Het regent zonnestralen
tussen takken, blad en lucht,
alsof de ochtend zachtjes fluistert
dat de nacht weer is gevlucht.
Over het gras ligt gouden stilte,
een deken van geduld en groen,
waar dauw nog even blijft vertellen
van het donker van daarnet.
De bomen staan als oude wachters,
hun stammen diep in mist gehuld,
maar door de nevel valt het licht
waarmee de wereld wordt gevuld.
Niet met haast, niet met verklaren,
niet met alles wat nog moet -
maar met het kleine, stille wonder
dat een nieuwe dag begroet.
En even lijkt het:
alles mag er zijn,
de schaduw en het schijnen,
het alleen en het samenzijn.
Want juist wanneer het licht
zijn weg door donker vindt,
regent het zonnestralen
op het gras,
op de bomen,
op het kind in ieder mens
dat opnieuw begint.