Doodse stilte 1
Ik luister,
Hoor slechts stilte om me heen,
Die stilte doet mijn oren pijn,
Prengt 'k niets kan horen
Van wat ik zo graag tot mij nam,
Ik zo graag wilde horen,
Ik nooit genoeg van kreeg,
Klonk als een symfonie
Zoetgevooisde violen,
Die van liefde zongen,
In een, dacht ik,
Eeuwig klankfestijn
Ik hoor
Nu nog slechts
Doodse eeuwige stilte.
Afscheidsgedichten
Afscheid nemen doen we vaker dan we willen: van mensen, van plekken, van hoe het was. Deze afscheidsgedichten geven woorden aan dat loslaten, soms bij een overlijden, soms bij een vertrek of het einde van iets moois.
Uitzichtloos
Achter de geraniums uitzicht
op de weilanden met koeien.
In het hemelsblauw een stip,
ja wel, het is een leeuwerik.
Achter de sanseveria’s uitzicht
op het strand en de wilde zee.
Kitesurfers bespringen de lucht,
strandlopers op de vlucht.
In de kamer is het erg, te erg leeg,
de rust is onheilspellend en zweeg
over wat verdween in het uitzicht,
verleden voor het heden gezwicht.
Haast
Hij had duidelijk veel haast,
Liep zichzelf haast voorbij,
Zijn ik was blijven staan,
Daardoor kwam hij niet aan
Naar hij was op weg,
En zijn ik zonder hem
Alleen ik in de kou liet staan.
Ooghoek
Ik laat me niet zomaar kennen
Sommigen weten niet dat ik besta
Ze noemen zichzelf mannen
Anderen kloppen voortdurend aan
Een film met een held die sterft
Of een boek dat beklijft
Ik ken die verhalen
Ze zinderen nog lang na
Gisteren nog een kat
Een auto had geen oog
Ik kwam tevoorschijn
Niemand had me gevraagd
Soms blijf ik langer
Moet ik het beste van mezelf geven
Zonder zout zitten doet pijn
Een kind vaarwel kussen is voor altijd
Dierbaar verlies
De verbinding
Die geliefden aangaan,
Denk je, kent geen einde,
Alleen eens de dood,
Die de verbinding scheidt,
Dan volgt: ROUW.
De meeste verbindingen
Tussen mensen
Eindigen niet met de dood,
Maar met scheiding,
Wat men niet beseft,
Dat dan ook volgt: ROUW.
Rouw is het omgaan met verlies
Van iemand, een dierbare,
Relatie, familie, vriend, idool,
Of iets dierbaars,
Een kat of hond, geschenk,
Erfenis, werk,
Bedenk maar iets.
lieve Rocky
je was mijn liefste kat,
sinds ik je had.
helaas ben je nu heen gegaan,
maar in mijn hart blijf je voor eeuwig bestaan.
Stilte Werkt Door
Ik trof een leeg huis
Stemmen verstopten zich
Stilte was onzichtbaar
Leegte trof iedereen
Ik trof jou niet aan
Nergens klonk jouw aanwezigheid
Alles ademde hoe je was
Leegte trof een hart
Ik trof een lege wereld
Drukte is het credo
Stemmen aan elkaar geklonken
Vol is ontgoochelde leegte
Ik trof mezelf aan
Ooit vol van liefde
Nu leeg en hol
Een touw lacht me toe
De beuk was er reeds lang,
Vóórdat ik het levenslicht zag,
Is al vele eeuwen oud,
Elk jaar een beetje schever.
Vraag is nu wanneer ie valt.
Wachten duurt steeds langer,
Vrees ik overleef dat niet,
Je zult zien dat ’t geschiedt,
Als ik het loodje heb gelegd.
De moerbij bloeit elk jaar,
Alleen dit jaar bloeit ie niet,
Zou dit d’aankondiging zijn
Op ik al zo vele jaren wacht?
Zie ik het verwachte fenomeen
Toch vóór m’n laatste levensdag?
Eeuwig zijn
In de zwarte kille diepte,
Ver uit ieders zicht,
Bevindt zich mijn verstilde ik,
Mijmerend over niets.
Zwarte kraaien fladdren rond,
In dichte nevels rondom,
’t Krassen snijdt door merg en been,
In deze ijzige stilte van
Het goddelijke eeuwig zijn
Ik stil aan verdwijn.
