaag ik weg β geen getuigen
Een wolk voor de zon β geen pottenkijkers
Die tak wordt het β willen of niet
Het belooft een mooie ochtend te
Genoeg is genoeg
Hij kon lezen en ook schrijven,
Zelfs de liefde bedrijven,
Maar luisteren, neen, dat niet,
Tot haar grote verdriet!
Kon nooit zwijgen als zij sprak,
En had dan steeds lak,
Als zij haar misnoegen dan uitte.
Hij begon te fluiten,
Als hij geen woorden meer had,
En dat werd haar zat,
Zij liet hem in zβn vet gaar koken,
Er tussenuit gebroken.
Vergeetzand
Opa is Oma achternagegaan
Een herfstdag met veel wolken
Een onstuimige bries met regen
Ik was liever thuisgebleven
Opa kon niet zonder oma
De kerk is bijna leeg
Wat bekenden en een neef
Straks is er voetbal op tv
De gsm op stil
Opa hield van oma
De pastoor bakt er niets van
Volgens mij is hij ook supporter
De match is bezig
Even snel naar het scherm
Opa en zijn vrouwen
Heeft men in mijn oor gefluisterd
Ik kan er geen naam op plakken
De tweede helft zit erop
Tussenstand in evenwicht
Opa in een put
Toegedekt met vergeetzand
Bij de notaris is het duw- en trekwerk
Niets dan lof voor opa
Geen winnaar
Dat had opa niet verwacht
Hij was scoren gewoon
[ Overal kijk ik ]
Overal kijk ik,
om haar verwacht onverwacht --
weer terug te zien.
— Zyw Zywa
Edelweiss
Pa was er niet
Zijn mok in de kast
Sigaretten op tafel
Geen radiostem
Mijn ouders in de bergen
Fotoβs van eeuwige sneeuw
Pa was er die morgen niet
Koffie van gisteren
Een ongebruikte asbak
Zonder nieuws
De Alpen: hun favoriete plek
Op de foto: edelweiss
Pa was er niet meer
Zijn stoel onaangeroerd
Een lege tafel
Het is gissen
Hier is ma ziek
Laatste keer samen
Achter in de tuin
Een kale boom β het is winter
Er klopt iets niet β pa in stilte tussen de takken
Een wilg treurt β ma plantte die
Alles is nu leeg
Hardnekkige Mist
Een dag kan morgen zijn
Vandaag is gisteren
Die foto ben ik
Die andere ken ik niet
Brood bij de groenten in de koelkast
Vlees bij mijn schoenen
Handschoenen in de houtkachel β het is winter
De kat is even oud als mij
βs Avonds de deur op slot
Die sleutel past niet meer
Waar is mijn vrouw?
Zij weet waar de slotolie is
Er komt iemand langs
Ze zegt papa tegen mij
Voel mij nog te jong
Voor kinderen
Deze nieuwe woning
Ik moet alles nog ontdekken
Waar blijft mijn vrouw?
Ze wil weer uitslapen
Het weerbericht liegt
Die mist is hardnekkig
Ach, was het maar al zomer
Rust
Mijn gedachten vluchten heen,
mijn wil staat stil voor βn dichte muur.
Mijn woorden zijn stil, ongehoord,
Stilten zo oorverdovend stil.
Mijn geluk wacht op wat komt,
hoop op meer al lange verstomd,
mijn toekomstbeker nog niet gans gevuld,
mijn verleden ingehaald in het nu,
mijn wachten is voorbij, mij rest rust.
In een Greppel
Een kind is er niet meer
Voorgoed de ogen gesloten
De dokter was machteloos
Ik wil de waarheid weten
Een kind is gestorven
Ik zoek naar de reden
Hulp kwam te laat
Ik wil alleen de waarheid
Een kind is dood
Er moet iets gebeurd zijn
Ruw weggeleid van het leven
Ik wil niets anders dan de waarheid
Een kind is heengegaan
En niet meer teruggekomen
In een greppel ligt het antwoord
Ik moet en zal de waarheid kennen
Ergens is er iemand
Die mijn kind heeft weggenomen
Ik heb bloemen neergelegd
De waarheid, en niets meer
Mijn kind had een naam
Emma hebben we haar genoemd
Haar bed blijft nu onbeslapen
Misschien moeten we verhuizen
Maar geen enkel huis
Wist haar uit
Alleen de waarheid
De rest zijn leugens
[ De trein remt af, we ]
De trein remt af, we
omhelzen elkaar, het mag --
nog geen afscheid zijn.
— Zyw Zywa
Mijn vader is dood
Hij is niet meer
Hij is overleden
Hij heeft ons verlaten
Hij heeft het aardse achter zich gelaten
Hij is overgegaan naar een andere staat van zijn
Hij heeft het leven losgelaten
Hij is vrij
Hij is dood
Hij is gecremeerd
Hij is as
Hij is niet meer
Hij is niet minder
Ten onder
Mijn arm reikt waar ik niet reiken kan,
Onbereikbaar doel,
Mijn blik kijkt naar ik niet kijken kan,
Mijn hart bij haar,
Mijn hoofd in de wolken ver van haar.
Mijn stem golft over eindeloze golven,
Deinen door en door.
Door het gebulder van de branding
Haar stem niet hoor.
Het gebulder overstemt
Mijn nog onuitgesproken woorden,
Verstillend zonder klank.
De wind verwaait al mijn gedachten,
De zon verschroeit mijn zijn,
Ik ga aan mijn Sehnsucht ten onder.
Adres onbekend verdwijnt,
Het oudste radioprogramma
Alleen nog als podcast.
Maar als de liefde lokt,
De passie vlamt,
En het adres onbereikbaar,
Wordt de passie gesmoord,
Blijft de liefde ongeconsumeerd.
Rest alleen:
Tant pis!
God trekt zijn handen er van af
Ik stelde me er van alles bij voor
Uitblinken in eenvoud
Ziet een mens dikwijls over het hoofd
Een wind die door de kamer jaagt
Fris zoals een zuchtje moet zijn
De hemel die plots betrekt
Donker zoals iets dreigend is
Een doek dat neervalt
Een ander soort licht dat vervolgens aangaat
Een belletje dat rinkelt
Uitgespuwd door het verstand
Een terugneemmoment
De eeuwigheid neemt terug
Of een terugkeermoment
Blijven trappelen leidt immers tot onrust
Dezelfde horizon
Maar met een onbekende hemel
En een ander soort aarde
Ach, het is best spannend
Zolang er geen god is
Die haalt alles toch maar onderuit
Aan Joke en Colete
Een jarenlange strijd is gestreden
Dag in dag uit, vol verdriet, vol pijn,
zijn deze eindeloze dagen verstreken
Zij heeft haar hart en moed getoond,
aan zichzelf, maar meer aan anderen
Waarom kleeft leed altijd aan herinneringen
Waarom is leed jou niet bespaard, mijn lieve zus Joke
Waarom klopte voortdurend wanhoop aan je deur, mijn lieve nicht Colete
Waarom leidt uitzichtloosheid tot een lang leven,
omdat leven houden, leven geven is aan geliefden
Een einde aan jouw leven, Joke,
is een begin van jouw rust Colete
Jouw zorg blijft een godsgeschenk,
maar laat ook een niet te vullen leegte achter