Eeuwig zijn
In de zwarte kille diepte,
Ver uit ieders zicht,
Bevindt zich mijn verstilde ik,
Mijmerend over niets.
Zwarte kraaien fladdren rond,
In dichte nevels rondom,
’t Krassen snijdt door merg en been,
In deze ijzige stilte van
Het goddelijke eeuwig zijn
Ik stil aan verdwijn.
Ver uit ieders zicht,
Bevindt zich mijn verstilde ik,
Mijmerend over niets.
Zwarte kraaien fladdren rond,
In dichte nevels rondom,
’t Krassen snijdt door merg en been,
In deze ijzige stilte van
Het goddelijke eeuwig zijn
Ik stil aan verdwijn.
Mooi gedicht? Klik op het hartje — je like komt meteen bij je likes te staan.