De Arts Doet Zijn Best
Toen jongheid onze lichamen bezat
Ademden we zorgeloosheid
We hieven een eeuwigdurend lied
Die echo duurt nog altijd voort
Toen jeugd onze lichamen onderdompelde
Elke plek werd op een avontuur onthaald
Niets kon ons van gedachten doen veranderen
We lieten bij iedere stap frisheid achter
Toen de jaren vat op ons kregen
Kregen we onze rol toegewezen
Met de tijd werd de spot gedreven
De horizon van toen was dichtbij
Toen de tijd inspraak duldde
Praatte mijn rug hem naar de mond
Haar gezicht stribbelde niet langer tegen
Met z’n tweeën is niet langer spannend
Toen de tijd aandrong om te vertrekken
Had hij mijn vrouw al verleid
Straks stoppen mijn longen vanzelf
De arts is heel bekwaam
Moeder zit in de zetel
De handen naast het lichaam
En de voeten op de grond
Voor en na: stilte
Moeder staart voor zich uit
Haar lippen weigeren woorden
Haar taal klinkt hol
Stilte houdt de wacht
Moeder aan de grond genageld
Ze gelooft niet in spoken
Noch in een god die waakt
Er is alleen leegte
Moeder laat een traan
Wangen overmand door zout
De zakdoek blijft onaangeroerd
Ogen verdrinken
De bel — vader
Koffers — zonder afscheid
—
Dichtslaande deur
Afgeven
Dat lichaam doe ik af
Het heeft me goed gediend
Langs de klippen van het leven
Stond het me bij
Dat lichaam leg ik ten ruste
Het liet mij nooit in de steek
Als een geliefde die nooit van me week
Doorstonden we de zwaarste stormen
Dat lichaam laat ik achter
Het heeft zijn taak volbracht
Loslaten was ons nooit gezegd
Onze band was onbreekbaar
Van dat lichaam neem ik afscheid
Ik vertrouw het aan de aarde toe
Het valt me zwaar — verdriet
Achterlaten is afgeven
Ik had ooit een lichaam
De aarde was onze plek
We vierden samen het leven
We laafden ons in het zonlicht
We zwommen in de rivier
We telden de bloemen
De wind bracht ons verhalen
Geluk klonk alledaags
We vieren het einde
Met school en de leraren
kijken we in de toekomst
plakken pleisters van beste
wensen op de wonden
van vriendschappen
beloven niet te krabben
....We vertrekken met bloemen
........en gaan elkaar missen
We vieren het einde
Dag collega's, op jullie
gezondheid en geluk!
We praten en lachen
zoals altijd alsof
het niet echt
voor het laatst is
....We vertrekken met bloemen
........en gaan elkaar missen
We vieren het einde
Het huis is ontruimd, thee
met de buren, lang kijken
we naar de boom
in onze tuin, groeiend
in het licht, het groeien
naar de zon
....We vertrekken met bloemen
........en gaan elkaar missen
— Zyw Zywa
De man aan de waterkant
Ik ken de man die langs de waterkant staat,
leunend tegen de stam van een eik
Schaduw van groen blad vervormt zijn gezicht,
maar ik herken de contouren van zijn hoed
De glans is uit zijn ogen gedoofd
Zijn reis door hazelaars en brandnetels is gestild
In die stilstand voel ik het verstreken moment,
toen wij hand in hand de struiken deelden
Nu rust er enkel stuifmeel op zijn voorhoofd,
alsof de wereld hem zacht probeert vast te houden
Altijd Dichtbij
Een vlieg stil onderaan de ruit
Een wolk door licht aan stukken gescheurd
Een platgetrapte kever uitgesmeerd
Een regendruppel te pletter op asfalt
Een mug weggenomen door insecticidespray
De ondergaande zon neemt de wind met zich mee
Een muis eindigend in de kat
De volle maan die sterrenlicht uitlacht
Een droom die slaap wegkaapt
Donkerte die licht in de kiem smoort
Jij die niets meer terugzegt
Levenden zijn verboden in de hemel
Je foto op de kast
Zoals je was
Zoals je bent
Hierboven
—
Altijd dichtbij
Loslaten in woorden
Een afscheidsgedicht hoeft niet altijd over de dood te gaan. We nemen ook afscheid van een collega die vertrekt, van een huis, van een levensfase die voorbij is. Wat al die momenten delen, is dat je iets moois wilt zeggen voordat je loslaat: een dankbaar woord, een herinnering, een wens voor wat komt. Voor het ene afscheid past een kort vers, voor het andere een langer gedicht. Een zelfgeschreven tekst maakt zo’n moment persoonlijker dan een standaardkaart, of je hem nu voordraagt of in een boekje schrijft. Zo geef je een moment van loslaten iets blijvends om aan vast te houden.
Gaat het om een definitief afscheid, kijk dan bij de overlijdensgedichten. Zoek je steun bij het gemis, dan bieden troost en bemoediging en verzen over verdriet houvast. Alle gedichten zijn eigen werk van onze dichtende leden.
Heb je zelf ooit een afscheid in woorden gevangen? Plaats je gedicht; misschien helpt het een ander bij het zijne.